zaterdag 17 december 2011

Open brieven aan Elio Di Rupo: Flanders for Dummies hoofdstuk 1

Geachte Heer Di Rupo,
Beste Elio,

U wenst Vlaanderen en zijn inwoners, de Vlamingen beter leren kennen. U wil, net als de komische versie van een van die Vlamingen, de heer Jambers, weten 'wie zij zijn, wat ze doen en wat hen drijft'. De heer Jambers heeft deze woorden nooit zelf uitgesproken, maar alle Vlamingen denken dat wel. Dat geheel terzijde.

De heer Jambers, trouwens, is een BV. Het hoogste streven van de gemiddelde Vlaming, blijkbaar, is het verkrijgen van die mythische status BV. BV is niet een van de delen die het resultaat zijn van de heldhaftig 5 minuten politieke moed om BHV te splitsen tot bijvorbeeld H en BV. Het had gekund, beste Elio. BV echter, staat voor Bekende Vlaming. Er zijn sinds die term is bedacht voor Vlamingen die echt bekend waren, zoveel BV's bij gekomen, dat het aantal NBV's (Niet Bekende Vlamingen) ondertussen ongeveer een uitstervende mensensoort is geworden. BV's zijn zelden bekend buiten Vlaanderen, daarom is de kans dat u ze kent, relatief klein tot onbestaande. De kortste weg om de status BV te krijgen is niet het schrijven van een roman en het winnen van de Nobelprijs, niet het bedenken van hét geneesmiddel tegen kanker, om maar iets te noemen. Om BV te worden volstaat het enige minuten op te draven in een van de vele tientallen op televisie uitgezonden zang-, dans- of kookwedstrijden.

Maar we hadden het over de heer Jambers, of beter, over de persiflage op Jambers door de heer Van den Durpel en zijn 'wie zijn ze, wat doen ze en wat drijft ze?' Die Vlamingen.

De Vlamingen, meneer Di Rupo, wonen in Vlaanderen. Vlaanderen kan u makkelijk herkennen. Als u vanuit Nederland Vlaanderen binnen rijdt, valt u meteen op hoe structureel chaotisch, slordig en rommelig dit stukje land is. In Nederland zijn de huizen en dorpen overzichtelijk en helder. In Vlaanderen is een rooilijn iets dat genegeerd dient te worden en bouwvoorschriften worden traditioneel met de voeten getreden. Huizen staan kris kras door elkaar en bestaan in alle maten en soorten. Vlamingen zijn, alweer in tegenstelling tot hun Noorderburen, de koningen van de bij- en aanbouw. een huis is geen huis zonder 23 illegaal bijgebouwde delen en tuinen zijn geen tuinen zonder koten en kotjes en carports. Kabouters, autowrakken, schommels en postbussen in de meest diverse en de meest afschuwelijke verschijningsvormen, maken het geheel af. Maar een tuin is geen tuin, meneer Di Rupo, als er geen grote opvallende trampoline staat, liefst in blauw en zwart. Dat Vlaanderen geen goud zou halen in alle trampoline onderdelen op de Olympische spelen in Londen is onmogelijk.

Maar we hadden het over de ruimtelijke wanorde. Komt u Vlaanderen binnen vanuit uw Zuidelijke Wallonië, dan kan u toch zeer makkelijk herkennen wanneer u in Vlaanderen bent. Daar waar het groen langs de wegen en de brede uitzichten ophouden en waar u terecht komt op slechte wegen met bulten en gaten en putten, waarlangs enkel huizen staan in niet eindigende rijen en de ene stad lijkt over te lopen in het volgende dorp en het daartegen leunende industrieterrein dat op zijn beurt weer overgaat in het volgende dorp en de volgende stad. Zonder einde. Vlaanderen is zoals uw parel aan de kroon, Charleroi, maar dan beter gelukt: lelijker, grijzer, uitzichtlozer en vooral eindelozer. Charleroi is een poging. Vlaanderen is een meesterwerk. Eat your heart uit. Vlaanderen kampioen.

U moet namelijk weten, meneer Di Rupo, dat Vlamingen hun ruimte op een zeer bijzondere manier ordenen: niet. Ruimtelijke orde is in Vlaanderen per definitie ruimtelijke wanorde.

Het gaat namelijk zo. Vlaamse dorpen bestonden oorspronkelijk uit een kerk, een pastorie, dertig café's, een bakker, een beenhouwer, een of twee verdwaalde fabrieken en een tiental boerderijen, daarna kwamen de steenwegen en langs die steenwegen de baanwinkels. De boeren raakten steeds meer grond kwijt. aan steenwegen en aan baanwinkels, en daarna aan woonwijken, en nog eens woonwijken. Waarna die paar verdwaalde fabrieken omcirkeld raakten door huizen en dus het etiket zone-vreemd kregen en dus moesten de boeren alweer wijken. Voor industrieterreinen deze keer en dan hield het op, want alle groen van de ene gemeentegrens tot de andere was opgebruikt. Zo komt het, meneer Di Rupo, dat Vlaanderen volgebouwd zal geraken. Daaraan mag u niet twijfelen.

Onze politici, beste Elio, hebben dat niet alleen laten gebeuren. Ze hebben er met veel hartstocht hard aan meegewerkt en doen dat nog steeds, want er zijn nog stukken groen die veroverd kunnen worden. Het Vlaamse streven alle ruimte vol beton te gieten, zal pas voltooid zijn als...alles vol beton is gegoten. De Vlaamse kust, die u in Wallonië van ons Vlamingen ook Belgische kust noemen mag,zolang u er maar op vakantie komt en de Vlaamse beurzen spijst, is als de meter op het dashboard die aangeeft hoeveel groen nog te veroveren valt. In de betonnen en bakstenen muur die langs de 60 kilometer zandstrand loopt, daar bij de mooiste want triestigste zee ter wereld, zitten nog steeds gaten als ontbrekende tanden in een verder perfect gebit. Nog steeds zijn de Vlamingen niet geslaagd in hun ultieme streven om vanaf de Nederlandse tot aan de Franse grens één lang lint aan lelijke appartementsblokken neer te planten langs hoge bakstenen dijken met op het gelijkvloers horecazaken waar je voor te veel geld slecht eten kunt krijgen of winkels waar je voor alweer te veel geld onschatbaar slechte brol kan kopen. Eens dat werk voltooid zal zijn, beste Elio, zal ook Vlaanderen vol beton en asfalt en baksteen liggen. Binnen ettelijke eeuwen zullen toeristen komen kijken naar de Muur van de Noordzee en de Grote betonnen Vlakte die zich vanaf de ze ver landinwaarts uitstrekt.

De dorpen, waar het allemaal begon, Geachte heer Di Rupo, bestonden, zoals ik al schreef trouwens, uit een kerk, een pastorie en verder ook een paar tientallen boerderijen. Wij Vlamingen, hebben de boeren een na een dood geknepen door hen te beroven van hun gronden. En als ze verdwenen waren, zijn we hun huizen gaan imiteren, uit nostalgie denk ik. We hebben Vlaanderen gezuiverd van de boerderijen en zijn dan zelf honderdduizenden perfect lelijke imitaties gaan bouwen die we, en dat zal u plezieren, meneer Di Rupo, Fermettes genoemd hebben. Vlaanderen staat vol Fermettes. Geen boer die ooit zo gewoond heeft, maar dat is bijzaak. Als het ding maar kleine ramen had, eikenhoten balken en deuren en bakstenen muren en witte steen accenten en stond volgestouwd met overdadig zwaar eikenhouten meubilair. De boer is dood, lang leve de Fermette.

Vlaanderen werd gebouwd rond kerken en pastorijen. In die pastorijen leefden de pastoors die pastoor werden omdat ze niet van de koorknapen konden blijven, en dat als pastoor wel kon en mocht, iets wat door alle Vlamingen gekend en geweten was. De Vlamingen maakten daarover veel grapjes. De pastoors waren de kameraden van God en hadden dus veel aanzien en ze telden de zonden van de mensen en konden beslissen wie vergeving kreeg en wie niet. Ineens mochten de pastoors niet meer aan de jongetjes zitten en net zoals de boeren, werden ook de pastoors een uitstervende mensensoort in Vlaanderen. in tegenstelling tot de boeren was dat deze keer een goede zaak. Vlamingen schijnen de neiging te hebben de woningen te willen bouwen van uitstervende mensensoorten, en meer bepaald van die mensensoort die ze hebben weggejaagd en doodgeknepen. Na de Fermettes de Pastorie-woningen.

Dat brengt ons trouwens bij een ander opvallend Vlaams fenomeen. Vlamingen zijn pas geslaagd als mens als ze hun eigen huisje hebben kunnen bouwen. Ze willen allemaal een heel eigen woning die ze liefst zelf hebben ontworpen en die lijkt op al die andere huizen, maar dan nog wansmakelijker. Waar die baksteen in de maag vandaan komt, kunnen we niet verklaren. Hij is er. Punt.


Vlamingen verklaren trouwens zelden wat. Vlamingen hebben over alles een uitgesproken mening, alleen weten ze meestal niet waarom. Ze drinken pils en eten friet met mayonaise en ze hebben over alles een mening.

Ik ga u nu niet langer voor de spiegel weghouden, meneer Di Rupo. Uw eyeliner heeft wat correctie nodig. Ik vertel een dezer wel verder.

Een Vlaming.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten