Boerken en Knorpot zitten te kijken hoe Paardenjongen een bont paardje zadelmak maakt als een echte cowboy met een mengeling van zachte hand en bruut doorzettingsvermogen en als een eerste poging om op het zadel te zitten leidt tot bok- en springwerk zoals alleen in de beste rodeo-shows gezien wordt en Paardenjongen door de lucht klieft in een gestrekte salto mortale met dubbele schroef over de nek van het paard gevolgd door een perfecte landing plat op de rug, snelt Boerken ter hulp en zegt Knorpot droog "Goed voor 9.81 punten, Olympics, here we come."
Paardenjongen krabbelt recht en weet dat morgen alles zeer zal doen en stijf zal staan van de klap en hij grijpt de teugels en wil meteen terug opstappen, maar Boerken houdt hem overtuigend tegen en zegt dat het genoeg is geweest voor vandaag en dat 'die kleine pinto' een klein koppig smeerlapke is.
Boerken stapt met het paard de bak uit en Paardenjongen stapt er een beetje kreupel achteraan en de avond valt.
Het regent ragfijne zijden gordijnen en er staat geen wind. De populieren hullen zich in sluiers van grijs.
De tergend langzaam meanderende levens van Droeve Dichter, Boerken, Oude Knorpot, Gladde Zakeman, Stil Meisje, Grijze Filosoof, Buurmans en de Trage Stroom.
zondag 3 juni 2012
Het leven gaat in lussen

(foto Tom Bogman te Mespelare)
"Geef me een geweer en in knal ze godverdoeme allemaal uwen hof uit", zegt Boerken als het geluid van de houtduiven hem op de zenuwen begint te werken.
Het regenen is gestopt en de polder dampt. De weides zijn vet.
De duiven zijn de keizers van de tuin. Boerken wil ze afknallen. Knorpot drinkt Duvel. Dichter drinkt thee samen met het Meisje. Zakenman nipt aan dure witte wijn en maakt zichzelf wijs dat hij ervan geniet terwijl hij zielloos op zijn smartphones zit te staren. Het leven gaat lussen en we raken erin verstrikt. En niemand die het stoppen kan.
De dagen slenteren voorbij.
Dichter jankt als de wolven om halftwaalf

Het regenen is even opgehouden en de beekjes in de weides drogen langzaam op als het verse water gedronken wordt door de gulzige aarde. Het gras rekt zich naar de lucht die zich schildert in grijstinten. Tussen aarde en zon kruipen wolken op en boven en tussen elkaar als waren het duizenden broedvogels op een te smal strand. Over de polder hangt de hemel amper boven de toppen van de populieren als op elkaar gestapelde handgeschepte bladen waardoor het zonlicht probeert het gras en de donkere aarde te raken en te warmen. De mensen in de polder huiveren en vloeken omdat het zo koud is in de zomer en de ganzen maken kabaal.
In de verte maken kerkklokken hels duidelijk dat het bijna halftwaalf is en ergens schuifelen de laatste gelovigen grauw naar de duistere waarheid die geschreven staat in eeuwenoude rituelen en gehuld gaat in wierrook en prevelende priesters in hoge gebouwen waar mensen troost zoeken bij elkaar en de zekerheid van geloven. Soms willen mensen gewoon geloven en zich daar nestelen. Borgen en geborgen.
Dichter verdicht het en soms wou hij dat hij geloven kon, maar het lukt hem zelden. Dichter is een zoeker, hij wroet in en achter de dingen die hij hoort en voelt en ziet om ze te ontrafelen, te analyseren, te de-componeren om er alles van te begrijpen en de stukken en brokken en vijzen en schroeven en onderdelen te kunnen gebruiken als nieuwe bouwstenen voor een nieuw universum dat groeit in zijn hoofd en dat bloeit soms en soms tot bloedens toe pijn doet en soms ook gesnoeid moet worden tot de wortel en dat terugkomt als zevenblad of woekert giftig en sluipend als Sint Jacobskruid. Dichter kan niet gewoon geloven en vertrouwen. Vertrouwen is de zintuigen uitschakelen en het denken. Dichter kan het niet.
Dichter zit in het donker kot en buiten lijkt het herfst en in zijn kop gevuld met duizenden beelden en woorden woedt een storm, een orkaan.
Dichter jankt als de wolven.
Over de regen palaveren
"Waar ik me vreselijk aan kan ergeren," zegt Dichter, "is aan oude uitdrukkingen die alle relevantie verloren hebben, maar die de kinderen toch nog aangeleerd krijgen op school. Ik denk daar nu aan omdat het hevig regent en omdat ik weiger te zeggen dat het pijpenstelen regent. En dat niet alleen vanwege die stomme tussen-n zoals in het belachelijke pannenkoek. Maar vanwege het beeld. Wie kent nog de steel van een pijp??? Tsjonge. Its raining cats and dogs. Geweldig! Maar pijpenstelen? Neen."
"Wat moet het dan regenen?" vraagt Meisje stil. Knorpot en Boerken, die komen schuilen zijn, kijken vragend. De ene heeft zijn zwarte rothumeur meegebracht en de andere de geur van hooi.
"Kikkers. Plof plof plof. Dat is van die dikke vette regen, waarvan de druppels nog ver uit elkaar landen. Of nagels en vijzen. Dat is van die machinegeweer-regen. Takketakketakke. Of knikkers. Of kiezels. En van die dunne regen. Dan horen we te zeggen dat het regent als een zijden gordijn. Of als suikerspin. Of zoals fluisterende geliefden. En als het hevig regent tijdens een onweer dan regent het ruzie. Of dan regent het oorlog en geweld. Dan regent het als een machinegeer. Maar dat zei ik al. Het kan zelfs regenen als uitgekieperde emmers. Bijna zonder druppels."
Boerken drinkt koffie en zegt dat regen regen is. Altijd op het verkeerde moment, altijd te veel en altijd te weinig. Nooit hard genoeg, altijd te hard. Of de regen blust de droogte niet of de regen spoelt de verse planten van de akkers.
"Zoals vandaag, als het zo nog efkes gesmolten pralines blijft zeiken."
En Knorpot moet zowaar lachen en verslikt zich in de koffie en Meisje klopt hem op de rug.
"Het regent jeneverglaaskes", zegt Knorpot.
"Wat moet het dan regenen?" vraagt Meisje stil. Knorpot en Boerken, die komen schuilen zijn, kijken vragend. De ene heeft zijn zwarte rothumeur meegebracht en de andere de geur van hooi.
"Kikkers. Plof plof plof. Dat is van die dikke vette regen, waarvan de druppels nog ver uit elkaar landen. Of nagels en vijzen. Dat is van die machinegeweer-regen. Takketakketakke. Of knikkers. Of kiezels. En van die dunne regen. Dan horen we te zeggen dat het regent als een zijden gordijn. Of als suikerspin. Of zoals fluisterende geliefden. En als het hevig regent tijdens een onweer dan regent het ruzie. Of dan regent het oorlog en geweld. Dan regent het als een machinegeer. Maar dat zei ik al. Het kan zelfs regenen als uitgekieperde emmers. Bijna zonder druppels."
Boerken drinkt koffie en zegt dat regen regen is. Altijd op het verkeerde moment, altijd te veel en altijd te weinig. Nooit hard genoeg, altijd te hard. Of de regen blust de droogte niet of de regen spoelt de verse planten van de akkers.
"Zoals vandaag, als het zo nog efkes gesmolten pralines blijft zeiken."
En Knorpot moet zowaar lachen en verslikt zich in de koffie en Meisje klopt hem op de rug.
"Het regent jeneverglaaskes", zegt Knorpot.
zaterdag 2 juni 2012
Dichter over Cultuur en winkelcentra
Dichter heeft Knorpot aanhoort, zegt 'Hoera' en zegt dan dat hij over winkelcentra en het belang ervan geen mening heeft of wenst te hebben, en dat hij ook aan Cultuur doet en daar geen subsidies voor nodig heeft, dat cultuur altijd zijn weg vinden zal. Zeker nu de media dat toelaten. Iedereen heeft toegang tot iedereen. Waar ook, wanneer ook en hoe ook.
En dan zwijgt Dichter en schrijft verder.
Boerken zegt: "Aan elke steen zijn veel kanten."
En dan zwijgt Dichter en schrijft verder.
Boerken zegt: "Aan elke steen zijn veel kanten."
Knorpot over Cultuur en winkelcentra.
Knorpot komt grommend de tuin ingestapt, met grote stappen en zegt dat hij heeft beloofd geen politieke uitspraken meer te doen noch over de socialisten die niet weten waarheen ze willen en hoe en waarom en daarom stemmen verliezen noch over de liberalen die niet weten waarheen ze willen en hoe en waarom en daarom stemmen verliezen en over de christendemocraten die niet weten waarheen ze willen en hoe en waarom en daarom stemmen verliezen, noch over de groenen die nu toch het grote gelijk laten te halen maar niet weten waarheen ze nu moeten en waarom en hoe, noch over de schandvlek van Vlaanderen en ook niet over die ene partij die nu zoveel stemmen haalt dat ze niet weet wat ze ermee wil en waarom en hoe.
"Ik heb dat beloofd, want Zakenman heeft daar last mee gekregen, omdat de mensen waarmee hij te maken heeft het onderscheid niet wensen te maken tussen de Zakenman en Boerken en Knorpot en Dichter. Wat ik betreur," zegt Knorpot
"Maar?..." zegt Dichter, die een vervolg durft te raden.
"Maar deze keer moet ik wat kwijt. Over ruimtelijke wanorde en over het doodmaken van cultuur en over de samenhang tussen beide. En vooral over het falen van ons schoolsysteem. Dat deed ik al eerder. Eerder al verwees ik naar het verband tussen het gebrek aan onderhandelingstechnieken en de bereidheid om via these en antithese tot een synthese te komen en het falende onderwijs. Vandaag is het beleid van sommige politici de resultante van het hun algemene kennis. En dat is schrijnend weinig. En van hun culturele bagage. Iets wat dus een vies woord is geworden. Waar cultuur als de uiting en drager van hoogstaande beschavingen wordt gezien, slagen onze politici, maar ook die van dat landje benoorden het onze, er in om cultuur dood te knijpen. Daarmee ontkennen ze vele eeuwen Europese beschaving sinds de verlichting en leiden ze ons graag terug naar de Duistere Middeleeuwen. Ja.
Ik overdrijf. These! Maar het is schrijnend dat gigantische pretparken voor kinderen en volwassenen en winkelcentra die ons verkleuteren wel mogen en op volle steun mogen rekenen of volmaakte politieke U-turns waard zijn, en dat zowel de echt elitaire kunsten als de meer modale uitingen van cultuur geen centen meer krijgen of toch minder tot veel minder, van ons, de belastingbetaler en de mensen die wij zogenaamd verkozen hebben om als een goede huisvader of -moeder daarover te waken en het verstandig te besteden.
In een beschaving beknibbel je er definitie niet op 3 waarden: onderwijs, solidariteit in binnen- en buitenland, dus ook ontwikkelingshulp, en cultuur.
Een land dat dat wel doet zet de eerste stappen naar de verloedering. Een land waar beleidsmakers dit toch doen, bewijst een falend onderwijssysteem waar deze basiswaarden dus verloren lijken te gaan ten koste van pure leerstof. Grammatica, vergelijkingen, chemische reacties, quantumfysica en zelfs pure economie, zijn geen stuiver waard zonder cultuur, want cultuur is de Mens in zijn pure vorm. Zonder mens geen wetenschap en economie. Zonder cultuur geen beschaving. Maar dat zou me te ver leiden. Ik ben verbolgen. Ik ben diep ontgoocheld. Ik ben beschaamd. Ik ben woest. Geef me een Duvel."
Hij gaat zitten en vloekend gaat hij door. Over slechte communicatie. Minachting. Over belangenvermenging. Over de verantwoordelijkheid van het beleid om een echte visie te ontwikkelen op onderwijs, solidariteit en cultuur die liefst ver verheven staat boven partijpolitieke belangen. Omdat dat basiswaarden zijn en geen willoze speeltuigen in politieke spelletjes en geen pasmunt in het eindeloze onderhandelen en heronderhandelen van politieke akkoorden keer op keer o keer. En dan drinkt hij gulzig, veegt de witte snor weg met een veeg van zijn handpalm en sneert:
" We zijn een apenland. Een bananenrepubliek."
Dichter mompelt: "Hoera."
"Ik heb dat beloofd, want Zakenman heeft daar last mee gekregen, omdat de mensen waarmee hij te maken heeft het onderscheid niet wensen te maken tussen de Zakenman en Boerken en Knorpot en Dichter. Wat ik betreur," zegt Knorpot
"Maar?..." zegt Dichter, die een vervolg durft te raden.
"Maar deze keer moet ik wat kwijt. Over ruimtelijke wanorde en over het doodmaken van cultuur en over de samenhang tussen beide. En vooral over het falen van ons schoolsysteem. Dat deed ik al eerder. Eerder al verwees ik naar het verband tussen het gebrek aan onderhandelingstechnieken en de bereidheid om via these en antithese tot een synthese te komen en het falende onderwijs. Vandaag is het beleid van sommige politici de resultante van het hun algemene kennis. En dat is schrijnend weinig. En van hun culturele bagage. Iets wat dus een vies woord is geworden. Waar cultuur als de uiting en drager van hoogstaande beschavingen wordt gezien, slagen onze politici, maar ook die van dat landje benoorden het onze, er in om cultuur dood te knijpen. Daarmee ontkennen ze vele eeuwen Europese beschaving sinds de verlichting en leiden ze ons graag terug naar de Duistere Middeleeuwen. Ja.
Ik overdrijf. These! Maar het is schrijnend dat gigantische pretparken voor kinderen en volwassenen en winkelcentra die ons verkleuteren wel mogen en op volle steun mogen rekenen of volmaakte politieke U-turns waard zijn, en dat zowel de echt elitaire kunsten als de meer modale uitingen van cultuur geen centen meer krijgen of toch minder tot veel minder, van ons, de belastingbetaler en de mensen die wij zogenaamd verkozen hebben om als een goede huisvader of -moeder daarover te waken en het verstandig te besteden.
In een beschaving beknibbel je er definitie niet op 3 waarden: onderwijs, solidariteit in binnen- en buitenland, dus ook ontwikkelingshulp, en cultuur.
Een land dat dat wel doet zet de eerste stappen naar de verloedering. Een land waar beleidsmakers dit toch doen, bewijst een falend onderwijssysteem waar deze basiswaarden dus verloren lijken te gaan ten koste van pure leerstof. Grammatica, vergelijkingen, chemische reacties, quantumfysica en zelfs pure economie, zijn geen stuiver waard zonder cultuur, want cultuur is de Mens in zijn pure vorm. Zonder mens geen wetenschap en economie. Zonder cultuur geen beschaving. Maar dat zou me te ver leiden. Ik ben verbolgen. Ik ben diep ontgoocheld. Ik ben beschaamd. Ik ben woest. Geef me een Duvel."
Hij gaat zitten en vloekend gaat hij door. Over slechte communicatie. Minachting. Over belangenvermenging. Over de verantwoordelijkheid van het beleid om een echte visie te ontwikkelen op onderwijs, solidariteit en cultuur die liefst ver verheven staat boven partijpolitieke belangen. Omdat dat basiswaarden zijn en geen willoze speeltuigen in politieke spelletjes en geen pasmunt in het eindeloze onderhandelen en heronderhandelen van politieke akkoorden keer op keer o keer. En dan drinkt hij gulzig, veegt de witte snor weg met een veeg van zijn handpalm en sneert:
" We zijn een apenland. Een bananenrepubliek."
Dichter mompelt: "Hoera."
Abonneren op:
Posts (Atom)