vrijdag 1 juni 2012

Over honderd jaar kunnen worden.

Een paar dagen geleden schreef ik nog dit, zonder te weten waarom, zegt Dichter en terwijl ze Duvel drinken, leest hij voor:

Later die avond zit Knorpot in de avondzon even op krachten te komen en laat hij zijn ingewanden het hunne doen met het eten in zijn lijf. Boerken is om een tweede lading massieve in folie gewikkelde pakken voordroog die elk evenveel wegen als een volwassen paard.

Naast Knorpot zoemt de oven van de smid en in de stallen hangt de scherpe geur van verbrande hoeven. Knorpot hoort het timmeren van Smid en het schuifelen en bang snuiven van een paard en het sissen als Smid de het hete ijzer tegen de hoef aan drukt. Een dikke witte rook sluipt uit de stallen de zonnestralen in.

Ineens staat Smid massief tussen Knorpot en de zon en hij werpt een schaduw over hem. Knorpot kijkt op uit zijn lage zetel, de ogen dichtknijpend tegen de zon in.
"Zo kunt ge wel honderd jaar worden", zegt de diepe schaduw van Smid en Knorpot zegt dat hij dat dat inderdaad het plan is.


Knorpot kijkt met scheef hoofd en een beetje toegknepen ogen, half wegkijkend, zoals hij dat zo dikwijls doet, zeker als de alcohol zijn geest doezelig maakt en minder scherp.

"Dus dat schrijf jij over mij, Dichterke van mijn kloten?"

Dichter grijnst en zegt dat die woorden van Smid zo zwaar wegen ineens. Dat 'zo kunt ge wel honderd jaar worden', niet betekent dat je er honderd worden gaat. Dat dat nog maar een keer bewezen is. Een stomme ziekte komt langs en maait ineens alle leven dat nog op je wacht voor je voeten weg en voor je het beseft en anderen het beseffen is het over en gedaan.

Ze drinken en Dichter stapt terug naar binnen om nieuwe Duvels te halen. De dag is nog lang.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten