dinsdag 1 februari 2011

Middeleeuws

Ik begin graag mijn zinnen met 'soms'. Dat is een mooi klinkend woord en de relativerende betekenis ervan verzacht de absolute waarde van wat ik schrijf en maakt de boodschap ronder en makkelijker verteerbaar voor wie ze ontvangt, leest en verorbert.
Soms schrijf ik in raadsels. Soms schrijf ik in grote bogen naar het onderwerp, met grote en zwierige cirkels, die niet groter worden, maar ook niet kleiner daarom. Ik schrijf in raadsels. Mistig. Herfstig. Ik gebruik lange zinnen en te veel adjectieven. Ik maak graag zware constructies die ergens halfweg hun consistentie verliezen en brokkelig worden en broos en wankel, om dan in te storten en enkel puin achter te laten. Als het stof optrekt zie je de ruïne van wat nooit een huis is geworden. Ik bouw zinnen en verhalen zoals de middeleeuwers kathedralen: zonder plan. Een droom: de hemel raken. En voortschrijdend inzicht. Genetisch algoritme. Verkeerde stenen die het begeven onder de druk. Te wijde bogen. Instortende gewelven. Sluitstenen die verpulveren.
Ik ben een middeleeuwer in het diepst van mijn schrijven. Mijn handen zijn onmachtige bouwmeesters. Ik bouw aan een droom en droom van de hemel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten