Binnen in het Donker Kot is het net niet donker want hier en daar brandt een kleine lamp. Het is er warm. Buiten waait de herfst en miezert November.
De hond ligt te slapen in de rosse gloed van de zwarte blokken hout die nasmeulen. Dichter drinkt rode wijn en doezelt weg. Honderden woorden sterven een dood. Elk woord wordt letterlijk.
De tergend langzaam meanderende levens van Droeve Dichter, Boerken, Oude Knorpot, Gladde Zakeman, Stil Meisje, Grijze Filosoof, Buurmans en de Trage Stroom.
vrijdag 16 november 2012
donderdag 15 november 2012
Stillevens.
"Er zijn dagen als deze. Dagen die lijken op andere dagen. Je zit in de auto en wacht. Je wikt de dag en de vorige en de volgende. Je vraagt je af of dit zo zijn zal. Of de stilte die voelt en weegt als een massief blok beton dat op mijn borstkas wordt gelegd terwijl ik op mijn rug in het gras lig, ooit zal voelen als zonnestralen in de lente, zo liggend in het groene gras. Ik zie het niet. Ik zie de leegtes, ik hoor de stiltes en het benauwd me. Het vernauIk schrijf het van me af en de bladeren vallen van mijn takken. Niemand merkt het of zegt het me. Ik blijf kaal achter en de winter komt. Soms, als een van mijn stekelige vruchten valt en iemand raakt, weet ik dat ik er nog ben, als boom. Iemand zegt 'au'. Iemand wandelt door de gevallen bladeren die in het kille nat van November op het asfalt liggen en gaan rotten, en niemand merkt de bladeren of de boom. De blikken staan elders. Op het verkeer, de etalages, de horloge.
Ik zit in de auto en wacht op de tijd en de tijd wacht op mij en wint altijd. Ik zit in de auto en kijk op de klok en wacht op 12 uur. Rond het midden van de dag verandert er niets. De tijd gaat door en kijkt niet om. De auto's rijden voorbij. De platanen verliezen hun vette bladeren. Ik kijk. Ik zie het."
Knorpot stopt het schrijven op zijn BlackBerry en stapt uit, wandelt rustig naar een restaurant in een stad in een land en gaat naar binnen. De ruimte is leeg. De tijd wijst nog steeds vooruit. De wanden zijn wit. De schilderijen hebben de tijd bevroren. 'Stilleven' mompelt Knorpot,"dood dus, want leven staat nooit stil."
De ober is saai en duf en werkt hier al 28 jaar, zegt hij zonder dat Knorpot erom vraagt.
Ik zit in de auto en wacht op de tijd en de tijd wacht op mij en wint altijd. Ik zit in de auto en kijk op de klok en wacht op 12 uur. Rond het midden van de dag verandert er niets. De tijd gaat door en kijkt niet om. De auto's rijden voorbij. De platanen verliezen hun vette bladeren. Ik kijk. Ik zie het."
Knorpot stopt het schrijven op zijn BlackBerry en stapt uit, wandelt rustig naar een restaurant in een stad in een land en gaat naar binnen. De ruimte is leeg. De tijd wijst nog steeds vooruit. De wanden zijn wit. De schilderijen hebben de tijd bevroren. 'Stilleven' mompelt Knorpot,"dood dus, want leven staat nooit stil."
De ober is saai en duf en werkt hier al 28 jaar, zegt hij zonder dat Knorpot erom vraagt.
woensdag 14 november 2012
Woorden
Woorden en zinnen zijn niet als de bladeren aan de bomen, die komen en verkleuren en vallen met de seizoenen. Ze zijn wat ze zijn als ze geschreven worden en blijven dat voor altijd. De wereld om de boom zal veranderen en de mensen die de boom zien en het licht zal elke dag anders zijn, en de wind, de regen. Maar de bladeren zullen, als ze groen geschreven zijn, groen blijven, voor altijd.
Daarom moeten schrijvers zo zorgvuldig omgaan met woorden en zinnen, ze moeten elke woord wikken en wegen en beproeven en betasten voor ze het gebruiken en ze moeten de volgorde van de woorden en de waarde van de woorden en de klank en de smaak van de woorden die zinnen worden voorzichtig opbouwen. Schrijven is voor eeuwig.
Gesproken woorden zijn niet als de bladeren aan de bomen. Ze zijn als de wind. Zo vervlogen en vergeten.
Voorspellingen.
Boerken en Knorpot en Dichter praten luid en met brede gebaren en hoogtes en laagtes in hun stemmen en de fles jenever zakt gestaag. Ze hebben het over voorspellingen en Boerken zegt dat als hij voorspelt dat het weer morgen zal zijn als vandaag, hij er vaak pal bovenop zit en Dichter zegt dat dat niet voorspellen is, maar een truuk toepassen en Knorpot zegt tegen Dichter dat alles een truuk is, dat elke voorspelling niets meer is dan een projectie van wat iemand ziet of denkt, dat Dichter dat zou moeten weten, want dat er een tijd was dat Dichter altijd voorspelde wat hij droomde en dan zwaar teleurgesteld werd als dat niet gebeurde en omdat hij een dromer is, liep hij van de ene teleurstelling in de andere en dat Dichter daarna zijn teleurstellingen ging voorspellen en dat hij daardoor voortdurend zwaarmoedig was en de beren al op de weg zag nog voor ze er lagen en dat telkens een voorspelling uitkwam, Dichter dus triestiger werd en 'zie je wel' ging zuchten en dat als de zwaarmoedige voorspelling niet uitkwam, Dichter de schouders optrok en zei dat het wel nog komen zou, dat dit slechts uitstel was. En dan gaat Knorpot door over zichzelf vervullende voorspellingen en de zin en onzin daarvan en over dat mensen, zoals Dichter, leven van de en compensatie naar de andere, als een slinger.
Dichter vindt het nonsens en drinkt thee. Boerken staart naar buiten en Knorpot dramt verder terwijl niemand luistert.
dinsdag 13 november 2012
zondag 11 november 2012
Puur en de woorden
Dichter denkt en aarzelt en wikt en weegt de woorden die hij wil gebruiken op een apothekerschaaltje.
Zorgvuldig en geduldig. Hij proeft ze een voor een, maakt ze schoon en spoelt ze. Als een kok die in de keuken zijn ingrediƫnten uitkiest en klaar zet om er straks mee te koken. Dichter kiest de woorden om er straks zinnen mee te maken en beelden.
Soms verbeeldt Dichter alleen maar: eerst was er niets en dan kwam Dichter en hij schreef zich een beeld.
Vandaag is zo'n dag waarop Dichter beschrijft wat hij mocht zien en voelen en horen en proeven en tasten en daarom dreigt hij de woorden niet te vinden deze keer. Ze zijn te grof. Of lijken dat.
Dichter zucht en heft het potlood en wil schrijven.
"Nu niet", denkt hij. Soms zijn beelden te vers en te fragiel nog. Te vloeibaar en klaterend als een bergbeek in de lente als de sneeuw in de bergen smelt en als ijskoud water langs de hellingen omlaag snelt. "Ooit kan ik dit schrijven", denkt Dichter. Het zijn nog niet zijn beelden, nu. Niet van Dichter. Of was het Knorpot. Of Boerken.
De beelden zijn nog te wild en ontembaar om zich in woorden te laten vangen en vatten.
Mensen rond een tafel met goddelijke drank uit Frankrijk die parelt en smelt in je mond en juicht en je geest verscherpt in roezigheid en die je appetijt aanwakkert en pure spijzen. Pratende mensen en lachende mensen met hun hart en ziel open en op het bord op de tafel en in het geslepen glas.
Ze babbelen en hun verhalen waaieren tot onder de kastanjelaar die vurig oranje is in de vroege Novemberzon. "Oranjer dan een Nederlands dorp tijdens de wereldbeker voetbal", zegt Knorpot en Boerken kijkt op.
Dichter prevelt wat over ontmoeten en ont-moeten en de definitie van het begrip Puur. De dag kabbelt verder voorbij als een rustige beek in de polders tussen de wilgen en de polulieren.
Zorgvuldig en geduldig. Hij proeft ze een voor een, maakt ze schoon en spoelt ze. Als een kok die in de keuken zijn ingrediƫnten uitkiest en klaar zet om er straks mee te koken. Dichter kiest de woorden om er straks zinnen mee te maken en beelden.
Soms verbeeldt Dichter alleen maar: eerst was er niets en dan kwam Dichter en hij schreef zich een beeld.
Vandaag is zo'n dag waarop Dichter beschrijft wat hij mocht zien en voelen en horen en proeven en tasten en daarom dreigt hij de woorden niet te vinden deze keer. Ze zijn te grof. Of lijken dat.
Dichter zucht en heft het potlood en wil schrijven.
"Nu niet", denkt hij. Soms zijn beelden te vers en te fragiel nog. Te vloeibaar en klaterend als een bergbeek in de lente als de sneeuw in de bergen smelt en als ijskoud water langs de hellingen omlaag snelt. "Ooit kan ik dit schrijven", denkt Dichter. Het zijn nog niet zijn beelden, nu. Niet van Dichter. Of was het Knorpot. Of Boerken.
De beelden zijn nog te wild en ontembaar om zich in woorden te laten vangen en vatten.
Mensen rond een tafel met goddelijke drank uit Frankrijk die parelt en smelt in je mond en juicht en je geest verscherpt in roezigheid en die je appetijt aanwakkert en pure spijzen. Pratende mensen en lachende mensen met hun hart en ziel open en op het bord op de tafel en in het geslepen glas.
Ze babbelen en hun verhalen waaieren tot onder de kastanjelaar die vurig oranje is in de vroege Novemberzon. "Oranjer dan een Nederlands dorp tijdens de wereldbeker voetbal", zegt Knorpot en Boerken kijkt op.
Dichter prevelt wat over ontmoeten en ont-moeten en de definitie van het begrip Puur. De dag kabbelt verder voorbij als een rustige beek in de polders tussen de wilgen en de polulieren.
donderdag 8 november 2012
De essentie
Zakenman parkeert zijn auto onder de bomen die oranje zijn en rood en gelig. Het licht is diepgrijs en de lucht staat bijna stil en bevriest de takken en de bladeren die zich nog even weten vast te klampen voor de wind ze straks losmaakt. Zakenman kijkt op zijn horloge die hij net niet vinden kon en waarnaar hij koortsachtig zocht, het zweet druipend langs de rug. Hij is ruim te vroeg.
Zijn hoofd voelt alsof er hele dozen watten in gepropt zitten en zijn keel schroeit en schuurt en onder zijn vel woelt koorts als een nest mieren. Hij tracht zijn gedachten te vatten in woorden en hij probeert wat hij straks wenst te bereiken te vatten in hapklare brokken, maar hij voelt enkel zijn zure keel waarin de etter uit zijn kop druipt en de zoemende hoofdpijn en de dempende watten en hij leunt achterover en kijkt naart buiten en ziet de bomen en de grijze lucht van November en hij voelt hoe een geruststellende weemoed hem bij het strot grijpt en zijn nek en schouders masseert.
Zakenman neemt zijn Iphone en schrijft die 5 woorden die de essentie vatten van de dag en het Leven, stapt uit, ademt de boslucht diep in de ruisende longen en stapt naar het gebouw af. De weemoed waait weg met de trage wind. Er is stilte.
Zijn hoofd voelt alsof er hele dozen watten in gepropt zitten en zijn keel schroeit en schuurt en onder zijn vel woelt koorts als een nest mieren. Hij tracht zijn gedachten te vatten in woorden en hij probeert wat hij straks wenst te bereiken te vatten in hapklare brokken, maar hij voelt enkel zijn zure keel waarin de etter uit zijn kop druipt en de zoemende hoofdpijn en de dempende watten en hij leunt achterover en kijkt naart buiten en ziet de bomen en de grijze lucht van November en hij voelt hoe een geruststellende weemoed hem bij het strot grijpt en zijn nek en schouders masseert.
Zakenman neemt zijn Iphone en schrijft die 5 woorden die de essentie vatten van de dag en het Leven, stapt uit, ademt de boslucht diep in de ruisende longen en stapt naar het gebouw af. De weemoed waait weg met de trage wind. Er is stilte.
Abonneren op:
Posts (Atom)




