Posts tonen met het label Zondag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zondag. Alle posts tonen

zondag 12 juni 2011

Schrijven met leegtes

In de luwte van de namiddag en onder het ruisende lover van de grote
populier zit ik in een witte verweerde kunststoffen tuinstoel bij de
emmers die zich vullen met water. De paarden wachten, elk op hun
weide, geduldig en nippen nu en dan, slobberend.
De hemel is egaal grijsblauw nu en er onder hangen donker blauwe
uitgerokken wolken die vanuit het westen over me heen glijden. Bijna
onmerkbaar traag.
In het dichte bosje naast de weides hoor ik tientallen vogels en ik laat
alle geluiden en fluiten samensmelten met het ruisen van de bladeren
en de slaap die mijn kop vult. Het water loopt traag en met datzelfde
slenterende tempo sloffen gedachten voorbij. Ik doezel in.



Klotsend loopt een emmer over.

De hemel

Het is nu bijna half twaalf. De stilte van wind en ruisend lover en mussen, eksters, vinken, koekoeks, houtduiven en suskewieten, wordt doorbroken door het scherpe geklingel van de klokkentoren wat verderop.

De plaatstelijke sekte roept zijn nog 30 gelovigen op zich te spoeden en zich te verenigen in een wereldvreemd ritueel en laat dat horen aan alle omwonende ketters, die niet komen opdagen en alweer een kans verkeken hebben op eeuwig leven en rijstpap met gouden lepelkes tussen tantes nonneke en nonkels pater op de wolkjes van de hemel waar God woont met zijn lange witte baard omgeven door engelkes met mooie witte duivenvleugels.

Het duurt een goeie tien minuten, dat haastig geklingel van een enkele en veel te kleine klok. De klepel slaat in een bizar en storend ritme. Tot die de laatste keer de klok raakt. En dan begint de eredienst. Ik wens hen het allerbeste later, in de eeuwig leven.

Boven aan de schoorsteen maken twee mussen ruzie. Op de weides jaagt een kievit op een paard en holt een donzig kuiken verdwaasd tussen de hoge grassprieten. Vanuit het Noordwesten glijden plukken watten langsheen de hemel. Ik zwaai naar de gelukkige zielen die daar leven van rijstpap en eeuwige vreugde. Ze zwaaien niet terug.