woensdag 31 juli 2013

Donker

Boerken loopt over de weides in de polder als verloren gedachten in de geest van Dichter die in zijn Donker Kot zoekt naar woorden zoals Boerken zoekt naar de sporen van iets zonder te weten wat en zelfs te weten dat hij zoekt zoals Dichter aarzelt de woorden die hij schrijven wil neer te schrijven zodat ze verloren gaan en wegvliegen in de wind zoals de gedachten van Boerken die nergens aan denkt terwijl de dag glijdt van de ochtend tot de avond en in de avond komt Boerken binnen en drinkt jenever en gaat Dichter naar buiten om er te zwerven van de avond tot de ochtend in het donker en de stilte van de nacht die ontastbaar is en onaantastbaar en kil en vast als graniet en vloeibaar als de inkt waarmee hij de woorden niet schrijft die hij 's nachts bedenkt en tot mooie zinnen haakt die gedachten blijven en als hij binnenkomt uitgemergeld door de nacht en bleek van het donker en met kool rond de ogen en een stem geraspt door vermoeidheid en schreeuwen tegen de Trage Stroom bekijkt Boerken hem en wil wat zeggen en zwijgt en gaat naar buiten.

Sent via BlackBerry offered by Proximus

eigen kleur


Je eigen kleur

O ik schrijf nog steeds
van tijd tot tijd
met die blauwe afgebeten bic

Mijn zinnen schrijven nog steeds
je naam
vind je dat vreemd?

Heb je ze gevonden,
daar in die nieuwe wereld,
je eigen kleur?
Heb je het er koud?
Ben je bang, soms?

Je zei dat alles slijt
Wat heb je dat fout

Ja, ik komt nog wel eens aan zee
Maar ik wandel niet tot op het strand
Onze naam staat er in het zand, ik weet waar
Maar het doet te veel zeer

Heb je ze gevonden,
ver weg van onze warme dromen,
je eigen kleur?

Heb je het daar koud?
Ben je er eenzaam, soms?
Je zei dat alles slijt
Wat heb je dat fout

Naast elkaar bij het water,
ik droom nog steeds
Van de warme wind
op een groene Spaanse berg
en onze eigen kleur
als we er één zouden zijn
Ik droom het nog steeds

De dag breekt aan...nog steeds

Heb je ze gevonden,
ver weg van onze warme dromen,
je eigen kleur? Heb je het daar koud?
Ben je bang van het onweer, soms?
Je zei dat alles slijt
Wat heb je dat fout

Heb je ze gevonden,
ver weg van onze warme dromen,
je eigen kleur?

Je zocht ze in die nieuwe wereld
Wat heb je dat fout

Ik droom het nog steeds
Ik droom nog steeds
ik droom nog
ik droom

Gras ontvlamt tekst woorden



Bruine suiker. Polaroid beelden op mijn breekbaar slapen. Jong hout. Groene takken. De wolken lijken met een te grove borstel opengestreken met te droge verf op droog blauw. De zon likt mijn vel.

Welkom, zeg ik. Wat doen je hier? Wat doen wij hier? Ik wacht op de nacht. Mijn glas is gebroken. Scherven in het natte gras.

Naadloos ontvlamt het gras in tekst.

maandag 29 juli 2013

Traag

De Trage Stroom neigt naar het Noorden en neemt de zon mee op een stoet van zware wolken die traag van horizon naar horizon glijden.
Op een bank langs de stroom zit Dichter bij Meisje. Ze praten en hun woorden zijn als de pluizge zaden van pisblommen in de wind.
"Ooit droomde ik van de einder", zegt Dichter. "En ik deelde mijn dromen met jou. En jij luisterde. Ik droomde van de einder, maar het was me om de droom te doen. Jij luisterde naar mijn dromen en wou echt naar de horizon. Wat niet kon. En wat je pijn deed. En ik wou je begrijpen. Ik wou je helpen."
Het water glijdt naar Zee. 
"Tot je begreep dat het een droom was. En jij droomde die droom ook. In mijn honger je te helpen en je pijn weg te nemen, wou ik de Einder grijpen en hem je geven. Mensen bereiken de horizon nooit. Het werd een obsessie. Ik ben vergeten te dromen van de horizon. Ik wou de hoizon bereiken."

"Mijn voetzolen zijn stukgelopen, mijn spieren janken van de pijn en zijn stram en ik ben je vergeten en verloren onderweg."

Meisje zwijgt nog even. Grijpt dan zijn kin en dwingt hem naar haar te kijken en ze glimlacht.

"Sssssst" zegt ze. "Ik ben hier toch. Vergeet de horizon. Vergeet je voetzolen, je stramme spieren. Kijk naar me. Kijk hier naar binnen. Je bent me niet veloren, want ik heb je nooit los gelaten."

Dichter legt zich klein en broos neer op de bank, zijn hoofd in haar schoot. 
Hij sluit de ogen en slaapt bijna in.

Het wordt middag.


Sent via BlackBerry offered by Proximus

vrijdag 26 juli 2013

Olijfboom

De zon schijnt maar schijn bedriegt en ik droom maar dromen zijn bedrog. De takken van de bomen raken de wolken en scheuren ze open als waren het de gespannen buiken van drachtige schapen die nu kermend bleek leeg regenen. Ik ben bang van de stemmen. Ik ben een donkerte.
Een oude olijfboom. Iets dat snel vergeten is. Even denken. Ik had iets waarmee ik het vergelijken kan, maar ik ben het alweer kwijt. Als ik de gedachte eens lang genoeg kon vansthouden om te begrijpen. Grijpen. Rijpen. Fluisteren. Luisteren. Ik ben een letter minder of meer. Slang. Lang. Zee. Zeer. Zever. Ever. Eer. Er. Ver. Veer. Veder. Verder. Verderf. Meer ben ik niet. En niets. Het is altijd mijn schuld. Je zag het. Ik zag het. 

Het gebeurde al lang geleden. Enkel de tijd moest er overheen. Het is niet eenvoudig. 

De regen trekt een dunne lijn over mijn gelaat en laat me achter. Achteloos veeg ik de regen weg die langs mijn kaken stroomt en mijn mondhoeken drukt. Mijn keel is droog en mijn mond smaakt vies. Ik moet dringend drinken. Ik waai. Van de dijk. Ik spoel in het water van de Trage Stroom en ben vergeten hoe zwemmen ging en adem water en ben geen vis en dan doet eerst iemand het licht uit en daarna wandel ik in het licht. Ik drink water uit een fles. Ik drink het leven. Het leven heeft me gedronken. 

Het is wachten. Ik ben wachtend. Ik wacht. Verwachten doe ik niet. Wie niet verwacht is dood, zegt de dokter en ik trek de schouders op. Te hoog want mijn kop rolt er af en ik zie hoe ik over mijn eigen stomme kop struikel.

Sent via BlackBerry offered by Proximus

Huid

Mijn jodelende huid is van leer en ik roffel als een trom. Ik wou dat ik een pistool was, geladen en wel. Een flits licht. Kruidig. Een lange file naar de zon. Een dorre boom. Een barre droom. Een boze brief.

Een lief schrijven. Smekende woorden die nooit meer verdwijnen. Gekrast met een naald in metaal. Met een beitel gezet in graniet. Iets met steen. Een steen. Ik ben de steen.

Ik sluit mijn ogen even en het is al voorbij. Ik ben niets. De Zee slokt me op. Ik dacht een druppel te zijn maar in de Zee is een druppel enkel Zee en je kan de zee niet zijn. Je bent dus niets.



Sent via BlackBerry offered by Proximus

Dokter

Mijn geest is ok maar mijn lijf doet zeer of was het omgekeerd? Vraag het de dokter daar hangend aan een touw in de slapeloosheid. Ik heb nergens een plek en ben niet onderweg, dokter. Zeg het me.
Ik ben een zondaar. Vergeef me dokter. Er is zoveel dat ik niet vat en begrijp. Elk antwoord baart een nest vragen. Dokter? Priester?
Ik ben een valies. Vol gedragen kleding stinkend naar mens. Ik ben een trilling in het heelal. Gisteren. Ik ben gisteren.
Een kerktoren tussen de bomen. Ik kam mijn denken. Ik ben een twijfel. Tussen jij en ik dokter, wat zeg ik?

Ik ga los. Geen schroeven. Geen verbazing. Het kan. Geen leeftijd. Geen tijd. Het komt nooit weer. Dokter? Komt het terug? Neen he.
Zonde. Blijf maar hangen daar aan dat koordje in mijn wakkere bestaan dat ik droom. Ik ben een riff. Nile Rodgers. Hoor je me dokter? Le Freak ben ekkik.

Brandend. Ik zoek. Ver weg ben ik. Zie je me. Zwaai even. Ik zie je. Je huilt? Waarom? Je lacht? Waarom lach je? Het leven staat stil. Ik ben een bal brandende pijn. Waarom lach jij dan?

Dokter? Waarom kan ik niet lachen? Waarom kan ik geen lach verdragen? Wat is die brandende bal? Wat is die pijn? Heb je een pilleke?

Dokter. Ik heb hier nog wat tranen. Ze zijn bang. Kan ik er iets mee? Meteen uithuilen? Sparen? Vertel me eens iets daar bengelend in mijn slapeloze nachten. Ik zie het in je ogen. Heb je ogen? Wacht even. Mijn telefoon roept. Hallo? 

Dokter. Mijn hart klopt. Ik voel elke klop. Is dat ok? Dokter? Waarom zwijgt u? Moet ik eerst wakker worden in mijn droom of inslapen in mijn waken in mijn droom of waak ik alleen maar? Hoe kan ik het weten? Wat overkomt me allemaal? 


Sent via BlackBerry offered by Proximus