Terwijl ze Duvel drinken en klare jenever, vertelt Knorpot over vroeger en hoe ook hij zakenman was en dure pakken droeg en mooie schoenen en opvallende horloges en zoeterige parfum en hoe hij van het ene lunch naar de volgende businessmeeting naar het zakendinner reed in Duitse auto's met laagprofielbanden en lederen interieur en hoe hij de eerste mobiele telefoons koesterde als statussymbool en hoe hij zijn ziel verloor in de roes van het snelle geld en wijn en de lekkere gerechten en de gewonnen orders. En Boerken luistert stil en drinkt zijn jenever leeg en schenkt een nieuwe voor zichzelf.
De avond valt en nu de winter nadert, worden de nachten koud en Boerken kijkt naar buiten en ziet zichzelf en De Oude Knorpot in de spiegel van het raam en hij bedenkt dat hij oud geworden is en altijd Boerken is geweest en altijd Boerken zal zijn en hij weet niet of hij dat hem tevreden maakt of niet.
Buiten is het donker en koud. Binnen zitten twee zwijgende zielen zich te bedrinken en ze wachten tot De Droeve Dichter thuis komt zonder ziel.
De dag kantelt in de nacht en wentelt zich langzaam tot de volgende dag. Hetvis stil. De wereld draait door, maar zij twee merken het niet. Hun tijd staat stil vandaag.
De tergend langzaam meanderende levens van Droeve Dichter, Boerken, Oude Knorpot, Gladde Zakeman, Stil Meisje, Grijze Filosoof, Buurmans en de Trage Stroom.
donderdag 20 oktober 2011
Breitling om de pols
'Hij is weer met die Gladde Zakenman op pad', zegt Boerken, 'ik zag ze vanmorgen vertrekken, in die zwarte auto van de Gladde.'
'Verdomme verdomme verdomme', vloekt de Oude Knorpot, de handen diep in de zakken en de schouders hoog en de kop diep in de kas, 'ik haat die zakenmannen. Ze rijden in zwarte blinkende Duitse auto's met blinkende velgen en lage brede banden en lederen zetels en ze lopen voortdurend en ijsberend te bellen en te tokkelen op hun telefoons en ze maken grote gebaren en dragen strakke kostuums en witte of roze hemden die nonchalant opengeknoopt zijn en ze hebben Breitlings om de pols en dragen Van Bommel of Strelli schoenen en ze hebben parfum op als Farhrenheit of zo en ze denken dat ze belangrijk zijn en hebben geen ziel. Ze hebben geen pc maar een mac en liefst ook een ipad en ze dwepen met Steve Jobs, maar hebben nog nooit een idee gehad en kunnen niet uit de box denken. Ze denken alleen aan zichzelf.'
'Ge weet dat allemaal zo goed, Oude Knorpot', zegt Boerken, 'Ge hebt er een hekel aan, maar ge kent het allemaal wel. Ik, een boerken uit de polders, ken die merken en dinges allemaal niet, maar gij wel. Hoe komt dat?'
De Oude Knorpot trekt zijn schouders op en mompelt wat en stapt het donker kot binnen en schenkt zichzelf een Duvel en vraagt aan Boerken of die een jenever wil.
'Het is zonde', zegt Boerken, 'hij schreef weer dagen aan een stuk mooie zinnen, waarom dan is hij nu weer met de Gladde op pad en verkoopt hij zijn ziel?'
'Begint gij ook al over de ziel? Boerken, wat bezielt er u, dat gij over de ziel begint? Dat was toch mijn domein? Gij moet boeren en ploegen en oogsten en snoeien en maaien en zaaien en klagen en zagen over het weer, maar gij moet u niet moeien met de ziel. Spreken we dat af?'
Ze zeggen niks meer en drinken zwijgend.
'Verdomme verdomme verdomme', vloekt de Oude Knorpot, de handen diep in de zakken en de schouders hoog en de kop diep in de kas, 'ik haat die zakenmannen. Ze rijden in zwarte blinkende Duitse auto's met blinkende velgen en lage brede banden en lederen zetels en ze lopen voortdurend en ijsberend te bellen en te tokkelen op hun telefoons en ze maken grote gebaren en dragen strakke kostuums en witte of roze hemden die nonchalant opengeknoopt zijn en ze hebben Breitlings om de pols en dragen Van Bommel of Strelli schoenen en ze hebben parfum op als Farhrenheit of zo en ze denken dat ze belangrijk zijn en hebben geen ziel. Ze hebben geen pc maar een mac en liefst ook een ipad en ze dwepen met Steve Jobs, maar hebben nog nooit een idee gehad en kunnen niet uit de box denken. Ze denken alleen aan zichzelf.'
'Ge weet dat allemaal zo goed, Oude Knorpot', zegt Boerken, 'Ge hebt er een hekel aan, maar ge kent het allemaal wel. Ik, een boerken uit de polders, ken die merken en dinges allemaal niet, maar gij wel. Hoe komt dat?'
De Oude Knorpot trekt zijn schouders op en mompelt wat en stapt het donker kot binnen en schenkt zichzelf een Duvel en vraagt aan Boerken of die een jenever wil.
'Het is zonde', zegt Boerken, 'hij schreef weer dagen aan een stuk mooie zinnen, waarom dan is hij nu weer met de Gladde op pad en verkoopt hij zijn ziel?'
'Begint gij ook al over de ziel? Boerken, wat bezielt er u, dat gij over de ziel begint? Dat was toch mijn domein? Gij moet boeren en ploegen en oogsten en snoeien en maaien en zaaien en klagen en zagen over het weer, maar gij moet u niet moeien met de ziel. Spreken we dat af?'
Ze zeggen niks meer en drinken zwijgend.
zaterdag 15 oktober 2011
Mobile telefoon deel 1
Mijn eerste mobiele telefoon was inderdaad mobiel, al was dat een relatief begrip. Op een soort gigantisch grote en zware bruine jerrycan, lag, verbonden met een draad, een bruine hoorn met oranje oplichtende toetsen en een oranje schermpje. De jerrycan woog zoveel dat als ze in mijn auto plaatste, die kreunend tot op de assen zakte en verbruikte zoveel energie dat na een halfuur bellen de hele batterij leeg was en na een nachtje aan de autobatterij kon je de ochtend nadien absoluut zeker niet starten, want dan had dat afschuwelijke lelijke lompe onding je autobatterij al helemaal leeggezopen, zoals alleen een kameel na drie weken woestijn zuipen kan. Ik heb het ding een keer mee op de fiets genomen, maar na drie kilometer begaven de spaken van mijn achterwiel het en kletterde ik met fiets en mobiele telefoon tegen het asfalt. Toen ik de hulpdiensten wilde bellen, fier dat ik dat ding een keer echt kon gebruiken, bleek ik geen bereik te hebben, wat ik had moeten weten, want eens je een kilometer buiten Brussel, Gent of Antwerpen was, had je meer kans op lottowinst dan op een signaal. En in de onderontwikkelde landsdelen als Limburg, West Vlaanderen en De Walen, waar de paterkes missionaris nog rondwaren met spiegelkes, zilverpapier en kralen, was de kans absoluut nihil. Die stonden gewoon als een grote blinde vlek op de kaart.
Lelijk! Zwijg mij sindsdien over Skandinavisch design. Een doorsnee Vlaamse huiskamer is een toonbeeld van smaak en evenwicht en harmonie in vergelijking met die bruine jerrycan. Maar ik was mobiel en ik behoorde tot de elite die mobiel was en dat, mijn vrienden, was het belangrijkste. In die dagen bezocht ik architecten en bouwheren en aannemers. Voor de komst van de mobiele telefoon, belde je op maandag en probeerde je dan zoveel mogelijk afspraken vast te leggen. En soms stopte je aan een telefooncel, dat stinkende terrarium dat meestal op kerkpleinen stond lelijk te zijn, om er te bellen. Over waarom zaken van openbaar nut als treinen en metro's en stations en telefooncellen altijd lelijk zijn en stinken naar vet en olie en wafels, zal ik een andere keer moeten schrijven, want anders raak ik nooit waar ik naartoe aan het schrijven ben: de geschiedenis van de mobiele telefoon door Rix Worlds.
Ik was jong en onervaren en mijn concurrenten waren oud en zeer ervaren en sluw. Maar met de komst van de mobiele telefoon, werd ik ineens beter en sneller en alerter dan hen. Zij blijven bezoeken gebruiken als enige middel om stappen voorwaarts te ztten, maar ik belde en belde en belde en daardoor was ik ineens alomtegewoordig van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Ik deed driekwart van mijn zaken telefonerend en de echte bezoeken werden slechts een deel van mijn strategie. Zij hadden 15 kontakten per week, ik had er 15 per uur.
Ik deed zaken tegen de snelheid van het licht en zij, die arme oude heren in lelijke kostuums, tegen de snelheid van een hoogbejaarde schildpad met reuma.
Binnen de kortste keren drukte ik de concurrentie helemaal in de verdrukking. Ik telefoneerde ze kapot. Elke maand zeurde mijn chef over mijn telefoonrekeningen en hij bleef mijn bezoeken tellen, want ook hij zag de kracht niet van het nieuwe medium. Maar mijn omzetten stegen en stegen en stegen en dat was het belangrijkste.
De komst van de mobiele telefoon veranderde mijn leven. Ingrijpend.
Lelijk! Zwijg mij sindsdien over Skandinavisch design. Een doorsnee Vlaamse huiskamer is een toonbeeld van smaak en evenwicht en harmonie in vergelijking met die bruine jerrycan. Maar ik was mobiel en ik behoorde tot de elite die mobiel was en dat, mijn vrienden, was het belangrijkste. In die dagen bezocht ik architecten en bouwheren en aannemers. Voor de komst van de mobiele telefoon, belde je op maandag en probeerde je dan zoveel mogelijk afspraken vast te leggen. En soms stopte je aan een telefooncel, dat stinkende terrarium dat meestal op kerkpleinen stond lelijk te zijn, om er te bellen. Over waarom zaken van openbaar nut als treinen en metro's en stations en telefooncellen altijd lelijk zijn en stinken naar vet en olie en wafels, zal ik een andere keer moeten schrijven, want anders raak ik nooit waar ik naartoe aan het schrijven ben: de geschiedenis van de mobiele telefoon door Rix Worlds.
Ik was jong en onervaren en mijn concurrenten waren oud en zeer ervaren en sluw. Maar met de komst van de mobiele telefoon, werd ik ineens beter en sneller en alerter dan hen. Zij blijven bezoeken gebruiken als enige middel om stappen voorwaarts te ztten, maar ik belde en belde en belde en daardoor was ik ineens alomtegewoordig van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Ik deed driekwart van mijn zaken telefonerend en de echte bezoeken werden slechts een deel van mijn strategie. Zij hadden 15 kontakten per week, ik had er 15 per uur.
Ik deed zaken tegen de snelheid van het licht en zij, die arme oude heren in lelijke kostuums, tegen de snelheid van een hoogbejaarde schildpad met reuma.
Binnen de kortste keren drukte ik de concurrentie helemaal in de verdrukking. Ik telefoneerde ze kapot. Elke maand zeurde mijn chef over mijn telefoonrekeningen en hij bleef mijn bezoeken tellen, want ook hij zag de kracht niet van het nieuwe medium. Maar mijn omzetten stegen en stegen en stegen en dat was het belangrijkste.
De komst van de mobiele telefoon veranderde mijn leven. Ingrijpend.
donderdag 13 oktober 2011
Biecht van een BlackBerry verslaafde
Ik ging simpele dingen schrijven had ik beloofd. Iets van Rix Simple Show. Eigenlijk is dat tegen mijn natuur: iets simpel maken. Want dan maak ik het eendimensioneel en rechtlijning en seriëel. Ik geloof eerder in complex en gelaagd en chaotisch en parallel. Maar dat even terzijde.
Ik heb twee BlackBerries en ben al ettelijke jaren een zware verslaafde. Ik kan geen seconde zonder die dingen. Ze zijn lelijk en lomp. Maar ze zijn een deel van mijn handen en geest en denken geworden. Ze zijn mij navelstreng. Met alles. Het leven.
Het wereldwijde BlackBerry netwerk lag een paar dagen helemaal plat en het lijkt me nog steeds moeizaam herstellende en onbetrouwbaar op dit eigenste moment. Ik heb cold turkey geleden. En zoals elke goeie verslaafde, die al dan niet noodgedwongen gaat afkicken, maar die niet lang genoeg weet vol te houden, of die te snel weer aan spul geraakt, zijn deze paar dagen net voldoende lang en net niet lang genoeg geweest, om mijn verslaving gigantisch veel heviger te maken. Voortaan zal elke milliseconde zonder BlackBerry, me meedogenloos herinneren aan het hevige afkicken en de pijn en het leed en de ondraaglijke leegheid van het bestaan zonder mijn dubbele navelstreng met de wereld en zijn bewoners en hun levens.
Ik groet u.
Lang leve BlackBerry.
I am an addict.
Ik heb twee BlackBerries en ben al ettelijke jaren een zware verslaafde. Ik kan geen seconde zonder die dingen. Ze zijn lelijk en lomp. Maar ze zijn een deel van mijn handen en geest en denken geworden. Ze zijn mij navelstreng. Met alles. Het leven.
Het wereldwijde BlackBerry netwerk lag een paar dagen helemaal plat en het lijkt me nog steeds moeizaam herstellende en onbetrouwbaar op dit eigenste moment. Ik heb cold turkey geleden. En zoals elke goeie verslaafde, die al dan niet noodgedwongen gaat afkicken, maar die niet lang genoeg weet vol te houden, of die te snel weer aan spul geraakt, zijn deze paar dagen net voldoende lang en net niet lang genoeg geweest, om mijn verslaving gigantisch veel heviger te maken. Voortaan zal elke milliseconde zonder BlackBerry, me meedogenloos herinneren aan het hevige afkicken en de pijn en het leed en de ondraaglijke leegheid van het bestaan zonder mijn dubbele navelstreng met de wereld en zijn bewoners en hun levens.
Ik groet u.
Lang leve BlackBerry.
I am an addict.
Kopvalling, Neil Young en de geschiedenis van de wereld
Herfst kruipt vanuit de aarde en de lucht in de polders tussen Schelde en Dender en maakt de heldere nachten kil en de ochtenden mistig en kleurt het lover rossig en de maisvelden beige en het gras verliest zijn gelig groene kleur en wordt bruinig. De dagen worden kort en de nachten lang en de zielen triest.
De Droeve Dichter zit hele dagen aan zijn verweerde tafel in zijn donker kot en schrijft blad na blad na blad vol zinnen en flarden verhaal en aanzetten tot vertelsels en stukken gedicht.'s Avonds schuiven de Oude Knorpot en Boerken mee aan tafel en dan drinken ze Duvel en jenever en rode wijn en ze bespreken wat de Dichter geschreven heeft en ze zijn het zelden met elkaar eens, maar luisteren wel aandachtig naar elkaar.
"Het is dikke zever", zegt Knorpot, "dat ge hier schrijft, dat de geschiedenis zich herhaalt."
"Dat zeg ik niet", zegt de Dichter, " je leest het verkeerd, zoals gewoonlijk. Een van mijn personages, die zich geraakt voelt door gebeurtenissen, zegt dit. Ik ben dat personage niet."
De Knorpot trekt de schouders op en gaat verder: "De geschiedenis herhaalt zich nooit. Elke seconde van de geschiedenis is anders dan de vorige. De dingen keren nooit weer. Natuurlijk zijn er patronen. Maar er is meer, veel meer: onze kleine geest, die de kracht en de omvang en de onmetelijkheid van de dingen niet aankan, omdat een enkele seconde begrijpen, ik bedoel echt begrijpen, een mensenleven aan denken en onderzoeken en tekenen van samenhangen en onderliggende verbanden zou betekenen. Daarom zoekt onze geest steeds patronen. One geest kan een beperkt aantal patroontjes onthouden en stopt de dingen zoals ze zich aandienen in een van die vakjes en denkt dan: aha, de geschiedenis herhaalt zich. Ook mijn geest denkt in die patronen, maar ik laat er me niet door bedriegen."
"Mijn geest denkt absoluut niet in patronen", zegt de Dichter. Mijn geest is als de mist en de wolken en de wind en het water en de zandkorrels van een duin: altijd anders, altijd in beweging, ongrijpbaar, gejaagd, vloeiend. Mijn geest sterft als die gevangen zit in patronen. Als ik patronen en grenzen en conventies zie, dan ga ik steigeren als een wilde hengst die zich in het nauw gedreven voelt en met de voorbenen klauwt en vervolgens zijn achterhand naar het gevaar draait om kei en keihard uit te halen met de achterbenen. Patronen en wetten en regels en al die andere conventies die mensen bedacht hebben om mij in te perken en te dijken, die wil ik doorbreken en ondergraven. Patronen en wetten en conventies hebben nog nooit wat nieuws vortgebracht en zonder vernieuwing gaat alles verloren, ooit. Daarom heb je gelijk, Oude, de geschiedenis herhaalt zich nooit."
En Boerken giet in één teug een jenever door het strot en nog een en zegt dan hees van de alcohol en een beetje traag van tong, dat hij een boerken is, en dat boeren enkel kunnen overleven dankzij vaste patronen en herhalingen en hij giet een volgende jenever uit en kapt die binnen en de Dichter lacht en zegt: inderdaad.
In het donker van het donker kot leest de Oude Knorpot stil en de Droeve Dichter schrijft verder en Boerken drinkt zich ladderzat, want de akkers liggen te nat om te bewerken door de regens van de herfst en dus heeft hij niets om handen.
"Weet ge wat", zegt Boerken, "Ge hebt gelijk, Dichterken, ik ben nu al zo lang boer, dat ik vergeten ben hoe lang, en ik heb nog nooit twee zomers gehad die op mekaar leken en ook geen twee lentes of herfsten of winters en dus herhaalt de geschiedenis zich niet en elke keer kan ik me opwinden in te warm en te koud en te nat en te droog en dat is een patroon bij alle boerkens zoals ik."
Knorpot grijnst snuivend en zegt "Boerken, gij zijt nog de grootste filosoof van ons drie, weet ge dat?" en Boerken zegt "Neen, Ouwe Zeur, ik ben geen filosoof, ik ben een boerken en ik zeg gewoon de dingen zoals ze zijn. Gij zijt de filosoof en Den Dichter daar, onze droevigaard, dat is een die alles ziet en voelt en opschrijft, en probeert te begrijpen, maar die nooit verder geraakt dan het begin van een gedacht, omdat hij het niet lang genoeg kan vasthouden."
De Droeve Dichter zet zijn ipod aan en door de boxen klink Neil Young "If I could hold on to just one thought for long enough to know" en hij kijkt naar Boerken en zegt: kijk man, dat vind ik nu geweldig zie!
"Nog een triestigaard", zegt Boerken, "en hij zingt door zijn neus. Kopvaling?"
De Droeve Dichter zit hele dagen aan zijn verweerde tafel in zijn donker kot en schrijft blad na blad na blad vol zinnen en flarden verhaal en aanzetten tot vertelsels en stukken gedicht.'s Avonds schuiven de Oude Knorpot en Boerken mee aan tafel en dan drinken ze Duvel en jenever en rode wijn en ze bespreken wat de Dichter geschreven heeft en ze zijn het zelden met elkaar eens, maar luisteren wel aandachtig naar elkaar.
"Het is dikke zever", zegt Knorpot, "dat ge hier schrijft, dat de geschiedenis zich herhaalt."
"Dat zeg ik niet", zegt de Dichter, " je leest het verkeerd, zoals gewoonlijk. Een van mijn personages, die zich geraakt voelt door gebeurtenissen, zegt dit. Ik ben dat personage niet."
De Knorpot trekt de schouders op en gaat verder: "De geschiedenis herhaalt zich nooit. Elke seconde van de geschiedenis is anders dan de vorige. De dingen keren nooit weer. Natuurlijk zijn er patronen. Maar er is meer, veel meer: onze kleine geest, die de kracht en de omvang en de onmetelijkheid van de dingen niet aankan, omdat een enkele seconde begrijpen, ik bedoel echt begrijpen, een mensenleven aan denken en onderzoeken en tekenen van samenhangen en onderliggende verbanden zou betekenen. Daarom zoekt onze geest steeds patronen. One geest kan een beperkt aantal patroontjes onthouden en stopt de dingen zoals ze zich aandienen in een van die vakjes en denkt dan: aha, de geschiedenis herhaalt zich. Ook mijn geest denkt in die patronen, maar ik laat er me niet door bedriegen."
"Mijn geest denkt absoluut niet in patronen", zegt de Dichter. Mijn geest is als de mist en de wolken en de wind en het water en de zandkorrels van een duin: altijd anders, altijd in beweging, ongrijpbaar, gejaagd, vloeiend. Mijn geest sterft als die gevangen zit in patronen. Als ik patronen en grenzen en conventies zie, dan ga ik steigeren als een wilde hengst die zich in het nauw gedreven voelt en met de voorbenen klauwt en vervolgens zijn achterhand naar het gevaar draait om kei en keihard uit te halen met de achterbenen. Patronen en wetten en regels en al die andere conventies die mensen bedacht hebben om mij in te perken en te dijken, die wil ik doorbreken en ondergraven. Patronen en wetten en conventies hebben nog nooit wat nieuws vortgebracht en zonder vernieuwing gaat alles verloren, ooit. Daarom heb je gelijk, Oude, de geschiedenis herhaalt zich nooit."
En Boerken giet in één teug een jenever door het strot en nog een en zegt dan hees van de alcohol en een beetje traag van tong, dat hij een boerken is, en dat boeren enkel kunnen overleven dankzij vaste patronen en herhalingen en hij giet een volgende jenever uit en kapt die binnen en de Dichter lacht en zegt: inderdaad.
In het donker van het donker kot leest de Oude Knorpot stil en de Droeve Dichter schrijft verder en Boerken drinkt zich ladderzat, want de akkers liggen te nat om te bewerken door de regens van de herfst en dus heeft hij niets om handen.
"Weet ge wat", zegt Boerken, "Ge hebt gelijk, Dichterken, ik ben nu al zo lang boer, dat ik vergeten ben hoe lang, en ik heb nog nooit twee zomers gehad die op mekaar leken en ook geen twee lentes of herfsten of winters en dus herhaalt de geschiedenis zich niet en elke keer kan ik me opwinden in te warm en te koud en te nat en te droog en dat is een patroon bij alle boerkens zoals ik."
Knorpot grijnst snuivend en zegt "Boerken, gij zijt nog de grootste filosoof van ons drie, weet ge dat?" en Boerken zegt "Neen, Ouwe Zeur, ik ben geen filosoof, ik ben een boerken en ik zeg gewoon de dingen zoals ze zijn. Gij zijt de filosoof en Den Dichter daar, onze droevigaard, dat is een die alles ziet en voelt en opschrijft, en probeert te begrijpen, maar die nooit verder geraakt dan het begin van een gedacht, omdat hij het niet lang genoeg kan vasthouden."
De Droeve Dichter zet zijn ipod aan en door de boxen klink Neil Young "If I could hold on to just one thought for long enough to know" en hij kijkt naar Boerken en zegt: kijk man, dat vind ik nu geweldig zie!
"Nog een triestigaard", zegt Boerken, "en hij zingt door zijn neus. Kopvaling?"
zaterdag 8 oktober 2011
Woorden vangen
'Soms is er weinig te vertellen. Dan zijn een paar woorden genoeg.', schrijft de Dichter terwijl de regen kil en koud de daken geselt en de velden en de kruinen van de bomen. Het is late avond en de dichter schrijft geen teksten. Hij zit bij het raam en kijkt naar buiten en vindt de rust in zichzelf. De dichter schrijft 5 woorden op een blad papier en vouwt het en stopt het in zijn broekzak.
In de spiegel van het donker aan de andere kant van het raam ziet hij zichzelf als een vage lichtgevende schim met donkere ogen.
'Ik ben niet langer de Droeve Dichter' had hij tegen de Oude Knorpot gezegd, 'voortaan ben ik liefst gewoon de Dichter. Zelfs als ik geen woorden vinden kan.'
'De woorden vinden mij. Vroeg of laat', weet de Dichter, 'Alles wat ik doen moet, is ze ontvangen en ze opschrijven.'
Zen.
In de spiegel van het donker aan de andere kant van het raam ziet hij zichzelf als een vage lichtgevende schim met donkere ogen.
'Ik ben niet langer de Droeve Dichter' had hij tegen de Oude Knorpot gezegd, 'voortaan ben ik liefst gewoon de Dichter. Zelfs als ik geen woorden vinden kan.'
'De woorden vinden mij. Vroeg of laat', weet de Dichter, 'Alles wat ik doen moet, is ze ontvangen en ze opschrijven.'
Zen.
donderdag 6 oktober 2011
Steve Jobs, Apple en de schaamte om een BlackBerry

Iedereen heeft wel iets te vertellen over Steve Jobs, nu die overleden is.
En nu iedereen wat te vertellen heeft zou ik moeten zwijgen want ik ben zo panisch bang voor kuddegedrag dat ik die ene koppige zebra ben, die in plaats van in de buik van de kudde mee te draven, de andere richting uit huppelt, desnoods recht op de leeuwen af en dus zou ik dus moeten toegeven aan mijn natuur en nu niet en niets over Steve Jobs schrijven.
Ik doe het toch. Het is deze keer sterker dan mezelf.
Ben ik aangegrepen? Als mens? Neen. Ik ken de man niet. Er sterven elke seconde mensen. Ook Steve. En ook ik als het zo ver is. En om ons mensen tegen onnodig leed te beschermen, grijpt alleen de dood van naasten en kennissen en geliefden ons aan. En Steve was dat niet. Of beter, niet rechtstreeks.
Dat het me niet aangrijpt is een leugen. Het is een rationalisatie: het kan me niet aangrijpen. Maar het pakt me. Want Steven lijkt wel een naaste, een kennis een geliefde.
Hij is dat nog niet zo lang. Ik had het niet zo voor zijn creaties, koppige dwaas die ik soms ben.
Door dat lang en halsstarrig weigeren ook maar iets van Apple te kopen, heb ik me lang het pure genieten blijven ontzeggen van puur technische genius, gebruiksgemak, esthetisch vernuft en het me onbeschaamd overgeven aan willoos en obsceen consumerend gedrag. Ik wou dat ik veel eerder me vol aan Apple had gegeven. Hier, Steven, rol mijn zakken. Doe maar. Asjeblief. Steve heeft zich zo in mijn leven gewerkt en nu hij er niet meer is, pakt me dat.
Van een zeer laat ontdekker en gebruiker van de iPod en de iPod Touch en MacBookPro, evolueerde ik naar een zeer vroege iPad verslaafde.
Dat ik het klad van deze tekst autorijdend heb gemaakt op een BlackBerry is het laatste restant van mijn aangeboren neiging dwars te liggen. Maar er is meer. Ik heb een slimme telefoon zonder fysiek azerty of querty TOETSENbordje nooit begrepen. Ik had dat Steve graag gezegd. Ooit. Teksten maken op een te klein touchscreen is telkens opnieuw flirten met de dunne lijn tussen begrijpend geduld en kolkend koleire en meestal eindigde dat bij mij met het laatste. Ik heb ze gehad. De I-phone 1, 2, 3,...ik ben de tel kwijt. Zitten we nu aan 4 of 5? Ze lieten het leven tegen de vooruit van mijn auto of tegen de muur van mijn kantoor. En ik greep terug naar die ergerlijk lelijke BlackBerry.
Ik dank Steve voor alle iDingen. En de Appstore. Steve vond de ene geldmachine na de andere uit. Hij bleef onze zakken rollen terwijl we er op toekeken en we vonden hem God. Want hij gaf veel terug: schoonheid, snelheid, gemak en onbeschaamd consumeren. Dank U Steve.
Steve Jobs komt in de geschiedenisboeken en wordt een vaste waarde in alle boeken over strategie en management en businessmodellen en marketing. Ik ken niemand die succesvol zo veel businessmodellen zo radicaal heeft herschreven als Steve Jobs. Hele industrieën heeft hij weggevaagd en in een klap vervangen door zijn eigen model en er zouden er nog volgen, ongetwijfeld. Meer dan om zijn hemelse producten eer ik Steven Jobs om zijn strategisch genie.
Zijn dood grijpt me aan. Ik vrees dat we veel wat hij nog zou bedacht hebben, nooit gaan zien. Mensen als Steve Jobs kruiden de saaiheid van de dagelijkse business en de inertie van de businessmodellen. Als wij, gewone stervelingen, "out of the box" roepen, dan moeten we maar denken aan iTunes of de Appstore of aan een iPad en deemoedig beseffen dat als we tot de enkels reiken van Steve Jobs, we ongelooflijk moedig zijn en gegarandeerd een geweldig mindblowing idee hebben bedacht en als we dat dan ook kunnen omzetten van idee naar praktijk zijn we een superheld en als de praktijk dan ook veel geld opbrengt zijn we bovenmenselijke halfgoden.
Dank u Steve, voor de inspiratie.
Abonneren op:
Posts (Atom)