vrijdag 1 juni 2012

Motorenman. Voor Dirk.

De Grijze Filosoof grijnst niet vandaag. Hij is stil. In de tuin zitten ze samen onder de es, waarvan de takken vol zware verse bladeren bijna tot de grond hangen. Het heeft geregend en de luchten zijn duizend tinten grijs. Ze zitten bij elkaar in de houten stoelen en zwijgen. Boerken, Oude Knorpot, Droeve Dichter en Grijze Filosoof.

Op de tafel tussen hen in staat koffie en verse thee van munt en honing en er ligt een kladboek waarop Grijze Filosoof iets geschreven heeft in een ingetogen handschrift.

Ook al hebben uitzonderlijke mensen zoals hij een duizendvoud meer aan ideeën tot realiteit gebracht dan een "gewone" mens, een leven gehad dat goed gevuld was, respect van zovelen gekregen; Als ze zo jong moeten gaan is dat alleen des te erger. Naast op de eerste plaats de veel te jonge kinderen die achterblijven, een partner die haar leven aan dat van hem had gebonden in zovele opzichten, geen gemis kan groter zijn dan dat van naaste gezinsleden, menselijke drama's die al meer dan volstaan om ook bij iedere buitenstaander een immense pijn en medeleven op te wekken, blijft er ook de wetenschap dat geen mens hem ooit zal kunnen vervangen. Een uniek mens is heengegaan. Jammer dat ik niet gelovig ben.


Knorpot mompelt dat hij dat laatste begrijpt. "Soms zou ik zo graag gelovig zijn. Zoals nu. Hebben we niet allen houvast nodig? Soms."

Droeve Dichter kijkt even op, nipt van zijn thee en fluistert dat niets hen in de weg staat te geloven, soms. Terwijl hij dat uitspreekt bromt door de polder, van achter de dijk, waar de brede stroom traag stroomt vanuit de verre heuvels in Frankrijk naar de grijze zee in het Noorden, het intense grommen van een zware motor en ze kijken elkaar aan, zonder woorden.

Ergens schrijft iemand dat ze hoopt dat er voor Hem om wie ze treuren nu, een zware motor klaar staat, aan de andere zijde.

"Laten we afspreken dat we daar niet aan twijfelen", zegt Droeve Dichter, "Aan de andere zijde staat een lekker zware motor op hem te wachten en een fototoestel. En geweldige wegen met geweldige landschappen."

Ze wandelen de tuin uit, stappen tussen de weides de polder in. De paarden briesen en wandelen volgzaam mee. Bij de hoge dijk waar de populieren groeien tot in de hemel, stoppen ze even en ze kijken langs de bomen omhoog. De wolken zijn grijs. Ze klimmen langs een smal pad tussen het vette gras tot boven op de dijk en ze kijken over de trage stroom die naar zee vloeit in het gedempte licht en ze groeten Dirk.
"Ik noem hem Motorenman", zegt Dichter nog, en hij laat zijn woorden meevoeren door de wind.

Ze stappen de hele weg terug, zonder woorden en als ze in de tuin komen, breekt de hemel open en vloeit licht in de polder als water door een dijk die breekt. Droeve Dichter gaat naar binnen en als hij even later weer de tuin in komt, heeft hij bolle glazen bij zich en vier Duvels die hij openmaakt en zorgvuldig uitschenkt.

"Laten we er een Duvelkes Kermis van maken", zegt Dichter en ze klinken op Motorenman.

In de tuin zoeken twee merels naar voedsel. Ergens in de struiken zit hun nest.


1 opmerking:

  1. Duvelkes Kermis voor Dirk Motorman.

    Doen we. vergeten kunnen en willen we hem toch nooit.

    Herman

    Bedankt voor het gebruik van men "cursiefje". Je maakt het sterker door je om-wal-sing.

    BeantwoordenVerwijderen