zaterdag 22 januari 2011

Van de schrijver, de boer en wat daartussen is

Hij die schrijver wou worden, en door de vreemde plooien van het leven in de turbulentie terecht is gekomen van het zakenleven, keert elke zaterdag terug tot een leven dat hij nooit droomde, maar dat hem past als een maatpak en even lekker zit.

Hij ploetert in modder en mest, zeult met hooi en voer en voordroog, rijdt met kruiwagens, timmert en herstelt tot de armen, de rug, de vingers en de benen stram voelen. Hij voelt de wind, de regen, de zon. Herkent de verschillen tussen Westen- en Oosten- en Zuiden- en Noordenwind. Hij kijkt naar de wolken, de nevel om de maan, betast de atmosfeer en voorspelt het weer. Hij leeft met de seizoenen. Hij heeft kou en in de zomer zweet hij en wordt hij zwart van stof en zand.

De paarden herkennen hem. Met de ogen toe herkent hij hen. Aan hun ademen, hun gestommel, hun geur. Hij weet hoe hij hen benaderen moet, elk paard anders. De ene komt meteen op zijn schouder rusten, een ander gaat rustig in een hoek van de stal staan, nog een ander komt nieuwsgierig knauwen, een ander drentelt heen en weer.


Hij die schrijver wou worden, maar die Elsschot las en herlas en daarna Boon bestudeerde, besefte al vroeg, dat hij nooit het geduld zou hebben om als Elsschot elk woord te wikken en te wegen en elke zin te vijlen en te plooien en herschrijven, tot elk woord precies was en precies stond en uitdrukte wat gezegd moest worden. Niet meer. Niet minder. En daarna besefte hij nooit de naturel te zullen hebben van Boon, die een vulkaan was waaruit de woorden en zinnen en verhalen vloeiden als onstuitbare lavastromen.


En de schrijver hield op met schrijven en rolde hij in het leven van feiten en feitelijkheden, van ernst en processen, van KPI's en organigrammen en P&L's en maandrapporten en workflows en jobdescriptions en het geld en het voelde nooit vertrouwd, maar hij had er het talent voor,
blijkbaar en de passie en de drive en dus kabbelde hij in dat leven verder.



De haard gloeit. Buiten is het donker. In de stallen wachten de paarden op het avondeten. Straks, als hij naar buiten gaat, gaan ze onrustig snuiven en grommelen en draaien en keren, want ze herkennen het tijdstip en de geluiden.

De schrijver die boer is, soms, doezelt bij de haard.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten