Ooit een weinig intelligent specimen van de soort koe, eentje dat bovendien de eerste tekenen van beginnende seniliteit begint te vertonen en licht dronken is van het gistende hooi in haar drinkbak, zien staren met bolle ogen naar een voorbijrijdende trein? Neen? Maar je kan je het wel voorstellen, en je weet dat dat niet meteen het toonbeeld is van helder begrip en diepe inzichten.
Zo ongeveer zag ik vandaag mensen naar me staren terwijl ik een voor mij volkomen logisch en dermate eenvoudig begrip probeerde te verduidelijken en dan drong het ineens tot me door dat als mannen van mars en vrouwen van Venus komen, ik In deze op planeet aarde vertoefde en zij ergens op pluto of omgekeerd wellicht en onze universums en hun wetmatigheden evenveel gelijkenis vertoonden als een witte kei en een zachte windvlaag in de zomer. Terrwijl dat besef tot mij doordrong, langzaam, en ik naar hun verwarde blikken keek en het lege knikken van hun hoofden in een poging om met het ja-knikken ergens onderweg ineens het licht te zien, kon ik een vage glimlach niet onderdrukken.
Terwijl zij probeerden vast te houden aan regels en afspraken en grenzen en inperkingen en standvastigheden en veiligheden, sprak ik alleen over dromen en wensen en ontgrenzen en het genot van de reizen en de voldoening van het risico.
En in plaats van op te geven, en me te plooien naar hun beperkte universum, ging ik alleen maar doordrammen, steeds verder, steeds wilder en onbegrensder en in mijn hoofd ging ik niet dromen van de zee, neen, ik ontwikkelde een zee van vloeibaar glas en bevolkte die met marmeren dolfijnen en ik schilderde de hemel vol jagende wolken van zijde en ineens had ik een bruikbaar idee dat zo eenvoudig was en helder en tastbaar, dat ook zij het begrepen en wij juichten en joelden en dankten de goden voor dit geweldige ogenblik en niets van dit alles is waar en alles eveneens.
De tergend langzaam meanderende levens van Droeve Dichter, Boerken, Oude Knorpot, Gladde Zakeman, Stil Meisje, Grijze Filosoof, Buurmans en de Trage Stroom.
dinsdag 4 januari 2011
De zon
Net heb ik op de zon gejaagd. En ik heb ze gezien, heel even, met een schattige hapje er uit, ergens bovenin, net op tijd. Want daarna verdween ze, cirkelend rond die hap, achter lage grijze wolken, die dan diep blauw kleurden.
Dat jagen mag je best letterlijk nemen. Aan de fris rosse gloed aan de hemel, zag ik dat de zon er was, maar probeer op Vlaamse wegen eens gaten te vinden tussen de rijen huizen, gaten die toevallig een blik gunnen op het Oosten...
Ik probeerde dat gat in de lintbebouwing met uitzicht op he Oosten te vinden. Reed straten in en uit, steeds meer naar de buitenzijde van de dorpen toe, naar wat ik dacht de rand van de lintbebouwing te zijn, maar tot mijn verbazing en steeds meer tot mijn ergernis lukte me dat niet. want elk dorp ging naadloos over in het volgende.
De ergernis van de jager werd wanhoop en razernij, want waar de bakstenen muren van lelijke Vlaams huizen eindelijk ophielden, kreeg ik villawijken met dikke en hoge hagen en smeedijzeren hekken en poorten en bakstenen omwallingen tussen mij en de zon en daarna industriezones met lange hoge betonnen muren.
Net toen ik het wou opgeven, zuchtend omdat de gloed verdween en ik de lage bewolking naar het Oosten zag glijden, had ik dan toch beet. Een flard zon, met een kleine hap er uit. Net een fractie van een seconde voor ze met die aangeschoten rand onder de deken van wolken gleed.
Maar wat is dit Vlaanderen zo tussen Brussel, Gent en Antwerpen in, lelijk...
Dat jagen mag je best letterlijk nemen. Aan de fris rosse gloed aan de hemel, zag ik dat de zon er was, maar probeer op Vlaamse wegen eens gaten te vinden tussen de rijen huizen, gaten die toevallig een blik gunnen op het Oosten...
Ik probeerde dat gat in de lintbebouwing met uitzicht op he Oosten te vinden. Reed straten in en uit, steeds meer naar de buitenzijde van de dorpen toe, naar wat ik dacht de rand van de lintbebouwing te zijn, maar tot mijn verbazing en steeds meer tot mijn ergernis lukte me dat niet. want elk dorp ging naadloos over in het volgende.
De ergernis van de jager werd wanhoop en razernij, want waar de bakstenen muren van lelijke Vlaams huizen eindelijk ophielden, kreeg ik villawijken met dikke en hoge hagen en smeedijzeren hekken en poorten en bakstenen omwallingen tussen mij en de zon en daarna industriezones met lange hoge betonnen muren.
Net toen ik het wou opgeven, zuchtend omdat de gloed verdween en ik de lage bewolking naar het Oosten zag glijden, had ik dan toch beet. Een flard zon, met een kleine hap er uit. Net een fractie van een seconde voor ze met die aangeschoten rand onder de deken van wolken gleed.
Maar wat is dit Vlaanderen zo tussen Brussel, Gent en Antwerpen in, lelijk...
maandag 3 januari 2011
RIX: Vuurwerk
RIX: Vuurwerk: "In 2011, had ik me plechtig voorgenomen, zou ik niet veel grollen en grommen en het cynisme inruilen voor vreugde en vrolijkheid en luchtige..."
Gelijktijdige vensters deel 1

Ooit moet ik er een keer aan beginnen, dacht Theo Le Tsar, en hij tokkelde een aantal woorden op zijn i-pad en noemde dat 'het begin'. En na het begin was daar meteen de gapende diepte van het complete niks dat hij nu zou moeten vullen met woorden en zinnen en gedachten die hij zou moeten formuleren en die hij zou moeten voeden met flarden herinneringen en interpretaties van de gebeurtenissen en verbeelding. Hij nam zich voor dat niets volledig herkenbaar zou zijn, en tegelijkertijd alles, ten dele.
En dus nu ben ik er aan begonnen, bedacht hij. En die gedachte vervulde hem met geen enkel gevoel.
Ook nam hij zich voor, zo schreef hij ondertussen verder, dat chronologie ondergeschikt zou zijn, want daarvoor had hij toch geen talent. Voor Theo waren er drie soorten verleden: pas gebeurde zaken, zoals beginnen schrijven aan dit stuk tekst, zaken die kort gelden waren, en dat ging dan over gisteren en vorige week en vorige maand of zo, en lang geleden, en dat is alles dat langer geleden was. Hij had al zijn hele leven de grootst mogelijke moeite om de zaken in de juiste volgorde te reconstrueren, een eigenschap die een handicap had kunnen zijn, en dat zeker was, maar die hij had weten om te buigen tot een gimmick en een prettige eigenschap. Zoals de natuur hem een ongelooflijke luiheid had geschonken om zijn onmetelijke intelligentie te compenseren. Dat laatste was niet zo, maar hij wist al langer dat hij dat ene zinnetje vroeg of laat eens zou gebruiken, dus liever vroeg. Met dank aan de dode schrijver GB.
Een verhaal dan maar.
Lang geleden, nam hij samen met Inge Broers het vliegtuig in Hong-Kong. Bij sommige verhalen is het prettig dat er getuigen zijn, bedacht Theo, want anders zou het lijken alsof hij alles ter plekke verzon, en soms waren de echte verhalen sterker dan de menselijke geest had kunnen bedenken. Het was een uitzonderlijk warm tropische dag in Hong-Kong. Die dag waren ze in de ochtend nog bij een klant geweest en terwijl Theo de grootste moeite had om zich in de hitte wakker te houden, want na de bittere koude in de airco van het hotel en de taxi,
was er bij die klant enkel een zwiepende propeller tegen het plafond, en toen was het ineens tropische gaan regenen, een uur of zo. Daarna was de hitte weer komen opzetten.
Het vliegtuig was een lichtblauwe KLM Boeing 747 en toen ze het passagiersruim binnen kwamen, hing het zo vol mist, dat ze bijna geen hand voor de ogen konden zien, en vanaf de holle wanden en vooral bij de overhead lockers, leek het tropisch te regenen op de buitenste rij zetels die donker zagen van de plassen water in de kussens, en ook de middelste rij zetels, waarop Theo en Inge hun plaats hadden, waren klam. Zelf had
Theo al behoorlijk wat airmiles verdiend, maar Inge, die toen al, en nog steeds, weet Theo, uit haar koffers leefde, reizend doorheen de hele Asia-Pacific, die dacht al alles leegmaakt te hebben, had nooit voorheen gereisd in een vliegtuig dat zich binnen in de buik in kille mist ging hullen zoals Vlaamse akkers in de late herfst. En wat hen ook opviel, was de totale afwezigheid van de crew, wat zelfs even tot twijfel leek te leiden, niet alleen bij henzelf, maar ook bij medereizigers. Was het wel de bedoeling op te stappen? En was dit allemaal wel veilig?
Bovendien was het voor de passagiers aan de vleugelzijdes van het vliegtuig eigenlijk onmogelijk te gaan zitten in die kleddernatte kille zetels, want je kon evengoed in je kleren in een koude Vlaamse beek gaan zitten. Of in een Nederlandse. En als even later een Congolees koppel wou opstappen, gehuld in overdadig dure kleren en behangen met meer gouden sieraden dan in een gemiddelde juwelierszaak in de
etalage heeft, samen met een vijftal kinderen, gingen de poppen pas goed aan het dansen. De stewardessen die ondertussen vanuit de witte nevelslierten waren opgedoken, letterlijk, kregen de gemoederen niet gekalmeerd, kwamen aangehold met plastieken zakken die ze over de zetels trokken in de hoop zo de zaak te regelen, maar hadden geen paraplu's voorzien om de nu bijna slagregen vanaf de wanden op te vangen. De kapitein die zich even later kwam vergewissen van de oorzaak van het kabaal en gevloek en getier in zijn vliegtuig, verdween sneller dan hij gekomen was in de witte mist, als een spook.
Na een uurtje of zo trok de mist eindelijk op en vertrok het vliegtuig voor een vlucht Hong Kong-Amsterdam. De Congolese familie was verdwenen en zat nu ongetwijfeld in business class te bekomen en hun natte broeken te drogen.
Theo herinnert zich de vertwijfeling in het vliegtuig als dat ineens begon te dalen, niet zo lang na opstijgen, en de mededeling kwam dat we een tussenstop zouden maken in Kuala Lumpur. Waarop iedereen iedereen begon aan te staren, want dit was toch een rechtstreeks vlucht? En waar was die crew gebleven?
Kortom, ze landden, zonder enige verdere mededeling. En dan kwam ineens de stem van de kapitein, dat ze een uurtje ter plekke bleven, dat er een nieuwe crew zou komen en dat er ook nieuwe passagiers aan boord zouden komen.
En dan ineens niets meer, behalve de mist die weer begon op te zetten, en het regenen dat herbegon, en de kille kou. En dus begonnen een na een de passagiers het vliegtuig te verlaten, en op de duur zaten The en Inge en een paar honderd hoogst verbaasde medepassagiers zonder eten of drinken, zonder ticket en sommigen met en anderen zonder handbagage in een vertrekhal van Kuala Lumpur airport.
Pas een uur later of werd de vlucht weer afgeroepen en ontstond de grootst mogelijke verwarring bij de nieuwe crew over passagiers zonder ticket en passagiers met ticket en die verwarring werd pure chaos als al die passagiers een vliegtuig betreden waarin het mistig was en regende en waarin zetels kletsnat waren en bijna alle passagiers die oorspronkelijk op die natte buitenrijen zaten op de lege plaatsen gaan zitten waren, plaatsen die nu ineens toehoorden aan de nieuwe passagiers. En de crew die wist zich geen raad en vluchtte, alweer, de mist in en dan stegen ze op, in een mistig vliegtuig met passagiers die in kletsnatte zetels zaten met kille regen op hun hoofd.
Theo en Inge kregen die nacht ook een onweer te verduren, ergens net boven de Himalaya. Amsterdam bereiken was dan ook een opluchting die ochtend.
En toen ze dachten alles gehad te hebben voor die reis, wat redelijk ware geweest, want ze waren toch al een poos de grens van de geloofwaardigheid voorbij, wisten ze toen al, lang voor Theo deze woorden op de i-pad tokkelde, stapten ze in het busje, met een man of 15 voor de eerste vlucht naar Brussel, en toen ging dat busje rijden en rijden en rijden en rijden. Het vind ons vliegtuig niet, lachten Theo en Inge, maar ze meenden het niet. En dan ineens zette de chauffeur zijn bus stil, midden het vliegveld en draaide zijn raampje omlaag en vroeg aan een of andere kerel op de tarmac, of die het vliegtuig voor Brussel niet wist staan.
En, tikt Theo Le Tsar, in tegenstelling tot wat ik mezelf beloofd heb, namelijk dat ik fictie en realiteit zou mixen tot een mooier geheel en het voornemen dingen lelijker of schoner of straffer te maken dan ze waren , of ze te buigen of te verminken, breek ik mijn woord, want het was gewoon zo. En gelukkig hebben we dat onweer overleefd, ondanks de blikseminslag 's nachts en het wegvallen van de elektriciteit even, en de paniek bij de stewardessen, het herstarten van de motoren en de paar minuten vrije val, want dat was er ook die nacht, want anders had ik dit verhaal nooit kunnen navertellen. En gelukkig reisde Inge mee naar Europa, want 99% van mijn reizen maakte Theo alleen (opletten) en dan zou niemand dit verhaal kunnen bevestigen en zou het lijken op het geschrijf van iemand die te veel fantasie heeft.
zaterdag 1 januari 2011
Semantisch motief
Schrijver van misdaadromans zou ik worden, waarin de verhalen snel en scherp zouden zijn en de gebeurtenissen krachtig en accuraat en de beschrijvingen droog en ontdaan van alle franje. En om me te verdiepen in het onderwerp, ging ik het misdaadmilieu binnen via een zoekertje in de krant "moordenaar in spe zoekt opdrachtgever, slachtoffer en motief".
Ik werd de dag daarna al gebeld en een uur later kwam ik bij de geheimzinnige X terecht. Niets, zo had ik telefonisch afgesproken, mocht me afleiden. Dus X. Hij droeg een wit pak met wit hemd en witte schoenen en een Mickey Mouse masker, zodat ik me niet diende uit te putten in bladzijden lange beschrijvingen van loensende ogen en dikke neuzen enz...
Hij stopte me een envelop in de hand en dan zei hij: "HIj is het, die je doden moet".
Mijn geest die snel is en gezwind en fluks als een bliksemschicht, schreeuwde me helder toe: HIJ zei 'HIJ is het die je doden moet' en omdat tijdverlies en getreuzel en omslachtig geleuter niet passen in een misdaadroman, schreef ik hem meteen behoorlijk pijnloos dood en ik wandelde de witte kamer uit. Pas toen ik de envelop opende en een naam en adres las dat niet het adres van HIJ die ik net dood schreef was, drong het tot me door dat deze geschreven moord een semantisch foutje betrof en ik moest wel even glimlachen.
Ik werd de dag daarna al gebeld en een uur later kwam ik bij de geheimzinnige X terecht. Niets, zo had ik telefonisch afgesproken, mocht me afleiden. Dus X. Hij droeg een wit pak met wit hemd en witte schoenen en een Mickey Mouse masker, zodat ik me niet diende uit te putten in bladzijden lange beschrijvingen van loensende ogen en dikke neuzen enz...
Hij stopte me een envelop in de hand en dan zei hij: "HIj is het, die je doden moet".
Mijn geest die snel is en gezwind en fluks als een bliksemschicht, schreeuwde me helder toe: HIJ zei 'HIJ is het die je doden moet' en omdat tijdverlies en getreuzel en omslachtig geleuter niet passen in een misdaadroman, schreef ik hem meteen behoorlijk pijnloos dood en ik wandelde de witte kamer uit. Pas toen ik de envelop opende en een naam en adres las dat niet het adres van HIJ die ik net dood schreef was, drong het tot me door dat deze geschreven moord een semantisch foutje betrof en ik moest wel even glimlachen.
Vuurwerk
In 2011, had ik me plechtig voorgenomen, zou ik niet veel grollen en grommen en het cynisme inruilen voor vreugde en vrolijkheid en luchtige bedenksels en vertelselkens.
En toen werd het 31 december 23:30 en dan moet je het feest verlaten. Dat is, kort voor het ceremoniƫle aftelmoment, een beetje lullig en asociaal. Je kan niet anders, want zo dadelijk zullen hysterische buren het fijn en nodig vinden om vuurpijlen in de lucht te schieten en hun en de wijde omgeving te veranderen in een oorlogsgebied waar Syriƫ een fijn dorpje bij lijkt. En je wil toch wel de katten veilig hebben, en de hond en je wil de paarden in de gaten houden, in de stallen en op de weide, want als die uitbreken in paniek is de schade niet te overzien.
En dan kom je thuis, bijna middernacht en meteen heb je handen en ogen te kort, want wachten tot middernacht is voor sommigen blijkbaar lastig. Op de weides lopen de jonge paarden zich in paniek bijna te pletter tegen de omheining, keer op keer, opgejaagd door het bombardement in het oosten, het westen, het zuiden, het noorden, boven hun hoofden, telkens opnieuw oorverdovend en hel lichtend als bliksem.
Ook op de weides in de verte zie je mensen vertwijfeld met zaklampen hun paarden in toom houden.
In de stallen lijkt het wel oorlog. De paarden briesen, steigeren, hinniken en stampen met grote bange ogen en de oren plat in de nek. Uit de bomen boven de stallen vluchten de vogels. De hond is doodsbang,de staart tussen de poten jankend, een van de katten is onvindbaar.
Een vuurpijl slaat te pletter tegen de bomen en valt knallend op de zandpiste. Geen tien meter van de hooizolder. Ik vloek en tier. Schreeuwend vraag ik, handen zwaaiend in de lucht om de veulens op hol hij de omheining weg te houden, of die klootzakken zich nu beter voelen, of hun jaar nu fan-tas-tischer zal worden nu ze het knallend hebben ingezet?! Onnozelaars. Opgedraaide macho's met slechts twee slecht functionerende hersencellen in de stomme kop en zonder enig greintje sociaal gevoel.
Kortom, middernacht is voor ons en zoveel andere mensen met dieren gedurende bijna een uur iets dat lijkt op het overleven van een felle burgeroorlog van opgefokte burgers die elkaar willen overtreffen met nog luider knallende, mooiere en straffere vuurpijlen.
Afschaffen die handel.
Waarom zijn mensen zo graag collectief hysterisch? Vuurwerk bij Nieuwjaar. In de file naar zee in de zomer. Zwaaien met witte zakdoeken op trouwfeesten. Kan me eigenlijk geen zak schelen. Ieder doet wat hij of zij niet laten kan. We hebben allen bij onze geboorte verstandelijke vermogens gekregen en een vrije wil. We kunnen dus nadenken. We kunnen dus neen zeggen tegen de meute. We kunnen rekening houden met de medemens en het milieu. Geen kruitdampen. Geen oorlogje voeren om een nieuw jaar te vieren. Laat de champagne knallen.
En toen werd het 31 december 23:30 en dan moet je het feest verlaten. Dat is, kort voor het ceremoniƫle aftelmoment, een beetje lullig en asociaal. Je kan niet anders, want zo dadelijk zullen hysterische buren het fijn en nodig vinden om vuurpijlen in de lucht te schieten en hun en de wijde omgeving te veranderen in een oorlogsgebied waar Syriƫ een fijn dorpje bij lijkt. En je wil toch wel de katten veilig hebben, en de hond en je wil de paarden in de gaten houden, in de stallen en op de weide, want als die uitbreken in paniek is de schade niet te overzien.
En dan kom je thuis, bijna middernacht en meteen heb je handen en ogen te kort, want wachten tot middernacht is voor sommigen blijkbaar lastig. Op de weides lopen de jonge paarden zich in paniek bijna te pletter tegen de omheining, keer op keer, opgejaagd door het bombardement in het oosten, het westen, het zuiden, het noorden, boven hun hoofden, telkens opnieuw oorverdovend en hel lichtend als bliksem.
Ook op de weides in de verte zie je mensen vertwijfeld met zaklampen hun paarden in toom houden.
In de stallen lijkt het wel oorlog. De paarden briesen, steigeren, hinniken en stampen met grote bange ogen en de oren plat in de nek. Uit de bomen boven de stallen vluchten de vogels. De hond is doodsbang,de staart tussen de poten jankend, een van de katten is onvindbaar.
Een vuurpijl slaat te pletter tegen de bomen en valt knallend op de zandpiste. Geen tien meter van de hooizolder. Ik vloek en tier. Schreeuwend vraag ik, handen zwaaiend in de lucht om de veulens op hol hij de omheining weg te houden, of die klootzakken zich nu beter voelen, of hun jaar nu fan-tas-tischer zal worden nu ze het knallend hebben ingezet?! Onnozelaars. Opgedraaide macho's met slechts twee slecht functionerende hersencellen in de stomme kop en zonder enig greintje sociaal gevoel.
Kortom, middernacht is voor ons en zoveel andere mensen met dieren gedurende bijna een uur iets dat lijkt op het overleven van een felle burgeroorlog van opgefokte burgers die elkaar willen overtreffen met nog luider knallende, mooiere en straffere vuurpijlen.
Afschaffen die handel.
Waarom zijn mensen zo graag collectief hysterisch? Vuurwerk bij Nieuwjaar. In de file naar zee in de zomer. Zwaaien met witte zakdoeken op trouwfeesten. Kan me eigenlijk geen zak schelen. Ieder doet wat hij of zij niet laten kan. We hebben allen bij onze geboorte verstandelijke vermogens gekregen en een vrije wil. We kunnen dus nadenken. We kunnen dus neen zeggen tegen de meute. We kunnen rekening houden met de medemens en het milieu. Geen kruitdampen. Geen oorlogje voeren om een nieuw jaar te vieren. Laat de champagne knallen.
Abonneren op:
Posts (Atom)