zondag 8 juli 2012

Carpe Diem

Boerken is het Donker Kot binnengekomen krom lopend omdat hij een zware zak aardappelen draagt in zijn rechterhand. Hij kwakt de zak op de keukentafel en gaat dan bij Dichter zitten bij het raam aan de verweerde tafel en samen kijken ze buiten en ze zeggen niets. Dichter schrijft en telkens hij een nieuw blad neemt, schuift hij het verse schrijven naar Boerken die het leest.

In de keuken spoelt het Stille Meisje samen met Knorpot de aardappels schoon terwijl ze witte wijn drinken. Daarna kieperen ze ze in de schil in een ruime kom.

Ze schuiven mee aan tafel en Meisje pelt verse garnalen die Gladde Zakenman deze ochtend heeft meegebracht uit een van de steden die aan de Noordelijke Zee liggen. Hij bracht ook overheerlijke witte wijn.

Terwijl Boerken leest en Meisje garnalen pelt en Dichter schrijft, gaat Knorpot in de tuin en hij komt terug naar binnen met een weinig tuinkruiden.

Boerken leest over Herfstige Dagen en Fluisterende Tovenaars en over Bergen en Dalen en de mensen die daar wonen in Donkere Wouden en op Flanken in de Zon en hij leest over de Bomen van Wijsheid en de Polders van Stilte en de Noordelijke Zee. Hij leest over de Ijskoningin en haar Vriezende Adem en hij leest over de Dood en het Krampachtige Leven. Hij leest over de Verhalen van de Fluisterende Stenen en de Tekens in de Hemel. Hij leest over de Steigerende Paarden en de Rite van de Zon en het Janken naar de Maan. Hij leest over Wolven en Gazelles, over Koortsdromen en Nachtmares. Hij leest over Goden en Duivels en Godenkinderen die gebaard worden door de Hemel of de Zee en die Ogen hebben als Water en die praten als het Ruisen van de Bomen en hij leest over Engelen met prille vleugels en Mensenkinderen die zich laven aan de Engel en dan niet ophouden en de Engel vernietigen en doden in een Oneindige Orgie en zo Het Einde van de Wereld en Haar Mensen bewerken en alleen de Zon blijft.


Ondertussen zijn de aardappels klaar en Meisje en Knorpot snijden er de top af, als een dekseltje en de bodem, zodat ze kunnen staan en hollen sommige wat uit, en met het binnenste maken ze wat pure waartussen ze de garnalen mengen met wat kruiden en dan vullen ze de aardappels ermee. Warm en koud. En de andere snijden ze wat open en ze laten er gesmolten boter van Boerken overheen lopen met kruiden en knoflook en ze drinken er de zalige witte wijn bij en ze klinken op Het Leven en op Zakenman die er niet is en wellicht ergens zit te werken in de hoop er beter en gelukkiger van te worden.

Boerken leest voor:

Die dag
Was Lang
En Duurde
Van de Ochtend
Tot de Avond
En de Nacht

Die dag
Verscheen
De Engel en
Niemand
Wist

Die dag
Was als
Een dag

Daarna
Werd
Alles
Anders
En
Niets
Bleef
Hetzelfde

Die dag
Duurde
Van de Nacht
Tot de Ochtend
Tot de Noen
Tot de Middag
Tot de Avond
En de Nacht

Die dag
Werd geschreven
Door niemand

Niemand
Schreef
Die dag



zaterdag 7 juli 2012

Dendermonde en dromen

Nooit heb ik het plan gehad een pamflet te schrijven. Dit is geen pamflet. Geen programma. Dit is een bedenking. Een opwelling van gezond verstand. Maar dit is ook een vorm van protest. En een goed bedoelde aanbeveling. Een droom misschien.

Ik woon aan de rand van de stad die me inhaalt en insluit en versmacht. De stad rukt op en overspoelt me. Waar eens velden waren leggen zich wegen neer als littekens in het landschap. De auto's razen erover rond de stad. Het lawaai rolt over de weinige velden mijn tuin binnen.

In de weinige groene zones die de kern van deze stad resten worden mastodonten van loodsen neergepoot en auto-showrooms en mijn tuin en weides worden steeds kleinere eilandjes in die blinde vloedgolf.

Verwijt ik de beleidmakers wat? Wie ben ik om vanaf de zijlijn toe te kijken en commentaar te geven. Ik wil niet mee te werken aan verzuring. Ik was en ben geen beleidmaker. Ik ben een mondig burger.

Hoe kunnen we jonge mensen aanzetten in de kern te komen wonen en er zich goed te voelen? Welke initiatieven kunnen we ontwikkelen om te weten wat de mensen die in de stad wonen werkelijk willen en wat we hen bieden kunnen waaraan ze misschien nog niet gedacht hebben?

Communiceren! Net zoals bedrijven klantgericht moeten gaan denken nu we door de media en middelen die we voluit kunnen gebruiken allemaal mondiger en beter geinformeerd worden, moet een stad burger-gericht gaan denken. Een CEO zou een Customer Exericience Officer moeten zijn. Was dat niet het grote geheim van meneer Jobs? Een stad zou een Citizen Exericience Officer moeten hebben. Die ervoor zorgt dat de mensen zich thuis voelen en tevreden. Dat vraagt om-denken. Van uitvoerende processen naar burger-gericht denken. Bij alles de interactie met de burger centraal stellen. Dat is best lastig. Steden in Nederland (daar ga ik weer) besteden miljoenen aan programma's en systemen om zo te leren denken en handelen en ervoor te zorgen dat dat burger-gericht denken en handelen een blijvend proces is. Een permanent groeiend geheel. Evolutief. Want de burger blijft veranderen. Trends komen en gaan. De media veranderen. Dat klinkt allemaal heel abstract, maar als je dan die Nederlandse gemeentes gaat bezoeken en bekijkt wat die doen voor, maar vooral samen met hun inwoners, dan sta je met open mond te kijken en denk je: wooow, zo kan het dus ook.

Ik woon aan Het Hoogveld. Dat wordt industrieterrein. Vraagt men mij wat men kan doen om de stad aantrekkelijker te maken voor jonge mensen? Jonge gezinnen? Neen. Dat vraagt men me niet. Maar ik doe maar even alsof. Mijn antwoord is dan: doe dat bedrijventerrein maar niet.

Doe met dat beetje groen binnen de ring wat anders. Natuurlijk speelt hier eigenbelang. Ik woon er. Ik kijk uit op dat beetje groen. Ik heb geen zin om binnenkort op een of andere loods te kijken. Ik heb hier paarden lopen op het laatste beetje weides die me ontnomen worden binnenkort.

Wat denk je. Maar ik ben een goede burger. Ik denk niet alleen aan mezelf.

Ik zou rond dat ene mooie kasseiwegje dat daar ligt, een Trendy Oase maken. Omzoomd met bomen. Populieren. Wilgen. En ik zou er het laatste beetje boer kinderboerderij laten zijn. En ik zou trendy hofjes maken. Want tuinieren is in.

Mensen willen terug naar vroeger. Naar echt. Met daartussen trendy clubs waar je iets kan eten en drinken. Een boomgaard. Serres. Waar je je eigen boom kan hebben, je eigen plekje in de serre. Je kan er met de fiets in. Of met karren. Of met kruiwagens. Ik wil er gerust bij aansluiten. Ik hoef mijn beetje groen echt niet voor mij alleen. Workshops tuinieren. Tuinfeestjes. Een smid. Een boer. Echte dieren. Echte fruitbomen. Een tractor. Laat die laatste boeren die ons resten ons helpen. Maak een aansluiting tussen de jeugd en de oudere bevolking in het doorgeven van tradities en weetjes en kennis en kunde.

Ik zie hoe de kinderen hier openbloeien tussen onze paarden en hooi en stro. Tussen gras en modder. Hoe ze vol bewondering naar de tractoren staren die het hooi brengen, geladen op die grote platte karren. Hoe de boeren fier de kinderen in de tractor helpen. Blij zijn nuttig werk te doen en daar appreciatie voor te krijgen. Hoe ze raad en daad geven. Ik zie hoe mensen paardenmest komen halen om in hun tuin te gebruiken.

De nieuwe Trendy Tuinen. Onderwijs. Integratie van jong en oud. Jonge gezinnen. Kansarmen.

Stel je voor dat het stadje D langs de Trage Stroom zoiets zou doen. Als eerste stad.

Stel je even voor.

Naief? Ongetwijfeld. Haalbaar? Ja. Feilloos plan? Zeker niet. De moeite om voor te vechten. Absoluut.

Dromen mag. En ik weet zeker: ik droom niet alleen.

vrijdag 6 juli 2012

Zonneklopper

Wat hebben wij met de zon? Het schijnt niet gezond te zijn dat zonnebaden. De stralen tasten onze huid aan en maken ons ziek, zo vertelt men ons en ik ben niet geneigd dat niet te geloven en toch heb ik daar moeite mee want ik voel gewoon hoe niet ik, maar mij ganse lijf en wezen, goesting kunnen hebben naar de zon en haar weldoende stralen. Goesting. Naar die weldadige onzichtbare strelende handen en vingers.

Het lijkt alsof ik de zon tankt. Gulzig. Ik leun achterover, sluit de ogen, zet mijn lichaam helemaal open om zoveel mogelijk stralen te vangen en ik geniet met volle teugen.

Waarom verlangt dan mijn lijf en wezen, dat vele duizende generaties getrained is om te overleven, zo naar de zon en haar warmte verlangen en hunkeren als dat baden in zon zo gevaarlijk is?

Ja maar, zegt iemand, de doorsnee mens verlangt ook naar zout en zoetigheden en alcohol. Ik lach en zeg tegen die iemand dat zout en zoetigheden volkomen begrijpelijk zijn, antropologoisch verklaarbaar. Dat zijn voedingselementen die noodzakelijk zijn en die we moesten zoeken en verzamelen. En alcohol? Ach, blijkbaar hebben wij mensen de drang om onze geest nu en dan te ontlasten van zijn taak. Die eeuwig werkende machine die van impulsen dingen maakt en zaken en gebeurtenissen en die plaatst in tijd en ruimte. Soms is onze geest het gewoon moe en zoeken we de roes. We zoeken de chaos.

De zon is geen roesmiddel.

Zoeken wij de zon met onze reptielenhersenen? Alsof we de interne verbranding nog niet kennen en beheersen en afhankelijk zijn van de zonnestralen om onze spieren in werking te zetten.

Ik zit in de zon. Ik tank zon. Ik laat haar stralen me beroeren. Het voelt weldadig. Het kan me niet schelen waarom.

Nostalgia

Lijstjesjongen zat bij me in de klas. We liepen school op een school die tot het jaar ervoor een meisjesschool was geweest en we waren met 5. Denk ik. Ik heb geen feilloos geheugen en zeker niet voor cijfers. Ik tel als de kraaien.
Lijstjesjongen hield van Dire Straits en hield lijstjes bij. Ik weet niet meer precies waarvan en ik ben geneigd te schrijven dat hij alles in lijstjes probeerde te gieten.
We waren vrienden, wij 5. Veel keuze hadden we niet en op die leeftijd heb je nog niet de gave om goede van slechte mensen te onderscheiden. Of heb je de goede gave nog om daar niet mee bezig te zijn. We waren vrienden en probeerden als 12-14 jarigen te overleven op die school, als vreemde voorwerpen in een kosmos die altijd al ongeschonden was gebleven.
Ik ging jeans dragen en basketschoenen en liet mijn haar groeien en ik ging rebeleren tegen alles en iedereen. Ik verwaarloosde school en de talenten die ik had, ik nam geen notities en nam zelden boeken of schriften naar school. Ik overleefde wonderwel. Ik tekende op de schoolbanken. Urenlang en geen leerkracht die de moeite deed dat te merken en me ervoor te straffen. Ik legde examens af op geluk, puur verstand en lef. Ik wou artiest worden. In een klein huis met een wilde tuin. Ik schreef ellenlange opstellen en verhandelingen over de wereld en de wereldorde die soms aandoenlijk links waren en van een behoorlijke naiviteit getuigden en ik meende elke letter, toen al.

In een onmogelijke confrontatie tussen mijn heden en mijn toen, zou ik mezelf als tiener begrijpen en goedkeurend een schouderklop geven, maar niet omgekeerd.

Lijstjesjongen maakte zijn lijstjes en ordende de wereld en zijn dingen en hield van Dire Straits. Ik hield van Neil Young. Toen ook al.

Ik vraag me af of Lijstjesjongen nog steeds lijstjes maakt. Desnoods in zijn hoofd.

maandag 2 juli 2012

Lawaai

Boerken zit naast de paardenbak. De hemel is helder. De zon is net onder. Boven de windmolens staat een lage volle maan. De lucht is zonder wolken. Bij de maan, in het Zuidoosten is de hemel diep blauw bijna paars en in het Westen lichtblauw met rozige tonen. De geluiden van de stad galmen over de velden. Treinen. Auto's. Ze denderen over de velden en rammen Boerken frontaal. Een trein raast over de sporen. Een motor trekt op. Een volgende trein brult metaal op metaal. Een vliegtuig is net opgestegen iets meer naar het Oosten dan waar de maan staat.

Boerken gaat naar binnen en zoekt de stilte.

Engel

Langs de dijken van de Trage Stroom staan bomen en ze neigen weg van het Noordwesten, scheef gegroeid door de wind die vanuit zee blaast kil en koud en krachtig. De wolken scheren langs hun toppen en scheuren kreunend als metaal tegen metaal open en uit hun buiken stroomt water. Het water van de Trage Stroom mengt zich met de regen uit de grijze wolken en met het bloed, zweet en tranen van mensen kinderen.

"Ze is godverdomme een Engel", had Droeve gevloekt, "Ik weet het wel zeker. Ze is een Godenkind dat op doortocht is op aarde. Ze spreekt onze taal niet. We horen ruisen van de bomen en het gefluister van de wind in de bladeren van de bomen. Ze vult onze harten met wensen die ze in onze zielen in vervulling laat gaan en als ze vertrekt rukt ze onze harten aan flarden en zijn onze zielen leeg en kaal en beschreven met tekens die we niet ontcijferen kunnen. Wij zijn mensenkinderen en we verbranden, we verpulveren, we verassen als ze er niet is omdat we niet meer zonder kunnen. Ik heb haar over het water zien glijden zonder het te raken, 's nachts onder de zwarte stolp van de hemel en het water was zwart als inkt en zij was wit en straalde licht en toen ik haar zag zag ik haar vleugels en werd ik bang en moedig en klein en sterk tegelijkertijd. Ik had het koud en ik had het warm."

Boerken die het hoort heeft geen zin het tegen te spreken, want hij weet dat hij tegen haar sprak in de stallen en daarna niet meer wist of ze er was geweest of niet en wat ze had gezegd al leken dat lange en meeslepende verhalen.

Erwtensoep

Droeve zit in de tuin onder de wolken. Hij luistert naar Nick Drake en slaapt half. Vliegen kruipen over zijn benen en hij is te tam het te voelen of ernaar te meppen. De tijd is groeiend gras. Zijn hoofd is rottend fruit. Zijn huid spant nog over zijn botten en zit niet los en plooiend als leder zoals bij Knorpot en Boerken. Droeve is een hemel met wolken. Hij is groeiend gras. Rottend fruit. Een woord.

Hij schrijft, zittend in het gras in de tuin onder de wolken. Hij schrijft dat zijn hart kromp tot een erwt. Zich neep en kneep en verkrampte tot een verdroogde erwt. Hij voelt het nog steeds. Hij zit in de tuin.

Ik ben als groeiend gras. Een hemel met wolken. Ik ben de aarzelende tijd. Ik ben het vel om de botten. Ik ben de botten in de huid. Mijn hoofd is rijpend fruit. Mijn woorden de pitten.

Mijn hart is klein als een erwt.