De tergend langzaam meanderende levens van Droeve Dichter, Boerken, Oude Knorpot, Gladde Zakeman, Stil Meisje, Grijze Filosoof, Buurmans en de Trage Stroom.
woensdag 7 november 2012
afwezigheden
Zakenman en het jaar van de kat
De minuten wandelen voorbij als achteloze voorbijgangers die niet op- of omkijken. In zijn oren klinkt Al Steward en in de stilte tussen twee nummers in zingt Cindy Lauper over Echte Kleuren en daarna zingt Al Steward over Het Jaar van de Kat en niemand behalve de Zakenman ziet nu de beelden die hij ziet bij 'like a watercolor in the rain'.
zaterdag 3 november 2012
Zakenman schrijft over een fucking goed idee
In het hoofd van Zakenman schrijven zich hele verhalen, maar hij neemt nooit potlood en papier en de tijd om ze neer te schrijven. Hij neemt geen pc en geen ipad om de gedachten te vangen in een bevroren tekst. Anders zouden we dit lezen. Ergens.
Welkom in de machine.
Ooit begon ik dit leven met Grootse Plannen, alleen had het Leven andere plannen. Ik negeerde alles en iedereen. Als je een goed idee hebt, weet je dat nooit op dat moment. Of toch zeer zelden. En de anderen weten het ook niet. Niet eens zelden. Nooit. Integendeel. Een fucking goed idee zet je hele wereld in onbalans. Een echt goed idee is een ongelooflijke last. Weinig mensen kunnen die aan. Daarom blijven goed ideeën meestal verborgen in de schaduw. En sterven van honger en dorst. Uiteindelijk. De prijs die je betaalt om een schaap te zijn, is verveling, de prijs die je betaalt om een leeuw te zijn, is eenzaamheid. Alles in het leven is een keuze.
Een goed idee is zelden iets groots. Meestal is het klein en bijna gewoon. In die bijna zit het verschil. Goede ideeën groeien op als wezen in een kil weeshuis. Ze krijgen eten en drinken, kleding en een bed. Geen liefde. Goede ideeën worden niet volwassen doordat ze plotseling ontdekt worden door een of ander opperwezen of -organisatie. Als je dat zou denken, heb je het grondig fout. Loser.
En tenslotte, voor vandaag: je moet niet proberen anders te zijn dan de massa. Je moet gewoon de massa vermijden. Altijd en overal. Laat de meute meute zijn.
Lava
Beschrijven deed ik de wereld nog niet, in de eerste jaren. Ik onderging hem. Ik denk dat ik me er niet helemaal thuis voelde, om een of andere reden. Op kinderfoto's lach ik zelden. Ik sta een beetje zurig naar de lens te kijken, met dichtgeknepen ogen en ik draai mijn linkervoet onhandig naar binnen. De wereld ging te snel, was te groot en te hard en ik begreep zo veel niet.
Later ging ik tekenen en schrijven en schilderen en kon ik de wereld bevriezen soms, in een moment, een beeld, in zinnen. Dat hielp.
Dichter leest in de schriften van Knorpot en kijkt naar buiten waar November grijs en grauw over de polder hangt. Het regent zonder ophouden en zonder variatie. Het regent. Punt. Het gras is diep groen. Het licht is grijzig geel en getemperd. De weides zijn zwart van de vette modder en de paarden staan gelaten in de regen als beelden van zwart marmer, blinkend. Daar ergens loopt Boerken te zeulen met eten en hooi en vers water. Zijn Landrover zakt in de modder en de wielen spinnen en zoeken grip en de Landrover zwiept en slipt en glijdt moeizaam tussen de weides door en als Boerken uitstapt, zuigt de modder zijn laarzen gulzig diep in de aarde, als was de polder een vleesetend monster.
Dichter leest verder en Zakenman komt binnen, samen met het Stille Meisje. Dichter kijkt niet op. Zakenman komt achter hem staan en legt een hand op zijn schouder en knijpt even en Meisje buigt en drukt een zachte zoen op zijn rechterwang en hij ruikt de Noordenwind en de Zee.
"Wat lees je?" vraagt ze met zachte stem. Dichter geeft geen antwoord. Hij ziet hoe Zakenman zijn jas uittrekt die donker is van de regen en hij hoort Meisje thee zetten in de keuken en daarna hoort hij het malen en het gereutel en gesis en gestoom van de espresso-machine en meisje brengt hem een klein kopje. Ze komt naast hem zitten, grijpt zijn kin en dwingt hem haar aan te kijken.
"Vertel me", zegt ze.
Dichter duwt zacht haar hand weg, staat op en gaat bij het raam staan. Duizenden woorden dringen zich op en ze vechten zich tot zinnen, maar hij weet geen enkel woord te grijpen en te kiezen en de zinnen blijven chaos en dus zwijgt hij. Hij is een vulkaan die uitbarsten zal.
Zinnen als lava.
vrijdag 2 november 2012
The Beatles, Helen Shapiro en Dendermonde
In mijn geboortejaar vroor de Schelde dicht en op de Noordzee dreven ijsschotsen. Vlaanderen lag heel even in het Hoge Noorden die lange winter van 1963. Ik merkte er niets van. Mijn leven was warm en geborgen, ongetwijfeld.
18.143 dagen geleden kreeg ik een naam. Tegen de Schelde aan lag de kleine stad, in een bocht en geklemd tegen de Dender. Beide rivieren meanderden vanuit het Zuiden doorheen het Lage Land om hier samen te vloeien en zo de stad haar naam te geven. Ik kreeg de naam van wielrenners en voetballers, maar kreeg van de natuur niet het talent voor sport, wel de ambitie.
Dat bleek een ietwat vervelende combinatie en ikzelf moest gelukkig geen toeschouwer zijn bij mijn ronduit belachelijke pogingen een voetballer te worden.
Ik combineerde een gebrek aan fysieke kracht aan een schrijnend tekort aan baltechniek en een absolute blindheid voor het veldspel, maar ik bleef volharden. Want koppig ben ik wel en het is bovendien gekend dat als je ergens geen talent voor hebt, je dan ook niet het talent hebt om te weten dat je er absoluut niet goed in bent. Een vervelend fenomeen.
Ik heb ruim 35 jaar na datum nog steeds de neiging me bij mijn toenmalige ploegmakkers, trainers en alle toeschouwers te verontschuldigen voor alle leed die ik hen heb aangedaan. Ik kan de film van de vele zaterdagen in smossige kantines die naar bier en sigaretten roken en oude mannen, in vervallen kleedkamers met Leuvense stoven en douches van betonplaten en roestige buizen en op modderige voetbalvelden met ingezakte doelen, niet terug draaien. En wil dat ook niet.
Ik was een Flandrien, ook dat, in het diepst van mijn gedachten. Gebogen over het stuur van mijn witte fiets met drie versnellingen, tegen de wind. Ik won alle wedstrijden en brak alle records. Mijn talent tot fantaseren was omgekeerd evenredig aan mijn sportieve capaciteiten.
donderdag 1 november 2012
De teksten van een vreemde
Zeilend hart-schepen
langs verwoeste havens
op de golven van de nacht
de spoorzoeker op het zwarte paard
rijdend heel alleen met zijn angst
vertel me waarom
Is het zo moeilijk
om met jezelf in het reine te komen
als je oud genoeg bent om terug te betalen
en jong genoeg om te verkopen?
Vertel me de leugens later,
kom me opzoeken
ik zal een poos in de buurt zijn
ik ben eenzaam maar je kan me bevrijden
enkel door hoe je glimlacht
vertel me waarom
"Godverdomme", zegt Boerken tegen Dichter, "Zit ge weer naar die trieste muziek van die cowboy met zijn snotvalling te luisteren?" Dichter glimlacht en zegt ja en schrijft verder en opnieuw zoeken de woorden het blad en zinnen om zich in te nestelen. Ergens worden ze zin en zinnig. Daarna wordt het stil in het duister van de nacht. Buiten waait de wind stevig. Het regent hevig.
Dichter schrijft trieste dingen en drinkt thee. Hij is ver weg van wat hij schrijft en leest eigen teksten alsof ze van een vreemde zijn.
Puur.
Hij bedenkt dat dat witte blad de ultieme roman is, en tegelijkertijd de absolute negatie daarvan en daarna laat hij de gedachte los.
Buiten wordt het niet licht vandaag. De hemel is diepgrijs en zo laag, dat het lijkt alsof de bomen worden geplet tussen de donkere vettige aarde en de zware hemel, vol van regen. Er staat weinig wind.
Dichter ziet in de verte Boerken aan het werk op de weides, met een hoed op het hoofd. Hij heeft laarzen aan en een lange jas en hij lijkt op een cowboy. Hij zeult met emmers en beukt palen in de natte bodem en spant draden. Nu en dan stopt hij de handen diep in de zakken om ze te warmen. Dichter weet dat Boerken vloekt en miljaart. Boerken lijkt te zijn gemaakt van de zware grond en de donkere wolken en met een veeg van een borstel met wat water verdwijnt hij in het schilderij van waterverf.
Dichter slurpt hete espresso. Dichter kijkt niet naar het lege blad. Dichter telt de regendruppels op het raam niet. Dichter denkt aan niets. Dichter is niet. Dichter is.
Puur.
Abonneren op:
Posts (Atom)












