woensdag 8 mei 2013

Zon alweer

Dichter zit in de tuin in de vroege zon en schrijft zich een verhaal van troost:

"Ze strijkt neer als een zilveren schaduw. Een lichtstraal. De hemel is strak. Geen schram. De bomen bijna groen. De bladeren nog klein en licht van kleur. Aarzelend. In waterverf. Tussen haar vleugels draagt ze de zon. De vleugels zijn ragfijn. Broos. Bijna onzichtbaar. Haar schouders lijken breekbaar. Als dun hout. De zon is een vuurbol op haar rug. Ze raakt me met haar hand. Dauw. Fris. Haar hand is fris als de dauw. Ik kijk naar haar enkels. Ik voel haar vingers om mijn kin en ik hoor haar stem als fluisterend water die me vraagt haar aan te kijken.
Water. Zee. Haar ogen hebben de kleur van de zee. Blauw. Niet blauw. Groen. Niet groen. Grijs. Niet grijs. Dat alles. En niets van dat alles. De kleur van zee. Altijd anders. Vandaag is de zee zacht en mild. In haar ogen. Thuiskomen.

Welke kleuren breng je vandaag? 
Ik kijk haar aan en stel de vraag. Je bent een engel, wil hij zeggen en hij weet dat ze lacht en neen zegt, ik ben geen engel. Ik ben een mens. Maak mensenfouten."

De troost komt niet. De zon klimt hoger. Straks draait de wind naar het Westen en komt de regen en de kou van de zee.

Sent via BlackBerry offered by Proximus


Geen opmerkingen:

Een reactie posten