Posts tonen met het label hersenspinsels en andere ongein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hersenspinsels en andere ongein. Alle posts tonen

vrijdag 15 juli 2011

Het leven is vrouwelijk

Een stukje beginnen met 'Het leven is...', vond ik, wat zwaar en eveneens lichtjes pretentieus en daarom begint ik met 'Een stukje beginnen met 'Het leven is...', wat een en ander relativeert om dan de tweede zin toch maar zo aan te vatten.

Het leven is een onvoorspelbare rivier. Bijna even wispelturig als een vrouw en het weer en tevens even onbestuurbaar.

Laatst was er een heel gedoe rond een of andere studie die had uitgewezen wat we allemaal al wisten, namelijk dat de geest van een vrouw is als de cockpit van een F16 en die van de man als een koffiezet met een aan en uit schakelaar. Ik vond die vergelijking wel prettig en fijn gevonden, maar ik was het er niet mee eens.
In die F16 kan je na verloop van tijd je weg vinden en door opleiding en het lezen van een handleiding, weten waar alle meters en wijzers en knoppen en schakelaars en schuifregelaars voor staan en toe dienen... Inderdaad, hoor ik je denken. Dat is bij een vrouw wel lichtjes anders toch? Elk van die wijzers en meters en regelaars en schakelaars heeft telkens een andere functie, willekeurig en zomaar, omdat het nu eenmaal zo is. Zoals het weer omslaat en het midden de zomer ineens gaat herfsten. Of zomeren in februari. Zomaar. Je denkt dat je die F16 kan vliegen, je stijgt op, of toch bijna en ineens dient de stuurknuppel als schakelaar om je ruitenwissers aan te zetten, en moet je opstijgen met wat daarvoor de airco-bediening was... En dus crash je.

Het leven is vrouwelijk. Zeker weten. En gelukkig maar. Stel je voor dat het leven mannelijk zou zijn. We verveelden ons te pletter toch? Lang leve de onvoorspelbaarheid die achter elke bocht op the long and winding road weer een nieuw landschap onthult. Nu eens mooi en lieflijk, dan weer grauw en grimmig, nu eens opgewekt en giechelend, dan weer teneergeslagen grienend. Wat is schoonheid zonder lelijkheid? Licht zonder donker?
Neen.
Ik wil niet diep filosofisch gaan wauwelen. Helemaal niet. Ik draai de volumeknop tot net op dat punt waarop de muziek luid klinkt en net geen brei aan lawaai wordt, laat de bassen knallen en ik brul onbeschaamd mee. Gisteren heeft de vrouw die weer heet, ons de hele dag gekloot met onophoudende stortregens en wind en kou, vandaag schijnt haar zon en zijn en weinig wolken en minder wind en voelen we ons weer kiplekker. Tot morgen en een nieuwe gril.
Het moraal van dit verhaal? Ik weet het niet. Mijn schakelaar staat op off vandaag.

maandag 28 februari 2011

Logica en andere ongein

Kon ik mijn geest maar even bevriezen om 1 gedachte vast te houden. Ik denk te snel en de wereld draait te traag, de conversaties kabbelen te langzaam en de gebeurtenissen komen voorbij in slow motion.

Ik kan niet logisch denken. Om van A naar B te geraken helpen logica en dat talent is me niet echt geschonken. Ik kan behoorlijk doen alsof, omdat ik het logische gedrag heb bestudeerd en me de kunst van de imitatie eigen heb gemaakt bovendien. Maar met doen alsof raak ik er niet. En met de grote scheut verbeelding die me dan weer wel geschonken is, raak ik niet van A naar B. Met de kracht van de verbeelding raak ik om het even waar. Alleen weet ik nooit van tevoren waar ik eindig en wanneer en in welke conditie.

Ik raak snel verveeld door logische denkers, die alles weten om te zetten in doelstellingen en timelines en deliverables en milestones en andere ongein. Ik kan dat niet: de toekomst ontrafelen en omzetten en vatten in kleine onderdelen die meetbaar zijn en controleerbaar. Ik kan de dingen alleen holistisch bekijken en ik los de problemen wel op als ze zich aandienen en ik duw wel wat op het gaspedaal als de gang der dingen dreigt stil te vallen en de volgorde, die bepaalt zichzelf wel.

Logisch denken is geen gave, het is het redmiddel voor zij de de kracht van de verbeelding missen en zij die geen verbeelding kennen, armen van geest en ziel, wekken bij mij geen medelijden of afgunst of welk gevoel ook, tenzij verveling die soms flirt met irritatie, vooral als dat smalle pad van de logica door hen als het enige ware wordt geponeerd. God vergeef hen, want zij dwalen.


Dit verhaal, lieve lezer, heeft alweer geen moraal, want moraal is logica en logica verhoudt zich tot de verbeelding als de dood tot het leven en ik verkies te leven. Lang leve de verbeelding.

maandag 21 februari 2011

Over klootzakken van schrijvers.

Een schrijver is een onmens voor de onderwerpen waarover hij schrijft. Echte schrijvers zijn klootzakken. Ze wanen zich God en beschikken over de gave van de willekeur en de afstandelijkheid. Ze delen goed en kwaad uit, zoals zij dat wensen. Zij ontleden genadeloos de levens van hun schepselen en vinden het verhaal waarin ze een rol spelen belangrijker dan de gevoelens van zij die erin tot leven komen.
Als een schrijver zijn naasten gaat kneden in zijn schrijverij, dreigt averij en onheil. Schrijvers zijn klootzakken. Lees Elsschot. 'Het Huwelijk' is giftig en ontmenselijkt en literair hoogstaand. Elsschot was een harteloze koude klootzak.

Ja, ik weet het, het woordje klootzak komt nogal veel voor, in dit stukje. Maar ik vind geen ander woord.

Gisteren las ik in een ruk een kroniek over een paar decennia uit het boeiende leven van jongetje uit arm Vlaanderen. Geschreven door iemand die meer eer en geweten heeft dan ik ooit zal hebben, en dan ook meer schroom en eerbied aan de dag legt tegenover de mensen die hij beschrijft. En ik heb enkel zin om de leegtes te vullen met verzonnen verhalen en een schrijnend gebrek aan kennis en feitelijkheden. Ik wil schrijven over waar die plotse zwangerschappen vandaan komen, en hoe het leven was in de mijnen, en wat er gebeurde in de herbergen ver weg van huis. Over de kunst van het overleven en het vermijden kamp te kiezen, wat veelal hetzelfde is.

Ik las het verhaal, ik dronk het gulzig, in een lang volgehouden zwelgen. En daarna dacht ik enkel hoe ik het vermorzelen zou, vergruizen, om er mijn verhaal mee te maken en mijn waarheid. Ik zou de schepselen ontdoen van de waarheden en de feiten.

Ik ben geen Elsschot, maar zou het kunnen zijn. Ik ben geen Boon, maar zou het kunnen zijn.

Ik mis het talent. Maar ik ben goed in de rol van klootzak.

zaterdag 19 februari 2011

Met uitsterven bedreigd: de boer

Naast mij geurt een kop thee.

Vandaag ben ik hooi gaan halen in de Middeleeuwen, in het dorpje Vlassenbroek. De kleine en bouwvallige boerderij ligt in een oude polder, verborgen tussen verweerde wilgenbosjes. De 4x4 schuivend van links naar rechts op het kromme vettige pad, dat te smal en de scherp draaiend was voor de Navara en de paardentrailer en tot tweemaal toe dacht ik met de 12 meter sleep vast te zitten, gewrongen tussen boomstammen.

De boerin stapte uit een van de vorige eeuwen naar me toe in kleren die ongetwijfeld ooit eens gewassen zijn, maar zeker ben ik daar niet van, en het was zeer zeker niet in deze eeuw. In een duistere, kleine bouwval staan een paar tientallen koeien te overwinteren, stinkend in eigen stront. Ik laad de botten hooi. In de Middeleeuwen was de boerin ongetwijfeld op de brandstapel beland. Ze spreekt in een vergeten dialect en haar taal is hard en direct en haar oordeel ongenuanceerd.

Ze spreekt over de boerenstiel en hoe die verdwijnt en dat de heren die daarover beslissen en die in de polders recreatie-dieren willen, maar geen echte boeren, er niets van begrijpen. En ze heeft gelijk.

Sinds we paarden hebben en die eten moeten geven, merk ik hoeveel weides verloren gaan, hoeveel boeren verdwijnen en hoe moeilijk ik hooi en stro kan vinden. Het beleid heeft beslist dat er nog plaats is voor een professionele boer in Baasrode. Stommelingen. Ze begrijpen er inderdaad niets van.

Ik laad de trailer vol hooi. En daarna rij ik me hopeloos vast in modder en een te korte bocht. Ik moet uiteindelijk een wilg slopen om weg te raken. Och, doe maar, zegt ze, we verdwijnen toch. Ze is weduwe. Een gehandicapte dochter. De stuipen gekregen van de pokken, meneer. Goed geboren, meneer. Maar dan op haar 2 jaar de pokken en stuipen gedaan. Ze is traag en sloom.

Ik verlaat de middeleeuwen en keer via de polders terug naar de bewoonde wereld. De zon schijnt. Later op de dag gaat het miezeren. Daarna regenen. Ik ga de boeren missen. Wij allemaal.

Ik drink thee.

De avond is stil.


En daarna schreef ik een Boerken.

zondag 6 februari 2011

Van de winter en de hangmat.

Grijze lage luchten, jachtige donkere wolken, razende wind die zonder ophouden langs je heen en over je heen schuurt en je zintuigen uitput. Het is donker buiten, zelfs overdag. Het voelt koud, ook al is het meer dan 10 graden. Deuren rommelen, kieren piepen en kraken, spanten kreunen, ramen rammelen. Het huis waarin we wonen is oud en wil niet buigen onder het beukende weer.
Het gras is donker, de tuin ligt vol takjes en late blaren. Alles is grauw. Hier en daar steekt een vroege bloem de kop boven het maaiveld, wachtend op een vroege vriesdood.

Ik ben de winter beu en de natuur treurt met mij en hunkert samen met mij naar de zon, de warmte van de stralen, blauwe luchten met witte wolkjes en fris groen gras en doezelen in de hangmat met een glaasje frisse rode wijn en een goed boek.

De winter drukt mijn dag plat. Mijn lijf zeurt. Mijn zintuigen willen rust. De wind huilt. Er is drukte in huis en mijn ziel wil slapend de avond bereiken. Mijn ziel wil zeilen over een gladde zee, in een lichte bries, die warm is en zacht en aangenaam. Mijn lijf wil in een hangmat liggen, wiegend, de ogen toe.

Ik raap mijn moed samen, de laatste restjes energie die de winter me heeft gelaten. Buiten moet geveegd worden. In de wind. De beukende Vlaamse wind van de winter. Met een grote zware borstel en daarna met de veegmachine. Niets spectaculairs. Niets heroïsch. Maar zo voelt het wel.

Zij die gaan vegen, groeten u.

vrijdag 4 februari 2011

Over de eeuwigheid, de kever en Vermeer

De beste schilders aller tijden: Vermeer, Rembrandt, Van Gogh, Mondriaan. Nederlanders godverdekkemme. Morgen kies ik anderen. Hoewel. Lijstjes maken is prettige onzin. En relatief. Elsschot, Hermans, Boon: schrijvers. Citroen DS, mini cooper en de kever.
Lijstjes.

Ooit had ik een klasgenoot, die voortdurend alles in lijsten goot. Die leefde van en met en voor lijstjes. Tony M. Ik was dat vergeten. Tot nu. Ineens weet ik dat weer. Schriftjes vol lijsten. Ik tekende liever. Overal. Hele banken vol. Nooit voor de eeuwigheid.

Het geheugen is een vreemde onbestuurbare machine, zo blijkt.

dinsdag 1 februari 2011

Korte nachten

Straks, na middernacht, sluit ik de dag. Te kort en te gevuld en toch niet voldaan op het einde. En dan een korte diepe slaap, want rond 5 klinkt het alarm van mijn gsm en wacht de kille kou buiten van de stallen en om 6 uur start ik de auto en ga ik bollen doorheen het drukke Vlaamse wegennet naar het verre oosten dat Limburg heet. Het spijt me niet meer te kunnen spelen met de tijd. De tijd die vooruit staat, een gril van de kosmos, want toeval, zo beweren mensen die het kunnen weten. En ik probeert het te vatten en soms zie ik een glimp betekenis, een flard aha. Soms.

dinsdag 25 januari 2011

Vroeger

Vroeger, toen de dochters jong waren en ik in de lagere school in hun poesie-albums mocht tekenen, waarvan de meeste op linkerzijde voorgedrukte items en vragen hadden staan, schreef ik bij de vraag 'wat wil je later worden', steeds weer: een oude knorpot. En dat ben ik ook geworden. Ik wist dat omdat alle bouwstenen reeds duidelijk aanwezig waren. Ik moest alleen nog oud worden om de droom te vervullen.
De moraal van het verhaal: geen.

maandag 17 januari 2011

Als gelijktijdige vensters

Lang geleden toen de dieren nog spraken hadden ze misverstanden en voerden ze oorlogen en beledigden ze elkaar en begrepen ze elkaar niet en ze vraten elkaar op en beten elkaars strot af en ze jaagden op elkaar dat het een lieve lust was en er was geen God om hen te stoppen, want ze konden wel praten maar ze kenden het begrip geloof niet en dus was er geen God om hen te verlossen. En de hemel was blauw, het gras groen en de wolken wit en de zon kwam op in het oosten en zakte op het einde van de dag rossig weg in het westen en de sind blies veranderlijk uit alle richtingen en het was goed zo.

Er was geen moraal, geen spijt, geen verleden en geen toekomst, want dieren hebben geen tijdbesef. De tijd stond stil, elk moment weer opnieuw.

Toen kwam de mens en hij begreep de dieren niet en dus konden de dieren niet meer praten en de mens bracht het verleden en de toekomst en de tijd en God. En de aarde werd rond en de aarde draaide rond de zon. De mens schreef woorden en zinnen en daarmee reisde hij door de tijden.

De mens bracht weemoed en spijt en berouw en wraaklust en verdriet en vreugde en passie en liefde en verklaringen en geloof.

De lucht is blauw, de wolken wit, het gras groen, de wind blaast uit veranderlijke richting en er is verleden, heden en toekomst. Straks gaat deze mens slapen. Daarna is er de nacht. Zwart. En daarna wordt deze mens weer wakker en is nu gisteren en morgen vandaag en alles is relatief en absoluut. Als gelijktijdige vensters.

zondag 16 januari 2011

De geur van chocolade

Vandaag was niet de wind niet alleen mild en droog en lavend warm na een veel te kille en snerpende winter. De wind bracht ook de zoete en verleidelijke geur van chocolade over de weides en blies die zacht de stallen in en door de openstaande ramen vulden de kamers en het hele huis zich met de chololadelucht.

Het is geen wereldschokkend nieuws. Maar het ruikt zalig.

Ik ben net nog even buiten geweest. Ik heb een rondje gewandeld, in stilte, met de herdershond trouw in mijn buurt. Langs de stallen. Langs de weides. Goeie avond, Pinky op de weide en Tendresse, Val d'Isere, Olga, Branco in de grote eerste stallen en daarna Blacky, Ulysse, Theo, Elite en Tripple in de volgende stallen en tenslotte Dante en Casper op de verste weides waar de chocoladegeur ongehinderd uit het zuiden kan glijden in de malse wind.

Ik wandel terug naar het huis. De ramen verlichten de tuin. Ik lees nog wat berichten en zeg de dag goeie nacht.

Over de tijd die glijdt

De dagen slepen zich dartel voorbij, ook zondagen. Ze snellen en aarzelen, de dagen. Ze treuzelen, stokken en dan ineens zoeven ze in een rotvaart verder, hun passagiers en toevallige passanten meesleurend als in een kolkende rivier die ineens een waterval is, donderend en ziedend en alles verwoestend. En daarna kabbelt die dag weer rustig verder, tergend langzaam.

Ik had er, bij het begin van mijn leven, een goeie 30.000 te gaan. Want dat is statistiek. En hoewel individuen en statistiek geen enkele correlatie hebben, behalve dan dat veel eenlingen een massa maken en massa's en statistiek hand in hand gaan, moet ik er toch maar van uit gaan dat zonder veel geluk of ongeluk, ik een goeie dertigduizend tergend langzaam razend denderende dagen heb gekregen om te doorlopen en liefst zoveel mogelijk te beleven. Ik heb er daarvan al zowat 17.300 opgebruikt en helemaal tevreden met wat ik er meestal mee deed, kan ik niet echt zijn. Veel ervan waren grijs en troosteloos, en gelukkig zijn wij mensen wel bewust en denkend, maar gelukkig niet in die mate, want dat zou ondraaglijk zijn.


Vandaag heb ik tapijttegels geplaatst bijvoorbeeld. In de woonkamer. Die was al voor 4/5 klaar maar ik bleef de afwerking maar uitstellen, want dat betekende veel puzzelwerk en geknutsel. Bovendien heeft het huis dat in de vroege jaren 50 gebouwd werd, een mooie ronde erker en omdat tapijttegels vierkant zijn, vroeg dat behoorlijk wat energie, en zwaar denkwerk zowaar, om tegel per tegel en boog per boog de uitkomst te beredenen voor het snijden en plaatsen, en om niet te vaak trial and error als redmiddel in te hoeven roepen. Want dat betekent, en ook dat is statistiek, meestal 'error'.

Waarna ik dringend buitenlucht moest happen en omdat de hemel helder was en de wind aangenaam uit het zuiden waaide, heb ik na wat klussen bij paarden en stallen en weides en het vegen van veel te veel vierkante meter bestrating die dik lag onder stof en hooi en vlaslemen en mestafval en zand en de resten van winters zout, kwam ik toe aan thee in de tuin in t-shirt. In de zon. Op een eenzame witte plastieken tuinstoel, die vettig is van de winter en eigenlijk alleen nog dient als rommelstoel op de hooizolder. Maar het is winter, en dan staan de tuinmeubels niet binnen handbereik. De zon priemde en het voelde tintelend.

En omdat de arbeid binnen en buiten me deugd hadden gedaan, ben ik dan maar aan een verkoopcurus begonnen die eigenlijk al af had moeten zijn, want ik begin die deze week te geven. Ik hou van deadlines. Dan wordt de geest scherp en moet ik die wel bij de les houden en niet laten uitwaaieren over duizend en een dingen die me dan te binnen vallen en allemaal de moeite waard zijn en aan elkaar gelinkt moeten worden en dan ook weer niet.

De dag loopt nu ten einde. Ik schrijf een berichtje voor Rix World. Over 30.000 dagen en het besef dat ze voorbij dreigen te glijden als zand doorheen de vingers van de hand. En zoals het cliché het wil, mag ik ook weer niet te krampachtig nijpen, want dan ontvloeien ze me nog sneller. Ik beschrijf de dag, die niks om het lijf heeft, in een loze poging die inhoud en vorm te geven en vast te leggen als 1 dag uit een lange reeks. Ik zag de zon opkomen deze ochtend. Ik zag dat het gras groener is geworden deze week, en al wat lijkt te groeien. Ik zag dat het groen van de overwinterende bloemen uit de grond komt, ik zag de botten op de bomen die gezwollen staan, ik hoorde de vogels, ik voelde de zuidenwind, ik zag de avond door de gekromde takken van de magnolia, maar niets van dat alles kon de dag stopzetten, of versnellen.

Dat is het voorrecht van de tijd zelf.

De tijd wikt en beschikt. Niet.

zaterdag 15 januari 2011

Lectuur en gedachten en Brak water


In bad lees ik mijn tijdschriften, en ik kwam eindelijk toe aan het artikel waarnaar op radio en tv al meerder keren was verwezen. Een interview met de ex-journalist die omdat hij gedreven door de kennis en kunde van de journalist en de ijdelheid van de vele jaren bekendheid in vlaamse huiskamers en de eigendunk van de intellectueel die zich boven het plebs verheven voelt, een ministerpost in het bereik zag, koos voor de politiek en meteen voor de partij die voor hem die droom quasi zeker zou realiseren. Alleen is de heer Brakke na ruim 200 dagen nog steeds geen minister en dat knaagt. Niet aan zijn neerbuigendheid, niet aan zijn eigendunk, niet aan zijn verhevenheid, maar het knaagt, want de heer Brakke is er nu zo kort bij. Het is als die auto die je besteld hebt en die al in de garage staat, maar die nog opgepoetst moet worden en klaargezet en je nummerplaten moeten nog komen. Dat gevoel.

De heer Brakke zei een aantal maanden geleden dat hij in de politiek stapte omdat het land er erg aan toe was, en dus zei Hij eigenlijk dat Belgie Hem nodig had, dat Hij De Redder van het Vaderland zou worden, tenminste, van een deel ervan, want dat deel in het diepe en arme en luie zuiden is van ondergeschikt belang. Ik herken dat wel, die zelfzekerheid dat het land de dieperik induikt en enkel gered kan worden met je eigenste tussenkomst. Alleen zeg ik dag niet
zo luidop als de heer Brakke en bovendien vind ik dat je zo weinig ambitieus bent enkel het
noorden van een onooglijk land te willen redden. Ik zou dan meteen zeggen dat de wereld me nodig heeft. Op zijn minst.

Het artikel kon me niet boeien. Dus bladerde ik daar in dat warme schuimige water doorheen het bewuste tijdschrift en ik las over epigenetica en vond dat zo ongehoord boeiend. Dat wij niet alleen onze genen doorgeven aan ons nageslacht. De wetenschap heeft steeds meer bewijsmateriaal dat we ook de gebeurtensissen in ons leven doorgeven. En ik heb dan de neiging om daarop door te denken. Te peilen naar het leven van mijn ouders en grootouders. Hoe mijn vader geboren wordt in een tijdperk dat ik terugvond als ik een tiental jaar geleden vanuit
Shanghai het chinese binnenland indook. Eerst was er de shock en daarna de stellige zekerheid dat dit Vlaanderen van net na de tweede wereldoorlog was, maar dan met computers, en internet
en nog zoveel meer. Hetzelfde, maar moderner. En hoe mijn grootouders leefden, die de toestanden die we uit 'Daens' kennen, zelf hebben meegemaakt. Voorlopig kan ik daarmee geen verhaallijnen bedenken, maar dat komt nog, denk ik en misschien ook niet. Ik voel geen haast en ook geen drang. Enkel de zekerheid dat daar mooie zinnen in zitten en mooi gebogen gedachten.

En ik las ook over een schilderij van Pieter Breughel, de Oude, want die kon mensen schilderen en contrasten en passie en spanningsbogen, en dat kon de Jonge niet. In 1627 was het de laatste keer beschreven en daarna niets meer, om dan pas in de 21ste eeuw op te duiken bij een rijke Spaanse familie. En natuurlijk verdwijnt het niet in het niets al die tijd. Het schilderij heeft een hele levensgeschiedenis. Van de ene kamer naar de andere. Er zitten dikke vernislagen op. En het is dof en donker, met een scheur en een kreunend kader, en op sommige delen is de verf verdwenen. En ik bedenk dat het meer voldoening moet geven die geschiedenis op te speuren en te reconstrueren en te beschrijven, om een schilderij van een paar weken oud te herstellen, voorzichtig, deskundig en geduldig, dan om zoals Hij, de heer Brakke, minister te willen worden ter eigen eer en glorie en uit eigendunk en de ijdele gedachte de Redder te zijn.

Ooit liep ik op een bloedhete dag doorheen het Prado. Ik was in Madrid op zakenreis en vertrok pas op zondagavond. Helemaal alleen. Ik liep de eerste zaal binnen bij het openen van de deuren, at of dronk die dag niets, tenminste geen eten of drinken, en liep langzaam van zaal naar zaal en van werk naar werk, speurend, genietend, etend en drinkend met de ogen. Ik ben niet helemaal rond geraakt. Het jaar erna bezocht ik het Reina Sofia.

Sommige stukjes die ik schrijf lijken een moraal te hebben. Ik denk dat ik deze keer de heer Brakke in mij aan banden heb proberen leggen.

dinsdag 4 januari 2011

Pluto

Ooit een weinig intelligent specimen van de soort koe, eentje dat bovendien de eerste tekenen van beginnende seniliteit begint te vertonen en licht dronken is van het gistende hooi in haar drinkbak, zien staren met bolle ogen naar een voorbijrijdende trein? Neen? Maar je kan je het wel voorstellen, en je weet dat dat niet meteen het toonbeeld is van helder begrip en diepe inzichten.
Zo ongeveer zag ik vandaag mensen naar me staren terwijl ik een voor mij volkomen logisch en dermate eenvoudig begrip probeerde te verduidelijken en dan drong het ineens tot me door dat als mannen van mars en vrouwen van Venus komen, ik In deze op planeet aarde vertoefde en zij ergens op pluto of omgekeerd wellicht en onze universums en hun wetmatigheden evenveel gelijkenis vertoonden als een witte kei en een zachte windvlaag in de zomer. Terrwijl dat besef tot mij doordrong, langzaam, en ik naar hun verwarde blikken keek en het lege knikken van hun hoofden in een poging om met het ja-knikken ergens onderweg ineens het licht te zien, kon ik een vage glimlach niet onderdrukken.
Terwijl zij probeerden vast te houden aan regels en afspraken en grenzen en inperkingen en standvastigheden en veiligheden, sprak ik alleen over dromen en wensen en ontgrenzen en het genot van de reizen en de voldoening van het risico.

En in plaats van op te geven, en me te plooien naar hun beperkte universum, ging ik alleen maar doordrammen, steeds verder, steeds wilder en onbegrensder en in mijn hoofd ging ik niet dromen van de zee, neen, ik ontwikkelde een zee van vloeibaar glas en bevolkte die met marmeren dolfijnen en ik schilderde de hemel vol jagende wolken van zijde en ineens had ik een bruikbaar idee dat zo eenvoudig was en helder en tastbaar, dat ook zij het begrepen en wij juichten en joelden en dankten de goden voor dit geweldige ogenblik en niets van dit alles is waar en alles eveneens.

vrijdag 31 december 2010

Schrijfselkes

Beste,
Even het gif dat cynisme is opzij zetten? De ironie laten varen?

Er zijn klokkenluiders nodig. Dwarsliggers. Bond zonder naam zou zeggen dat spoorwegen aangelegd worden op dwarsliggers. Haha. Er zijn klootzakken nodig en iemand moet het doen en ik doe het graag, met veel plezier en veel overgave. En niet eens om iets of iemand te dienen, laat staan een of andere hoger doel. Kan me gestolen worden.
Volkoren stokbrood: afschaffen! Stokbrood is wit.

Margarine? Boter!
Geen vlees? Haha.
Vegetarians are just lousy hunters!
Bio wijn: stik er in!

Lang leve ganzenlever. Oesters. Kaviaar. Champagne van voluit gesproeide druiven.
Kill Andre Rieu en alles wat fake is. Mijdt volkoren stokbrood en margarine. Eet lekker zwart brood met vette boter en verse garnalen met een goed glas wijn.
Je leeft maar en keer. En als je niet weet te genieten van de echte dingen, Géef dan liever al je geld aan de misdeelden.
Moraal van dit verhaal: geen.
Kill moraal.

2010


Het zalige jaar 2010.
Waarin we eindelijk wisten of we aarde aan het verkloten waren of niet. Ik ben het antwoord vergeten.
Waarin Antwerpen, het stadje bij de machtige Schelde, eindelijk een brug bouwde van een architecturale schoonheid, die van de ene naar de andere oever reikt en die het stadje bijna de allure van een metropool geeft.
Waarin Brussel en Halle en Vilvoorde, ja... Wat eigenlijk?
Waarin wat we al ons hele leven wisten, wij allemaal, geweten werd en waarin we met zijn allen zo hard ons best deden te doen alsof dat nieuws was, om zo ons collectieve geweten schoon te wassen: priesteres deden het met koorknaapjes enzo. Tsja.
Waarin deze Amerikaanse president evenveel can als de vorige: niks. Want een president can just niks zonder het kapitaal en het door populisme gedreven volk. Daarom heet het volk.
Waarin de honger in Afrika eindelijk de wereld uit was en Haiti een economische grootmacht en China vredelievend en bekommerd om leven en welzijn. Waarin Europa weer die wijze oude en gerespecteerde dame werd die de wereld kon leiden met de kracht van eeuwenoude beschaving en filosofische wijsheden en twijfel en nuance.
Waarin treinstations dienden waarvoor ze dienen en niet langer slaapzalen waren.
Waarin ik niet cynisch was, maar vrolijk.
Waarin ik alleen mensen heb ontmoet die open waren en eerlijk, zonder al dan niet onhandig verborgen agenda.
Waarin er geen verraad was, waarin vroegere mede strijders van vele oorlogen, vrienden eigenlijk, dacht je soms, je in de ogen konden kijken als ze tegen je praatten en niet wegkijkend stil en onduidelijk stamelden, bang. Waarin vergeving was en begrip voor elkaars zwakke momenten.
Waarin de vos de passie preekte, zoals steeds.
Waarin de paus conservatiever was dan de paus, zoals dat hoort. Waarin de mensen de keuze hebben, zoals dat hoort. En waarin de meeste mensen nog steeds liever de keuze ondergaan en daarover klagen en zagen, als steeds.
Waarin in oude middeleeuwse kerken van vergeten godsdiensten, musea kwamen en concertzalen, hotels en restaurants, Mac Donalds tussen de Rubensen en de preekstoelen, 2 Manu dj's in SintBaafs.
Waarin een weekblad zichzelf verkocht aan een sixpack bier waarvan iedereen de naam vergeten is en de bittere smaak van platte commercie in je glas goot.
Waarin de nucleaire oorlog begon en niet ophield en de wereld verging. Eindelijk.
Waarin ik me het antwoord herinner op de vraag of we het verkloot hebben of niet: ja, en geen klein beetje.
Waarin we straks feest vieren en elkaar in de armen vallen en doen alsof volgend jaar beter zal zijn. Hoera.
Waarin we een paar miljoen liter olie in zee pompten.
Waarin we een volksjury iemand lieten veroordelen waarop het volk verontwaardigd reageerde en schande sprak en onrecht.
Waarin we weer in sprookjes geloofden en dat sinterklaas uit Spanje komt.

Ik wens ons eens geweldig 2011. Echt.

donderdag 30 december 2010

zware discussies


Je zit gezellig aan tafel en op die tafel worden gerechten gezet en dranken. Rond de tafel zitten mensen en die praten en je praat mee, soms. Buiten het eethuis draait de wereld door en via de blackberry en de netwerken allerhande waarmee we voortdurend vasthangen aan elkaar en de gebeurtenissen groot en klein, dringen mensen binnen en blijf je beslissingen nemen en zaken sturen. Dat stoort, maar je verslaving is groter dan de last van de sociale druk.
Je zit dus semi-gezellig mee aan tafel en praat mee, soms. Tot je ineens merkt dat een hoop verstandig volwassen mensen nood hebben aan bovennatuurlijke verklaringen, goddelijke interventies en zelfs vorige en volgende levens om zin te geven aan zaken en gevoelens en gebeurtenissen. Genoeg om de verslaving opzij te schuiven en me vol te gooien op de discussie. Niet dat ik zo nodig mensen wil bekeren tot het enige echte zuivere geloof, dat van het niet-geloven, van de zware last te weten dat we een toevallige uitkomst zijn van een ongelooflijk oud en complex genetisch algoritme dat geen begin en geen einde en geen betekenis heeft. Bekeren is mijn ding niet. Maar ik kan niet lijdzaam toezien hoe mensen die ik hoog inschat, zich laten wegglijden in sprookjes.
Ja, ik hou van sprookjes en verhalen. Ik vind ze geweldig. Het is zalig ze te vertellen en het is zalig in kaboutertjes te geloven en trollen en sprekende dieren en eenhoorns en elfjes. Vooral elfjes. En Sinterklaas natuurlijk.

dinsdag 28 december 2010

tussen kerst en nieuw


Tussen kerst en nieuw in zou een mens tijd moeten hebben om na te denken en zijn gedachten te laten slepen, traag en moeizaam, en niet ijl en vluchtig,als gewoonlijk.
Maar ik schreef 'zou', want ik weet wel beter.

Tussen droom en daad staan wetten in de weg, schreef Elsschot en praktische bezwaren. Maar vooral een te kort aan tijd.

Als ik het leven zou kunnen hertekenen, dan schonk ik mezelf een leven of 4, maar dan wel simultaan. Dat zou een heel stuk minder frustrerend werken als het zappen heen en weer in een onmogelijke poging simultane levens te kunnen simuleren als je maar hard genoeg doet alsof. En dan zou ik ook nog terug willen schrijven. En tekenen. En schilderen. Liefst allemaal, want het is zonde het niet te doen.

Wat ik maar niet vatten kan, geachte opperwezen dat niet bestaat, maar aan wie moet ik het anders vragen? is waarom het aanvoelt als zonde dat ik geen tijd heb voor die dingen, maar er me gewoon te weinig simultane tijd gegeven is om alles te doen waarvan ik het gevoel heb dat ik het maar beter kan doen? Omdat ik er wat aan heb. En hopelijk ook anderen.

Een eindejaarsgedachte zowaar, met een open einde.

vrijdag 16 juli 2010

TdF

Ik ging schrijven dat het me verbaasd, maar dat zou een leugen zijn, want verbazing is een zeldzaam goed geworden in de Bananenrepubliek en bij uitbreiding de door de mensensoort gedomineerde planeet A.

Een fractie van die mensensoort kijkt elke elke dag weer opnieuw via het medium televisie naar Le Tour de France, een non event dat zich drie volle weken in bijna dagelijkse afleveringen van een aantal uur verder sleept naar -letterlijk- de laatste eindstreep, die getrokken ligt in de eeuwige velden van grote stad aan een trage stroom. Drie weken lang zitten een paar tientallen mannetjes van de menselijke soort op tweewieler die ze op primitieve wijze vooruit duwen, gebruik makend van tandwielen, een ketting en de spierkracht in hun benen. Die mannetjes zijn gehuld in kleurrijke spannende kledij, torsen helmen op het hoofd en zonnebrillen op de neus en ze rijden elke dag van de ene stad naar een andere, daarbij mijden ze hoge bergpassen niet, nu en dan, al zijn dat geen noodzakelijke obstakels op weg van A naar B, meestal. Ze worden vooraf gegaan en gevolgd door een hoog aantal personenwagens, vrachtwagen, autobussen, motoren, helicopters,...

De mensensoort registreert alles met camera's en stuurt de beelden naar een flink aantal honderduizenden televisies over de hele wereld. De mensensoort stuurt reporters die praten bij de beelden die ze zo proberen op te leuken tot spannende en aangrijpende gebeurtenissen. Wat ze niet zijn. En precies daarover wou ik verbaasd zijn, maar ik ben het niet.
Die reporters omschrijven het gebeuren beurtelings als een circus en een karavaan. Het Tourcircus of de Tourkaravaan.

Het lijkt alsof de leiders van deze karavaan, de ringmeesters van het circus, het echte spektakel willen mijden, omdat echt spektakel gevaarlijker is, want onvoorspelbaar, dan het non-spektakel dat enkel spankracht krijgt door oeverloos gekakel door reporters.

Gisteren, bijvoorbeeld, in de laatste rechte lijn naar de met witte verf getrokken eindstreep in een stadje in het mooie land F, gebeurde er iets wat leek op een event. Je moet beseffen dat als nog veel mannetjes op tweewielers samen zijn, kort voor het einde van hun dagelijkse tocht van A naar B, er enige deining ontstaat in de kudde mannetjes op tweewielers. Het is -en dat dagelijks- de bedoeling dat er zo snel mogelijk van A naar B getrokken wordt en in concreto betekent dat dat wie het eerste over die finale witte streep rijdt met de tweewieler, de winnaar is van de tocht van die dag. Dus gaan de mannetjes in die laatste rechte lijn zo hard mogelijk fietsen, allemaal en gaan ze wat duwen en trekken en elkaar de pas afsteken of tegen de kant aan duwen.

Gisteren gingen mannetjes, daar zijn het mannetjes voor, met testosteron in hun lijf en adrenaline enzoverder, elkaar wat duwen en kopstoten uitdelen. Behoorlijk gevaarlijk en mooi om zien, tegen de hoge snelheden die de mannetjes bereiken op hun tweewielers. Maar dat mocht niet. Want het koppigste mannetje (woeha, een woordspelletje van de schrijver dezes) mag niet meer meedoen. Jammer. Maar niet verbazend.

donderdag 15 juli 2010

een heer van stand of toch niet

In het weekblad voor de saaie burgerman, K, staat deze week een interview met de pseudo pseudo RT. Korte armpjes. Grote kop met hoog voorhoofd, kalende schedel en daaronder onzorgvuldige haarbos. Ogen die door afhangende zakken erboven triest kijken. De pupillen raken het onderste ooglid niet, maar laten een stuk wit. De mond liploos. De blik intriest en hautain tegelijkertijd.
In dat interview bewijst de heer van stand RT dat hij is wat hij is: pseudo pseudo en bovendien en bovenal een leeg vat vol mooie praatjes. Men rolle zijn K op en stoppe die dan zonder medelijden in de kont van de ijdeltuit zonder inhoud, de genaamde RT. Dan past die smartelijke blik ook beter bij het fysieke ongemak.

Dag Allemaal

De Bananenrepubliek bij de Noordzee is verdeeld in niet minder dan 4 delen. Over die 4 delen en het waarom ervan zal ik het vandaag niet hebben. Het bestaan van die delen speelt geen rol in mijn hersenspinseltjes. Het bestaan van die 4 delen is hallucinant en hoogst surrealistisch en erover schrijven zou een roman vergen en om een roman te schrijven ontbreekt het me aan tijd en energie vandaag.
In het deel van de Bananenrepubliek, dat grotendeels vlak is en waar loom stromende rivieren meanderend hun weg zoeken naar de Noordzee, waar hard werken zonder daarbij na te denken als een deugd omschreven wordt en waar de meeste bedrijven gerund worden als een boerderij, leven de Vlamingen.
Over de Vlamingen en hun boerderij-management schrijf ik momenteel een handleiding Vlaams Ondernemen Voor Dummies. Als in de Vlaamse gronden olie was gevonden en men er geen vlas had geweekt, was de wereldeconomie, het milieu en daarmee ook de wereld en de mensheid al lang naar de kloten. Maar daarover wil ik het vandaag niet hebben.

De Vlaming is niet echt een lezer. Ja, ik weet het, hier had best een bruggetje gemogen, maar ik ben vandaag ook lui.

Ik denk dat in Vlaanderen ongeveer evenveel romans gelezen worden per inwoner als bij primitieve stammen in regenwouden waar ook ter wereld. Als je in Vlaanderen een zaak start en je wil snel veel geld verdienen, dan moet je een boekhandel starten en romans gaan verkopen. Doordat de Vlaming weinig leest, krijgt hij ook de schrijvers en de romans die hij verdient en lijkt de middelmatigheid meestal het hoogst bereikbare. Als er al een Vlaming aan schrijven doet en er behoorlijk in slaagt handig graaiend in de wereldliteratuur enkele genietbare zinnen achter elkaar te poten en hier en daar iets te scheppen wat een verhaal lijkt te zullen vertellen, roept de iets intelligentere Vlaming algauw dat die schrijver de Nobelprijs verdiend, waarmee die iets intelligentere Vlaming meteen bewijst pseudo te zijn en van echte literatuur geen benul te hebben.

Ik overdrijf. Er zijn in Vlaanderen best goeie dingen geschreven nu en dan. In het stinkende textielstadje A leefde halfweg de vorige eeuw een verver die 's avonds gezeten aan de keukentafel urenlang woorden zat neer te pennen in zinnen die stroomden als beken en rivieren en greppels en riolen, om van het gezaag van zijn vrouw af te zijn en te ontsnappen aan de donkere depressie van een zinloos bestaan als lid van het klootjesvolk. Die schreef dat de mensen een geweten geschopt moest worden, maar urenlang gebogen zat over pornoboekjes die hij in Amsterdam ging halen en waaruit hij knipte en plakte om zo 'het lichaam van de vrouw en het meisje' in kaart te brengen. Die schreef over 11 jarige fabrieksmeisjes zonder onderbroek die beloerd en in gedachten bepoteld werden door vieze venten in losse overalls die opvallend veel gelijkenissen vertoonden met de schrijver van die obsessies. Die stierf achter die keukentafel, de fles sterke drank boven de tafel en wie weet wat onder de tafel ter hand, net bezig de de rubriek 'peervormige borsten' van gepaste illustraties te voorzien. En in de wereldstad A in het diepst van hun eigen gedachten, leefde vroeger nog in de vorige eeuw, een gewiekst zaken- en saaie burgerman, die zinnen kon bouwen en beelden en verhalen die elke beginnend schrijver eerst tientallen keren zou moeten lezen en ontleden om dan te besluiten toch maar geen schrijver te worden, omdat de wijze waarop die zinnen en beelden en verhalen geschreven zijn, bijna onmogelijk te evenaren blijken.
Het liefst leest de hedendaagse Vlaming Dag Allemaal. Elke week weer opnieuw worden masaal veel Dag Allemaal verkocht en in Vlaamse huiskamers gelezen. Daarmee is alles gezegd.