zaterdag 15 januari 2011

Lectuur en gedachten en Brak water


In bad lees ik mijn tijdschriften, en ik kwam eindelijk toe aan het artikel waarnaar op radio en tv al meerder keren was verwezen. Een interview met de ex-journalist die omdat hij gedreven door de kennis en kunde van de journalist en de ijdelheid van de vele jaren bekendheid in vlaamse huiskamers en de eigendunk van de intellectueel die zich boven het plebs verheven voelt, een ministerpost in het bereik zag, koos voor de politiek en meteen voor de partij die voor hem die droom quasi zeker zou realiseren. Alleen is de heer Brakke na ruim 200 dagen nog steeds geen minister en dat knaagt. Niet aan zijn neerbuigendheid, niet aan zijn eigendunk, niet aan zijn verhevenheid, maar het knaagt, want de heer Brakke is er nu zo kort bij. Het is als die auto die je besteld hebt en die al in de garage staat, maar die nog opgepoetst moet worden en klaargezet en je nummerplaten moeten nog komen. Dat gevoel.

De heer Brakke zei een aantal maanden geleden dat hij in de politiek stapte omdat het land er erg aan toe was, en dus zei Hij eigenlijk dat Belgie Hem nodig had, dat Hij De Redder van het Vaderland zou worden, tenminste, van een deel ervan, want dat deel in het diepe en arme en luie zuiden is van ondergeschikt belang. Ik herken dat wel, die zelfzekerheid dat het land de dieperik induikt en enkel gered kan worden met je eigenste tussenkomst. Alleen zeg ik dag niet
zo luidop als de heer Brakke en bovendien vind ik dat je zo weinig ambitieus bent enkel het
noorden van een onooglijk land te willen redden. Ik zou dan meteen zeggen dat de wereld me nodig heeft. Op zijn minst.

Het artikel kon me niet boeien. Dus bladerde ik daar in dat warme schuimige water doorheen het bewuste tijdschrift en ik las over epigenetica en vond dat zo ongehoord boeiend. Dat wij niet alleen onze genen doorgeven aan ons nageslacht. De wetenschap heeft steeds meer bewijsmateriaal dat we ook de gebeurtensissen in ons leven doorgeven. En ik heb dan de neiging om daarop door te denken. Te peilen naar het leven van mijn ouders en grootouders. Hoe mijn vader geboren wordt in een tijdperk dat ik terugvond als ik een tiental jaar geleden vanuit
Shanghai het chinese binnenland indook. Eerst was er de shock en daarna de stellige zekerheid dat dit Vlaanderen van net na de tweede wereldoorlog was, maar dan met computers, en internet
en nog zoveel meer. Hetzelfde, maar moderner. En hoe mijn grootouders leefden, die de toestanden die we uit 'Daens' kennen, zelf hebben meegemaakt. Voorlopig kan ik daarmee geen verhaallijnen bedenken, maar dat komt nog, denk ik en misschien ook niet. Ik voel geen haast en ook geen drang. Enkel de zekerheid dat daar mooie zinnen in zitten en mooi gebogen gedachten.

En ik las ook over een schilderij van Pieter Breughel, de Oude, want die kon mensen schilderen en contrasten en passie en spanningsbogen, en dat kon de Jonge niet. In 1627 was het de laatste keer beschreven en daarna niets meer, om dan pas in de 21ste eeuw op te duiken bij een rijke Spaanse familie. En natuurlijk verdwijnt het niet in het niets al die tijd. Het schilderij heeft een hele levensgeschiedenis. Van de ene kamer naar de andere. Er zitten dikke vernislagen op. En het is dof en donker, met een scheur en een kreunend kader, en op sommige delen is de verf verdwenen. En ik bedenk dat het meer voldoening moet geven die geschiedenis op te speuren en te reconstrueren en te beschrijven, om een schilderij van een paar weken oud te herstellen, voorzichtig, deskundig en geduldig, dan om zoals Hij, de heer Brakke, minister te willen worden ter eigen eer en glorie en uit eigendunk en de ijdele gedachte de Redder te zijn.

Ooit liep ik op een bloedhete dag doorheen het Prado. Ik was in Madrid op zakenreis en vertrok pas op zondagavond. Helemaal alleen. Ik liep de eerste zaal binnen bij het openen van de deuren, at of dronk die dag niets, tenminste geen eten of drinken, en liep langzaam van zaal naar zaal en van werk naar werk, speurend, genietend, etend en drinkend met de ogen. Ik ben niet helemaal rond geraakt. Het jaar erna bezocht ik het Reina Sofia.

Sommige stukjes die ik schrijf lijken een moraal te hebben. Ik denk dat ik deze keer de heer Brakke in mij aan banden heb proberen leggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten