vrijdag 30 september 2011

Robbe, Loft, Facebook, Google+ en The Butterfly Theory

In Knack zegt Robbe De Hert, de schoonste mens van Vlaanderen en de meest beminnelijke ook, dat hij Loft maar niks vindt, omdat de film hem niet 'pakt'. En ik ben het met hem eens. Het pakt me ook niet. Op geen enkel moment. Het scenario rammelt en is compleet zielloos. Net zoals in dat andere misbaksel 'De Ronde', dat uit dezelfde bevriende kringen komt, lijdt Loft aan een overdaad aan elementen die dan allemaal samenkomen in een wirwar aan spitse vondsten en onverwachte wendingen die door de scenarist bedacht worden. Dat zou dan het chaotische van het echte leven moeten weergeven. In het echte leven echter, liggen de elementen niet zo netjes uitgestald en -ik kan het weten- zijn de wendingen van het lot echt absurd en onverwacht en zijn ze ongeloofwaardiger dan welk bedacht scenario ook. En dat blijven Loft en De Ronde: duidelijk bedachte scenario's. Ik heb niets tegen knap bedachte scenario's. Zolang ze maar niet pretenderen niet-bedacht chaotisch en onvoorspelbaar te zijn. Dan 'pakken' ze me niet. Robbe, de schat, heeft gelijk. En ik ben blij dat hij het zeggen durft.

In diezelfde Knack doet Steven Van Bellegem, die ik zeer naar waarde schat, een uitspraak over Google+. Op het eerste zicht echter geen stoute, zoals die van 'de Robbe'. Toch geloof ik dat dit misschien wel eens een uitspraak kan worden die hem zal achtervolgen tot het einde van zijn dagen, want ik durf te betwijfelen of hij zo stellig kan beweren dat hij 'de kansen van Google+ klein inschat'.

Niets wispelturiger dan de gebruikers van sociale netwerken. Eén, omdat ze wispelturig zijn, denken we en twee, omdat we geen historisch precedenten hebben en 'het dus denken'. Door te zeggen dat hij de kansen klein inschat, gunt hij zichzelf een onzeker vluchtroute, dat wel. Kleine kans wil niet zeggen kansloos. Anders bestond de loterij niet.

Ikzelf zou dat niet gedaan hebben. Ik zit ondertussen (ook) op Google+ en ik vind het 'wel ok'. Ikzelf zou gezegd hebben dat ik, als trendwatcher, enkel wispelturigheid en onvoorspelbaarheid zie als het over de sociale netwerken gaat. Omdat die massa van 174 miljoen Facebook gebruikers een ontregelde chaotisch bewegende kosmos is, die door kleine veranderingen in zelfs de kleinste onderliggende mechaniekjes, ineens iets totaal anders kan worden. Vergelijk het met die 'wolken' spreeuwen of een school vissen die je wel eens ziet, die de ene, dan weer de andere richting uitwaaieren, a-ritmisch en volkomen onvoorspelbaar, omdat je niet achterhalen kan waarom een beweging ingezet, of ineens afgebroken wordt .

Het zijn genetische algoritmes: de aard van het algoritme zelf verandert genetisch in de tijd door schijnbaar onbetekenende elementen die toevallig tegelijkertijd optreden, of net na elkaar, of niet. En genetische algoritmes zijn per definitie onvoorspelbaar.

De begrippen 'grote kans' of 'kleine kans' zijn totaal ontoereikend. Kansberekening is hier totaal naast de kwestie. Sorry, Steven.

Chaostheorie bestuderen.
Butterfly.

Over BHV, Copernicus, Dehaene, Pluto en de Maan.

Ik start bij deze de Rix Simple Show, waarin ik de dingen eenvoudig uitleg.

"De staatshervorming die nu op tafel ligt, is een belangrijke stap in de evolutie, maar geen copernicaanse omwenteling. Dat schrijft ex-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) in een analyse die morgen in de krant De Tijd verschijnt."

Jean-Luc is een van die politici waar ik met de nodige heimwee aan terug denk. Slagkracht, een zekere arrogantie, daadkracht en een air van zekerheid en leiderschap. Ik heb JL mogen meemaken als bestuurder en net die ene regel in je verslag aan de RVB waarvan je hoopte dat niemand hem zou zien, die haalde Jean-Luc er feilloos uit en bulderend werd je meteen duidelijk gemaakt dat dat niet kon. Als hij dus wat zegt en ergens een mening over ventileert, dan luister ik. En in deze heeft hij gelijk. Zoals meestal.

De huidige staatshervorming is niet Copernicaans. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is dat wel. Ik leg uit in Rix Simple Show.

"Copernicus is bekend geworden door zijn heliocentrische theorie over het zonnestelsel, zoals gepubliceerd in zijn De revolutionibus orbium coelestium. Deze gedachten betekenden een omwenteling in het wetenschappelijk denken van zijn tijd en in ons wereldbeeld."

De staatshervorming is niet af. Het zal nog eeuwenlang de agenda van de Belgische politici beheersen en de onderhandelingen verlammen. Het blijft het al dan niet fictieve centrum van het politieke universum. Dus blijft het wereldbeeld. Niet Copernicaans dus. Ongetwijfeld zijn hier gigantische stappen voorwaarts gedaan en durven wij mensen al wel eens te denken dat misschien niet wijzelf, maar wel de zon het middelpunt van het universum kan zijn, maar we zijn er nog bij lange niet.

Brussel-Halle-Vilvoorde echter, die verre planeet Pluto, die er wellicht zelfs geen is, was zowaar dé as geworden waarrond het politieke planetenstelsel zich leek te bewegen, het was de paal geworden waarrond de lelijke danseres van de Belgische politieke partijen zich weinig elegant kronkelde. Brussel en Halle-Vilvoorde zijn nu gesplitst en daarmee is de paal vergaan tot as, is Pluto niet langer de spil en moeten de Belgische politici op zoek naar een nieuwe as. Ik stel voor dat ze voor de Zon kiezen, maar vrees dat ze gaan voor Mars, Venus of zelfs de Maan. Dat is een Copernicaanse Omwenteling.

Verzoeknummer: splitsing Brussel-Halle-Vilvoorde en de Gorilla

De Grote Schrijver heeft even een aantal dagen niets geschreven. Nu zijn personages hun eigen leven gingen leiden en hij hen gadesloeg en over hen schreef, als een seismograaf, merkte hij dat dat tot ongerustheid ging leiden bij lezers die dachten dat de donkere Droeve Dichter met zijn trieste gedachten de gedachten en handelingen waren van de Grote Schrijver zelf. Alsof hijzelf de Droeve Dichter zou zijn die huilend en in zichzelf gekeerd de dag te bed doorbrengt.

De Grote Schrijver heeft dus even niet geschreven en niets geschreven.

Enige lezers uit de meer noordelijke vlakke landen die aan de bananenrepubliek en de noordelijke zee grenzen, reageerden en vroegen hem om de Droeve Dichter, de Oude Knorpot, de Scheve Schilder, Boerken, de Gladde Zakenman en het Stille Meisje even te laten. Die leiden verder hun eigen leven en binnenkort gaat hij eens kijken. Het is goed zo.

Ze vroegen hem meteen ook om hen iets te vertellen over de Belgische politiek. Over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde bijvoorbeeld, zodat hij, als inboorling van deze bananenrepubliek, kan uitleggen aan de bewoners van die Lage Landen bij diezelfde Noordzee, hoe dat nu precies zit.

Welnu, lieve lezers uit Nederland, dat land van regels en orde en helderheid en overzichtelijkheid en afspraken, dat land waarvan de bewoners alles altijd op tafel willen hebben, open en bloot en bespreekbaar, ik zal het U helemaal uitleggen, helder, krachtig, bondig en in begrijpbare taal.

Maar laat ik eerst even duidelijk maken dat ikzelf, net zoals iedereen die ik ken en die ik hoor en zie, totaal niet wakker heb gelegen van dit struikelblok dat nu meer dan anderhalf jaar en lang daarvoor de gehele Belgische politiek lam heeft gelegd.

Het is me dan ook onmogelijk om uit te leggen, waarom de Belgische politici hier zo lang op blijven vasthaken zijn. Normaal zouden die heren en dames moeten bezig zijn met die zaken die er echt toe doen en waarvan de kiezers beter worden zoals Onderwijs, gezondheidszorg, transport, economie, begroting,...

En het is misschien niet toe te juichen, maar wel begrijpelijk dat politici ook bezig zijn met maatschappelijk minder belangrijke zaken, waar de bevolking, gevoed door populistische kreten, ook belang aan hecht. Meestal worden die zaken gevoed door angsten allerhande. Angst voor spinnen, hoogte, vreemdelingen en gebrek aan geld, bijvoorbeeld. Vreemd genoeg ligt de bevolking niet wakker van BHV. Geen enkele laag van de bevolking. Ten eerste omdat we er niet wakker van liggen. Ten tweede omdat we er geen sikkepit van begrijpen. En dat ene is onlosmakelijk vervlochten met dat andere. Vreemd genoeg vonden de heren en dames politici dat het 5 minuten politieke moed zou kosten om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen. Vreemd dat die 5 minuten zolang op zich hebben laten wachten. Maar vooral vreemd dat men hier praat over politieke moed. Want moed heb je nodig om angst te overwinnen, en die angst kan ik niet verklaren.
Tenminste, niet rationeel.

Het grappige aan BHV, is dat omdat niemand van de bevolking er eigenlijk wakker van ligt en niemand van de diezelfde bevolking eigenlijk piekfijn kan uitleggen waarover het nu precies gaat, BHV bij uitstek een wapen is geworden waarmee de heren en dames politici elkaar te lijf kunnen gaan.

Want 'het is een goed akkoord' of 'het is een slecht akkoord', kan door niemand echt gemeten worden bij gebrek aan kader en meetinstrumenten en -eenheden. En dus is hard roepen en overtuigend raaskallen en wild dansend verklaringen afleggen over BHV hét middel geworden om elkaar te intimideren en indruk te maken op de bevolking. Zoals een gorilla zich op de borst trommelt. Het gaat nergens over, het is te onnozel voor woorden, maar precies daarom is het zo'n machtig wapen. En precies daarom vergt die splitsing politieke moed. Niet de aard van de splitsing is van belang, wel de slagorde en de posities die de partijen hebben ingenomen om meteen na de splitsing te communiceren met de bevolking en zieltjes te winnen en de anderen de loef af te steken. Wie durft en kan het meest en het hardste trommelen en de meeste indruk maken.


En nu de uitleg?
Pfffff

Er was die fameuze kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat betekent dat voor deze gemeentes dezelfde mensen zich verkiesbaar kunnen stellen en dat alle stemmen samen geteld worden om te bepalen wie deze kieskring gaat vertegenwoordigen. Die kieskring is nu gesplitst in Brussel enerzijds en Halle en Vilvoorde anderzijds. Voila. Misschien is het dat niet hoor, maar dat doet er niet toe. En ja, er liepen daar wel enige Nederlandstaligen en Franstaligen elkaar voor de voeten en er speelden daar wel enige Nederlandstalige en Franstalige belangen en centen, allicht. En dan?

Historisch? Jawel. Na vele tientallen jaren gegroeid te zijn tot mythische proporties en de spil van de Belgische politieke wereld, is die spil weg en moet er een andere non-issue gevonden worden om kiezers te winnen, een non-issue die niemand begrijpt, die niet belangrijk is (anders zou het geen non-issue zijn) en die dus ideaal is voor de gorilla techniek: zich groot maken, boos en bedreigend kijken en dan heel hard op de borstkas trommelen.

maandag 26 september 2011

de Dichter en de kreupele dag

De Droeve Dichter zit aan de tafel in het kot dat hij vannacht weer zwart heeft geverfd en weer zijn donker kot kan noemen en schrijft een boodschap en doet die in een fles.
"De tijd smelt en wordt vloeibaar als los zand en loopt langs mijn vingers weg net als de dromen die ik koester vervliegen. Ik heb afgeleerd om te knijpen. Ik heb afgeleerd om elke dag te kijken naar het zand dat is weggegleden. Ik heb geleerd om te kijken naar de korrels die er zijn gebleven. Nu en dan. En me blij te maken daarmee.
Er is iets veranderd. Ik knijp niet meer. Er is niets veranderd. In mijn hand zit steeds minder zand en het loopt nog steeds weg. Ik kijk in mijn hand en kan de korrels bijna tellen. En dan houdt het weglopen op. Want de paar korrels kleven in mijn palmen. Ik tel ze. Geduldig. Wat moet ik."
De Droeve Dichter leest en herleest en weet dat hij telt als de kraaien: 1,2, veel.
In de polders is het warm in de late zomer. De zon brandt de wolken weg.
"Met de wolken is ook zij verdwenen", denkt de Droeve en hij stopt de boodschap in de lege wijnfles en gaat weer diep in zijn donker kot slapen. De dagen slepen zich kreupel voorbij.

zondag 25 september 2011

Waar dagen en nachten elkaar raken

De Droeve Dichter neemt de zware papieren waarop de Scheve Schilder heeft geprobeerd om het vroege licht te vangen. De dichter schrijft er op, zittend in het duister. Hij schrijft in grote vette letters met grof houtskool in lange hakerige bewegingen in een lange roes.

"Ik heb geen woorden en geen zinnen zo lijkt. Ik voel me leeg en moe. Ik ben een oceaan in de nacht van kil spijt. Ik ben een woestijn in de nacht en elke zandkorrel is een vraag, een onzekerheid, een twijfel. Ik ben de nacht. Ik verdraag geen daglicht. De nacht is me lief. De dag verschroeit me.
In de nacht ben ik alleen en is er eenheid en harmonie. Ik en mezelf. Overdag in het duister van de donkere slaapkamer is er de harmonie van de slaap zonder de demonen van de nachtelijke dromen. De dekens dempen de geluiden van de wereld die verder buldert en snijdt en snerpt zonder mij. De dekens dekken me diep en zijn warm en zacht en geven me het valse gevoel van rust en veiligheid en ik moet ergens in geloven dus geef ik me over aan de slaap.
Iemand vraagt wat er scheelt en ik mompel dat ik ziek ben en slaap verder tot het donker wordt en de dag voorbij en ik mijn warme nest kan verlaten om door de nacht te sluipen vluchtend voor de demonen en de mensen.

De tijd stolt in de nacht tot zwart. Ik hoef niets zwart te schilderen of te schrijven. Ik hoef geen kleur te bekennen. Ik ben een met de wereld. Koud. Kil. Zwart.
Ik laat de zon aan de zonnekinderen die de zon waard zijn. Mij tergt ze. Ik ben moegetergd. Ik hou op met dromen. Mijn dromen kermen van de honger en knauwen in mijn lijf en ziel.
 
In mijn hoofd schuift de duin zandkorrels weg van zee. Elke zandkorrel een vraag in mijn geest. Elke zandkorrel een twijfel in mijn hart. Elke zandkorrel een kras in de ziel. Ik smeek de goden dat ik begrijpen mag.
Zwart.”

zaterdag 24 september 2011

De Droeve Dichter en de nazomer

De Droeve Dichter zit op de hoge dijk en ziet het trage water dat naar zee stroomt en hij droomt van ze zee.
In de verte ziet hij het Stille Meisje druk pratend met de Scheve Schilder en in zijn hoofd gonst het onbegrip als een wespennest en in zijn lijf vreten de termieten van de ergernis. In zijn hoofd groeien steigerende woorden die wild om zich heen schoppen en briesen en dan ebben ze weg als de zee om te worden tot grijze trage slierten nevel van tristesse die kil zijn en klam.

Die ochtend zaten ze samen aan de tafel, hij en het Stille Meisje en hij vroeg of ze samen met hem wilde wandelen vandaag, langs de dijken en de polders in de zon van de late zomer en ze had neen gezegd, omdat het haar niet gepast leek vandaag en hij had op zijn lip gebeten van spijt omdat hij het gevraagd had en omdat hij gedroomd had van zwijgend wandelen met het sille meisje van de zee en de wolken.


Hij was gaan schrijven en toen hij het meisje even later zag vertrekken met de Scheve Schilder, uitbundig lachend, had hij haar bijtend gevraagd hoe dat kon en zij had hem verwonderd aangekeken en gezegd dat dat anders was, want dat de schilder gewoon een goeie vriend was met wie ze wilde wandelen en hij had gevraagd wat hij dan wel was en hij was zonder een woord te zeggen vertrokken, wild stappend en in zijn hoofd beukend en stampend en slaand en scheurend en roepend en tierend.

In zijn ziel kronkelen woorden als wurgende slangen en ze omsluiten zijn strot en hij stikt in zinnen die vuur vatten en verterend branden en dikke vette rook verduistert zijn verhalen.

Boerken en de kei

Boerken staat gebogen over zijn akker en wiedt het onkruid, geduldig en in stilte. De aarde is koud en de laatste lage mist lost op in het licht van een klimmende herfstzon die niet de kracht heeft van de zomer, maar die Boerken toch weet te warmen.De mais in het veld naast Boerken kleurt steeds grauwer en bruiner en de maiskolven zijn beige en de mais diepgeel. De zachte bries ademt en de mais ritselt als droog papier.

Boerken kijkt op en ziet een vlucht ganzen laag overvliegen, gejaagd. Hij buigt zich weer en wiedt verder. In zijn hoofd is de stilte van het land. De oneindigheid van de hemel, de rust van de wolken en de luwte van de zachte bries, de troost van de stijgende zon.

Aan de andere kant van de hoge dijk met de populieren duwt een trage stroom het water naar zee. Het water is stil en gewillig.

In de polders drinken de wilgen het water dat diep in de akkers stroomt. Boerken krijgt het warm en trekt zijn dikke jas uit en recht even de rug en tuurt over de polder naar de horizon en ziet daar een vage gestalte langs de dijk wandelen.

'Mensen die alleen zijn, zijn in rust', denkt Boerken en hij wiedt verder en in zijn hoofd stolt de tijd tot een tweekleurige kei.