dinsdag 5 juni 2012

Lay Lady Lay






Dichter schrijft Dylans woorden in zijn eigen taal en zegt tegen zichzelf en de stilte van de polder dat het soms veilig voelt in de woorden van een ander, veiliger dan in je eigen woorden.

"In een huis dat je zelf bouwde ken je de zwakke plekken, je kent de kleine foutjes, je weet van het leed en zweet en het gevloek. In een oud huis kom je meteen thuis. Of niet. Bij Dylan kom ik thuis."

Ga liggen
Liefje
Ga liggen
Lekker in mijn grote bed

Welke kleuren ook
Je in je hoofd hebt
Ik zal ze je toveren
En je zal ze zien schitteren
Ga liggen liefje
Lekker in mijn grote bed

Ga liggen
Liefje
Ga liggen
Lekker in mijn grote bed
Blijf hier liefje
Blijf hier nog even met je man
Tot het daglicht komt
Laat me zien hoe je hem laat glimlachen
Zijn kleren zijn vuil
Maar zijn handen zijn proper
En jij bent het beste
Wat hij ooit te zien kreeg

Ga liggen liefje
Blijf nog wat bij je man
Waarom nog wachten op het begin van een andere wereld
Hier is heerlijk voedsel, je kan ervan eten
Waarom nog langer wachten op de ware
Als hij hier voor je staat

Ga liggen liefje
Ga liggen
Op mijn grote bed
Blijf liefje
Blijf nu de nacht nog voor ons ligt
Ik verlang er naar je te zien in het eerste licht van de dag
Ik verlang ernaar je aan te raken in het donker van de nacht

Blijf liefje
Blijf nog even
Nu de nacht nog op ons wacht.

I threw it all away





"Nu we toch bezig zijn, kunnen we maar beter doorgaan." Zegt dichter.

Ooit
Hield ik haar in mijn armen
Zij zei me
Dat ze altijd bij me zou blijven
Maar
Ik was wreed, ik gedroeg me als een idioot
En
Ik vergooide het allemaal

Ooit
Hield ik hele bergketens
In de palm van mijn hand
Er stroomden rivieren
Elke dag
Ik moet wel gek geweest zijn
Ik heb nooit geweten wat ik bezat
Tot
Ik het allemaal vergooide

Liefde
Is alles wat is
Liefde laat de wereld draaien
Liefde enkel liefde
Dat kan niemand ontkennen
Je kan niet zonder
Neem dat aan
Van iemand die het probeerde
Zonder

Dus
Als je iemand tegenkomt
Die je al haar liefde schenkt
Neem dat ter harte
Laat niet wegglijden
Een ding is zeker:
Je zal gekwetst raken
Als je het vergooit
Als je het vergooit

Dichter schrijft de regels en kijkt naar de palm van zijn hand en telt de zandkorrels en glimlacht zowaar en zijn mondhoeken scheuren niet en Knorpot haalt de oude LP uit de hoes en onder een hemel van duizenden kleuren grijs gaan ze zitten kleumen terwijl de muziek uit de boxen knalt en ze drinken thee die het stille meisje hen brengt. Ze stelt geen vragen.

In de verte plooit de tijd zich naar binnen en in de vouw die ontstaat slaapt een universum in en de slaap is diep en zonder dromen.

Nashville skyline






Dichter loopt zacht te murmelen en het lijkt op zingen. Hij hertaalt Dylan en beleeft daar plezier aan.

Ik heb de roddels gehoord
Ik hoor ze zowat overal
Ik hoor dat je van plan bent
Me te dumpen

Het enige wat ik van je wil
Is dat je me vertelt
Dat het niet waar is

Dat een andere kerel
Je in zijn armen heeft
Doet me zo'n zeer
En lijkt me niet eerlijk

Ik heb gehoord
Dat je gezien bent
Met een een of andere man
Dat hij groot is, donker en knap
En dat jullie hand in hand lopen

Het enige wat ik van je wil
Is dat je me vertelt
Dat het niet waar is

Al deze vreselijke dingen
Die ik gehoord heb
Wil ik liever niet geloven
Ik wil alleen je woord
O liefste
Zeg me de waarheid
Zeg me dat het niet zo is

Het enige wat ik van je wil
Is dat je me vertelt
Dat het niet waar is

Knorpot grijnst en zegt " Tell me it isn't true uit Nashville Skyline. Wat een smartlap toch. Geef mij maar Girl from the North Country dat hij samen met de zwarte bard zingt. Dat gaat zo."

Als je ooit zou reizen
Naar de jaarmarkt in het Noorden
Waar de wind hevig is
Daar bij de grens
Maak dan dat zij die daar woont
Zich mij herinnert
Want ooit was ze mijn enige echte geliefde

Als je er ooit bent
Als de sneeuwstorm woedt
Als de rivier bevriest
En de zomer voorbij is
Zorg er dan voor
Dat ze een warme jas draagt
Om haar te beschermen
Tegen de huilende wind

Kijk er op toe
Alsjeblief
Dat ze haar haren lang draagt
Krullend en vloeiend tot haar borsten
Want zo herinner ik me haar het beste

Ik vraag me af
Of ze zich mij herinnert
Dikwijls heb ik gebeden
In het donker van mijn nachten
In het licht van mijn dagen

maandag 4 juni 2012

Slenterende dagen

Een dag slentert voorbij. Erger. Hij schuurt voorbij. Raspt mijn huid en ziel tot bloedens toe. Langzaam maar vastberaden. Ik wacht en wacht en wacht.
De richels waarop ik houvast zoek voor mijn vingertoppen en gekromde tenen zijn te smal en te glibberig. Ik speur naar haken die zijn achtergelaten op deze steile klim maar er zijn er geen. Ik ben hier heel alleen.

De graszoden die ik grijp zitten in losse grond. De bodem is drassig en spekglad. Ik zat weg. Ik glij weg. Ik grijp me vast, maar niets biedt houvast.

Ik hunker naar woorden en er komt alleen stilte aanwaaien.


Dichter schrijft in stille woorden die niemand leest.

Posttraumatisch

Boerken is geen filosoof. Hij is geen denker en geen spreker. Hij zwijgt graag. Hij luistert naar de mensen zoals naar het ruisen van de populier of het kabbelen van de trage stroom. Hij wandelt tussen de weides omdat hij ergens heen moet en zegt de dingen omdat hij ze zeggen moet. Hij is een Boerken.
Dichter zwemt in woorden en verdrinkt nu en dan in de zinnen en dan hapt hij naar adem.

Duizend kleuren grijs en een natte dweil

Zakenman zit in zijn Duitse bolide langs de kant met draaiende motor. De hemel is duizend tinten grijs en huilt en jankt in honderden soorten regen. Zakenman wacht en wacht op een telefoon en rond zijn strot grijpen de kille handen van de angst en de onzekerheid die hij zo haat.

Boerken zit in de hoge open stal te kleumen van de kou en vloekt en miljaart dat het vandaag even koud voelt als op kerstdag en dat dat 'van de kloten' is. Hij stapt naar het Donker Kot aan de andere zijde van de weides en de regen slaat als een koude natte dweil in zijn gelaat.

Dichter schrijft lange teksten want dit weer is zijn weer en de duisternis van de dagen is als de donkerte in zijn ziel.

zondag 3 juni 2012

Endless

Ik schrijf achterwaarts een leven tot geboorte en daarna volgt het eindeloze wit dat goed voelt en warm is en nergens eindigen zal omdat er geen einde is aan eindeloos.

Hij schrijft met een pen op papier in een moeizaam hakerig handschrift.