zondag 7 april 2013

Duvel in een glas

Terwijl Dichter zichzelf wentelt in de wittige bloem van het Grote Lijden en het Volmaakte Zelfbeklag en Knorpot met zijn zielloze bestaan geen blijf weet en is als een marmeren blok ergens in een atelier waarin niemand een beeld ziet, heeft Boerken in de zon gewerkt. Hij heeft de paarden hooi gegeven en water en de bollen mest uit de stallen gehaald en daarna heeft hij geveegd. De wind is luw en de windwijzer toont Zuidoost. Boerken zit in een lage stoel bij het gras en heeft zich een Duvel uitgeschonken die hij bij Knorpot gehaald heeft die aan zee de tristesse zit uit te beelden en Dichter lag te slapen op de bank en Stil Meisjes zweeft langs haar Trage Stroom waarin ze geboren is. Boerken zit in de zon, drinkt zijn Duvel en kijkt naar de paarden en voelt geen drang tot grote gevoelens weet dat het goed is zo.

Sent via BlackBerry offered by Proximus

Golfbreker

In de luwte van de windschaduw van de golfbreker, met de rug tegen het opgewaaide witbeige droge zand dat koud is, zit Knorpot met de ogen dicht en de ziel open en zijn huid tintelt van de zon en verkruimeld als oud papier. Hij verdwijnt van de wereld en glipt tussen de dimensies van tijd en ruimte tot een niets. In zijn oren dreunt in een niet aflatende lome bass met een riedeltje piano, Massive Attack en de slaap is een deken. Rechts van hem schreewt de zee bulderend en ontembaar. Links van hem fluisteren de duinen en kreunt het binnenland zeurderig. De geluiden verdwijnen en de zee en de hemel en het strand en het koude zand en Knorpot wordt schaduw en ontastbaar. Hij schuwt het licht. Zijn huid is van weerbarstig leder. Hij proeft het zout op zijn lippen. Knorpot is de meeuwen in de lucht. Knorpot is de slaap en het wekken. Hij is een zuil van zand en zout. Hij is een zak klotsend water. Hij heeft honger en de kilte dringt in zijn botten. De zon kan zijn bloed niet warmen. Hij is een reptiel. Hij is marmer.

Sent via BlackBerry offered by Proximus

Sweet little

Ze is een kat in het donker en dan is ze het donker. Ze legt het hoofd in de hals en vangt de zon en dan is de zon. Ze is een golf in zee en dan is ze de zee. Ze is een vlinder van bloem naar bloem. Ze is de wind. Ze beloofd de hemel en je gelooft het. "Ben je donker genoeg om in mijn schaduw te leven" vraagt ze. Ze is een teken aan de wand. Ze is de hemel. Ze is de wolken en de maan. Ze is de golven die breken op het strand. Ze is het strand. "Ben je licht genoeg om door me gedragen te worden over de polders en de bossen" vraagt ze. Ze heeft geen medelijden. Ze valt en staat op. Ze fluistert altijd. Ze is de zon in het Oosten en het Zuiden en het Westen en ze is de kilte van het Noorden en de hitte van het Zuiden. Ze is het begin en het einde. Ze is een kat in het donker en daarna is ze het donker. Ze schrijft je naam in de sterren. Ze schrijft je leven in de wolken. Ze houdt je wakker in de nacht. Ze is de nacht. Ze is niemand tot je haar ziet en haar aankijkt en je verdwijnt in het donker. Ze is een blad in de lente. Ze is de lente. De zomer en de herfst en jij bent de winter. Ze noemt je geweldig en daarna zweeft ze weg en staar je haar na. Je gelooft in mirakels en in het lot en je vraagt je af waarom. De trommels aan de horizon. De tekens aan de wand. De woorden in de geschriften. Het zout op het strand. Ze is een betovering. Ze is een een zachte bries in de ochtend en dan is ze de dag en laat jz achter in de nacht. Je grijpt naar haar en ze is wind, je wil je aan haar klampen en ze wordt een lichtstraal. Ze wil je aan haar warmen en ze is de Noorderwind. Je wil haar drinken en ze wordt steen. Je went je hoofd af en daar staat ze en ze glimlacht en reikt je de hand. "Kom" zegt ze. Je stapt op haar toe, strekt je hand en je wordt wakker. Het leven tolt. De woorden die je niet uitspreekt.


Sent via BlackBerry offered by Proximus

Eeuwig gedroomd

Dichter droomt zich een trage rivier met lage dijken in een brede en groene polder. Hij zit naast Stil Meisje bij het water in plooibare stoeltjes en als hij 'plooistoelkes' zegt, proest ze van het lachen. Ze drinken champagne uit plastieken coupjes die hij in zijn rugzak heeft meegebracht. Ze praten en dromen in de droom en de brede rivier neemt hun woorden mee en hun beelden en dromen over groene bergen en eeuwige dagen en een gedroomd bestaan zonder zorgen. Hij kijkt in haar ogen die de kleur hebben van het water en de zon streelt haar gelaat en warmt zijn lijf, zijn spieren en bloed en hij is loom en dromerig in de droom. Hij legt zijn hand om haar onderarm en het voelt als thuis komen na een lange reis. Niets zal de droom openbreken. Ze kunnen hier eeuwig blijven. De droom zal hen koesteren en zij de droom. De zon buigt naar het Westen en uit het Oosten blaast een schrale wind langs de rivier. Meisje neemt een extra trui en Dichter legt zijn arm om haar en kust haar op het voorhoofd. In een droom vallen zij stil in slaap en dromen van brede rivieren en groene polders en van eeuwigheid. In een droom fluistert Dichter: "Laten we dit schrijven in woorden die nooit gewist worden, want dan zullen we woord worden in de droom en eeuwig gedroomd worden." Meisje knikt.

Sent via BlackBerry offered by Proximus

zaterdag 6 april 2013

Lava

Dichter schrijft met houtskool op witgekalkte muren en tekent en wrijft en stampt en huilt en beukt en buldert en tenslotte gaat hij onder zijn woorden zitten op de grond, het hoofd achterover in de flauwe zon.

"Je doet iets met me
Iets goeds
Ik wandel door vlammen
Op zoek naar vuur
Ik ben een wilde wingerd
Ik wacht
Wachtend
In de vlammen
Je doet iets met me
Ergens diep in me
Ik wandel door zee
Op zoek naar water
Dicht bij jou
Jij dicht bij mij
Jouw water
Jouw vuur
In een wolk van stoom
Je doet iets met me
Iets goeds
Ik ben een wilde wingerd
Ik wacht
Wachtend
Ik zweef op de wind
Op zoek naar adem"

Hij ademt traag en braakt lava.


Sent via BlackBerry offered by Proximus

Vlaanderen

Hij neemt een hamer en een nagels en planken en alles wat hij vinden kan aan deuren en platen hier op de boerderij en een zaag en timmert iets dat op een hok lijkt zoals alleen boeren dat kunnen, zonder plan en zonder gevoel voor schoonheid. Als het klaar is, lijkt het rijp voor de sloop. De stal heeft geen doel. Het is bezigheidstherapie. Het is de aangeboren neiging tot het construeren van hokken met resten die Boerken in zijn genen draagt al honderden generaties lang. Boerken ziet het niet en merkt het niet en timmert en meet en past als een kind met blokken.
Zo is Vlaanderen geboetseerd. Elke straat, elk dorp en alle dorpen aan elkaar.


Sent via BlackBerry offered by Proximus

vrijdag 5 april 2013

Wereldoorlogen

"Mijn vader heeft de tweede wereldoorlog meegemaakt", zegt Knorpot ineens en hij smakt met zijn lippen en kijkt naar de tornado van luchtbelletjes in zijn Duvel die goudgeel oplicht bij de vette vlammen in de haard. Meisje zit naast Dichter wat verderop, hand in hand en dicht bij de haard zit Boerken, meer slapend dan wakker.

"En mijn grootvader was kind in de grote oorlog, waarin 70 miljoen soldaten meevochten in de grootste waanzin ooit. 5 miljoen onder hen stierven ergens in de modder of in een loopgraaf of in een onzinnige en uitzichtloze bestorming van de vijand. Ik word ziek en triest en woest als ik daaraan denk. Mijn grootvader is dood. Mijn vader heeft zijn verhaal geschreven en ik ga ooit het verhaal schrijven over het schrijven van dat verhaal en mijn verhaal daarover en mijn versie van de feiten, zoals ik denk dat ze beleefd werden.
Later. Als ik daar klaar voor ben. Toen ik geboren werd, besef ik nu, was die oorlog amper 18 jaar voorbij en dus nog zo aanwezig. Ik heb dat nooit beseft. Toen ik geboren werd woedden de restanten ervan nog na in het verre Oosten. De atoombommen op Japan vielen amper 18 jaar voor ik geboren werd. Ik ben een kind van oorlogskinderen. Mijn vader was een vluchteling. Mijn grootouders lieten hebben en houden en hun piepkleine winkel achter en vluchtten samen met honderduizenden andere radelozen die de vorige oorlog nog niet vergeten waren, naar Noord Frankrijk. Blind. Bang. Opgejaagd. Mijn vader in een kromme slepende en versleten kinderwagen. Tussen wat mondvoorraad. Vluchtelingen. Toen ze terugkeerden was de winkel geplunderd."

Boerken zit zo stil dat hij van steen lijkt en Dichter staat op en gooit een extra blok hout op het vuur.

Sent via BlackBerry offered by Proximus