woensdag 15 augustus 2012

Leef

Terwijl een nieuw deken paarsgrijze wolken komt aanglijden vanuit het westen zit Dichter onder de És die laag buigt onder het gewicht van vers groene takken die bijna tot de grond neigen en zo een kamer maken. De dagen zijn genadeloos heet en Dichter ondergaat ze zoals hij het leven ondergaat: opstandig weemoedig, bijtend soms en dan weer jankend als een wolf naar de maan.
Hij zat tussen de És en de Kastanjelaar in, in de brandende zon en de wind joeg vanuit het Zuiden over de polder. De populieren ruisten en Dichter kneep de ogen dicht en zweet droop langs zijn slapen.
In de ochtend hangt er nevel in de polder en de zon kleurt de kruinen goud. De stilte grijpt Dichter bij de keel en hij zwijgt.

Dichter leeft het leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten